Turkse basis nog niet benut

ISTANBUL, 17 jan. - De Turkse president Turgut Ozal, die vanmorgen een zitting van de Nationale Veiligheidsraad voorzat, moet een zeer goede nacht hebben gehad. Op een harde aanpak van zijn Iraakse collega Saddam Hussein heeft hij vanaf het begin van de Golfcrisis aangedrongen. Bovendien gaf hij meermalen te kennen dat moest worden gewaakt voor overschatting van diens militaire en morele potentieel, waarbij hij zei mede af te gaan op informatie van de ruim tweehonderd Iraakse deserteurs die naar Turkije zijn gevlucht.

Hoewel Ozal er door al zijn tegenstanders van werd beschuldigd Turkije op deze manier mee te slepen in een heilloos militair avontuur, zoals ook in de Eerste Wereldoorlog met Turkije gebeurde, is de eerste fase van de gevechtshandelingen geheel buiten de Turken om verlopen. De grote NAVO-luchtbasis Incirlirlik bij de stad Adana, op zeshondekilometer van de Iraakse grens, is vannacht niet gebruikt. Op de basis hebben de Amerikanen met instemming van Ozal bijna honderd gevechtsvliegtuigen verzameld, met inbegrip van F-111's.

De oppositie, van links tot en met fundamentalistisch rechts, waarschuwde in koor dat als de Amerikanen deze basis mochten gebruiken, het hek van de dam was. Dan kon het hele zuidwesten van het land doelwit van het Iraakse militaire apparaat worden. De nervositeit was de laatste dagen ten top gestegen. De door Koerden bevolkte stad Diyarbakir was voor de helft leeg gelopen, velen probeerden nog een staanplaats te vinden in de bussen naar het veilige Ankara. De armen die achterbleven gingen te rade bij de eerder uit Irak gevluchte peshmerga's (zij die de dood in de ogen zien), die aan de rand van de stad bivakkeren. Van deze vluchtelingen wilden zij te weten komen hoe zij eventuele aanvallen met gifgas zouden kunnen trotseren.

Maar de Amerikanen konden het de eerste dag af zonder de basis van Incirlirlik in te schakelen. Dit wil niet zeggen dat de basis afzijdzal blijven. Ozal vindt dat zij moet worden gebruikt en premier Akbulut heeft dezer dagen bekendgemaakt dat daarvoor aan het parlement toestemming zal worden gevraagd. Dat zal mogelijk gebeuren in een fase waarin de nederlaag voor Irak zich reeds aftekent, dus met minder interne tegenwerking. Het roept de Tweede Wereldoorlog in herinnering toen Turkije pas aan de 'goede kant' deelnam toen het einde naderde.

Een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken zei vanmorgen: “Dat Turkije niet bij de eerste fase van de strijd was betrokken, is een blijk van goede wil ten opzichte van de hele Arabische wereld.” In feite toch weer een nagalm van de neutraliteit die Turkije in de Tweede Wereldoorlog, maar ook ten tijde van de Golfoorlog tussen Irak en Iran, in acht nam.

Uitlatingen van Ozal in het begin van de Golfcrisis over een op handen zijnde “verandering van de landkaart” waarvan Ankara zal moeten profiteren, werden geinterpreteerd als ingegeven door het verlangen om bij een verdeling van het verslagen Irak de olierijke provincies Mosul en Kirkuk in te nemen. In die provincies woont een Turks sprekende minderheid.

Ozal heeft later heftig ontkend dat hij zoiets had bedoeld. De territoriale onschendbaarheid van het buurland moest gerespecteerd blijven, zo zei hij. Waarschijnlijk zag hij aankomen dat bij een opdeling van Irak de Koerden in diezelfde gebieden zich met aanspraken zouden aanmelden, en dat het Koerdische wespennest waarin Turkije nu al verkeert, alleen maar lastiger zal worden.

Een verslagen Irak zonder Saddam Hussein kan voor Ankara wel het voordeel hebben dat het voorlopig minder moeilijkheden opwerpt over de verdeling van het water van de Eufraat en de Tigris.

Een korte en triomfantelijke oorlog met Irak, waarbij Turkije in de latere fase een passief meehelpende rol speelt, zal Ozals binnenlandse positie in ieder geval versterken. En hij heeft dat nodig: de laatste tijd had hij praktisch iedereen tegen zich, tot de legerleiding toe. Dat bleek uit het aftreden van opperbevelhebber Torumtay, die zei: “Elk verlies van manschappen is een ramp. Zelfs een bloedneus van een soldaat is voor ons al een ernstige zaak.”

De sociaal-democratische oppositieleider Inonu noemde Ozal nog vorige week een “gokker” die de levens van zijn medeburgers als inzet gebruikte. Dat gokelement zit ongetwijfeld in deze man. Een politiek overleven van Saddam Hussein zou tot zijn ondergang hebben geleid. Daarentegen zou een voor het Westen triomfantelijke gang van zaken het isolement van Ozal wel eens kunnen doorbreken in de richting van de bekende 'man in de straat', die hij wil inschakelen voor zijn plan van vervroegde presidentsverkiezingen naar Frans model, dus door het volk.

Het was de laatste dagen al opmerkelijk dat de grote ongerustheid onder de publieke opinie zich hoofdzakelijk richtte tegen Saddam Hussein en dat men er weinig in terugvond van de tegen Ozal gerichte woede van de oppositionele pers. Maar daarin stak ook een dosis fatalisme.

    • Frans van Hasselt