Tsjaikovski's Notenkraker bewerkt tot 'psychoseksueel drama'; Mark Morris zet sprookje in de ijskast

Voorstelling: Monnaie Dance Group-Mark Morris, met The Hard Nut. Choreografie: Mark Morris; muziek: Peter Iljitsj Tsjaikovski, uitgevoerd door orkest en koor van de Munt o.l.v. Sylvain Cambreling. Gezien: 13-1 De Munt, Brussel. Aldaar nog te zien t-m 26-1 m.u.v. 17 en 21-1.

Vorige week maakte de Amerikaanse choreograaf Mark Morris bekend dat hij zijn betrekking bij de Brusselse Muntschouwburg zou opgeven voor een standplaats in New York. Een officiele reden gaf hij daarvoor niet, maar algemeen wordt aangenomen dat hij met name de waardering in Belgie voor de artistieke prestaties van de 'Mark Morris Monnaie Dance Group' onder de maat vind.

Voorafgaand aan zijn vertrek, aan het eind van dit seizoen, heeft hij echter opnieuw een spektakelstuk gemaakt, dat zijn voor- en tegenstanders genoeg stof tot debatteren zal opleveren. Hij bewerkte het avondvullende sprookjesballet De Notenkraker naar eigen inzicht, maar gebruikte er wel de muziek voor die Tsjaikovski in 1891-'92 componeerde.

Eigentijdse en eigenzinnige bewerkingen van romantisch-klassieke balletten zijn zeker geen noviteit. Vrij recente opvoeringen in Nederland van Giselle en Het Zwanenmeer van de Zweedse choreograaf Mats Ek zijn illustere voorbeelden van hoe zo'n ballet in een volstrekt nieuw en verrassend licht kan worden gezet.

Het in de traditionele versie gehanteerde verhaal, gebaseerd op Alexandre Dumas' vertelling draait hoofdzakelijk om de belevenissen van het meisje Clara, dat tijdens een kerstfeest van de mysterieuze heer Drosselmeier een notenkraker cadeau krijgt, die in haar dromen verandert in een prins. Deze voert haar mee naar het land van de Sneeuwkoningin en de fee Suikerboon. Morris voegt daar, met name in de tweede acte, een tweede verhaal aan toe, gebaseerd op E. Th. A. Hoffmanns sprookje Nussknacker und Mausekonig. Dat handelt over het babyprinsesje Perlipat, wier lieftallige gezichtje door een boze rattenkoningin gemaltraiteerd wordt. Alleen een jongeman die een speciale, zeer harde noot tussen zijn tanden kan kraken, kan de beschadigingen teniet doen.

In Morris' versie gebeurt dat door de neef van Drosselmeier die daarna van schone jongeling verandert in een groteske notenkraker en door Perlipat als huwelijkskandidaat wordt afgewezen. Het meisje Clara accepteert deze afloop niet. Zij kiest onvoorwaardelijk voor de lelijke notenkraker die, zoals dat in sprookjes hoort, door haar liefde weer de Adonis wordt die hij eerst was. Morris ziet het gehele gebeuren dan ook als “een eigenaardig, angstaanjagend, psychoseksueel drama” en geeft het ballet de titel The Hard Nut mee. Dat is op zichzelf een interessante benadering die van Clara een andere figuur maakt dan alleen maar een dromerig klein meisje.

Het kerstfeest bij de familie Stahlbaum vindt plaats in een enge, kale, zwart-wit gehouden kamer - ook de kerstboom is spierwit - waar geen spoor van gezelligheid of warmte te bespeuren is. Clara, haar broer Frits en zuster Louise zijn dan ook gekluisterd aan het televisietoestel. Frits en Louise zijn al op de leeftijd waarop materiele zaken en ontwakende erotische gevoelens sterk spelen. Clara leeft nog in een roze droomwereldje. Het kerstpartijtje wordt bevolkt door een stel egocentrische excentriekelingen. En er loopt ook nog een zwarte dienstbode wat mallotig en onhandig op spitzen rond.

Morris heeft een grote voorliefde om mannen als vrouw te laten optreden. Ma Stahlbaum wordt vertolkt door een forse, fraai uitgedoste heer en het corps de ballet van sneeuwvlokjes en bloemenfeeen bestaat uit in korte tutu's en halflange jurkjes geklede leden van beider kunne, waarvan sommigen op blote voeten zijn en anderen zwarte spitzen hebben aangetrokken en daar vaardig doch in de meeste gevallen zeer lelijk op rondtrippelen.

Fraaie vormen en lijnen spelen bij Morris geen enkele rol. Zijn bewegingsmateriaal is uiterst beperkt, om niet te zeggen volstrekt oninteressant en het heeft geen noemenswaardige variatie. Een hupje hier, een sprongetje daar, een zwaaitje zus en een draaitje zo, waardoor je vaak het idee krijgt naar een groep welwillende amateurs te kijken die geen weet heeft van wat er aan het eind van hun benen zit en nog nooit van gestrekte knieen gehoord heeft. De serie variaties in de tweede acte kreeg dan ook geen hand op elkaar. Wat Morris wel kan, is dansers in en door een ruimte laten bewegen. De manier waarop hij steeds afwisselende groepjes over het toneel laat dwarrelen, is onvoorspelbaar en inventief, heeft een speelse vaart en vloeiende overgangen.

De kostuums zijn uiterst kleurig, veel fel rood, groen, paars en geel en dikwijls zeer bizar. Het toneelbeeld daarentegen is koel en vooral in de tweede acte eigenlijk wel mooi, maar hier noch in de dans is ook maar iets terug te vinden van de magie, de vervoering en subtiliteit die uit Tsjaikovski's muziek naar voren komen.

Morris lijkt erop uit te provoceren en te ontregelen en dat lukt hem dan ook, hoewel ik voornamelijk het gevoel krijg dat hij iedereen, zichzelf incluis, in de maling neemt. Wat deze Notenkraker betreft: zulke zogenaamde vernieuwingen hoeven van mij niet.

    • Ine Rietstap