Sommigen laten een studie schieten omdat er teveel Aziaten op zitten'

'Vroeger had de egghead het zwaar te verduren op Amerikaanse scholen, nu wordt de Aziatische beta-student gediscrimineerd.

Ik liep met een Aziatische vriend over de campus toen we door een stel blanke jongeren werden aangesproken. Ze vroegen ons waarom we niet in de bibliotheek studeerden. Pas later begreep ik dat het om mijn vriend was te doen. Aziaten worden gezien als uitslovers en boekenwurmen. Ik voelde me vreselijk geintimideerd, alsof ik niet met hem om mocht gaan... Laatst ging het in de klas over euthanasie en toen zei iemand: O ja, euthanasie, dat is net zoiets als de zomers hier in Berkeley. Overal Aziaten! De hele klas begon te lachen, maar ik schaamde me diep... Sommigen laten een studie gewoon schieten omdat er teveel Aziaten op hebben ingeschreven. Ze zijn bang dat het prestatieniveau te hoog wordt en dat ze met de Aziaten moeten wedijveren...'

Het rapport 'Asian Americans at Berkeley', gepubliceerd door een onderzoekscommissie van de Universiteit van Californie in Berkeley, bevat een schokkende verzameling gegevens over een vorm van discriminatie waaraan tot voor kort nauwelijks aandacht is besteed. Aziatisch-Amerikaanse studenten zijn onder blanke Amerikaanse studiegenoten niet erg populair. Zij worden gezien als een clan van 'overijverige rekengekken', die hoofdzakelijk aandacht zouden hebben voor beta- en technische wetenschappen, zelden aan sport doen en nauwelijks deelnemen aan het sociale verkeer op de campus.

RESTRICTIEF TOELATINGSBELEID

De belangstelling van Aziaten en Aziatisch-Amerikanen voor een academische opleiding is opvallend groot. Relatief gezien overtreft het aanbod dat van Amerikaanse studenten. Toch blijkt dit niet direct uit het aantal geplaatste studenten. Het aantal Aziatische studenten op Amerikaanse universiteiten mag dan sinds 1976 zijn verdubbeld, op universiteiten als die van Princeton, UCLA en Brown worden de laatste jaren minder Aziaten toegelaten dan voorheen.

Alleen de universiteiten van Brown en Berkeley hebben toegegeven dat zij ten aanzien van Aziaten een 'restrictief toelatingsbeleid' hebben gevoerd. Toch zou ook UCLA zich hieraan schuldig hebben gemaakt. Met name deze laatste universiteit wijst op het belang van een evenredig studentenaanbod, waarin behalve Aziaten ook andere bevolkingsgroepen aan bod dienen te komen.

De universiteiten van Brown en Berkeley hebben beterschap beloofd, maar de problemen en irritaties zijn daarmee niet opgelost. “ Amerikanen kennen de Aziatische cultuur onvoldoende, zij gaan voorbij aan de ontwikkeling van de Verenigde Staten als een multiculturele samenleving”, zegt Amado Y. Cabezas, die aan Berkeley Etnische en Aziatisch- Amerikaanse studies doceert.

Het aantal Aziaten in de Verenigde Staten is sinds 1970 fors gestegen: van 1, 4 tot vermoedelijk 6 miljoen in 1990. In het jaar 2000 maken Aziaten waarschijnlijk al voor 4 procent deel uit van de totale bevolking van de Verenigde Staten (in 1976 was dat nog maar 1, 8 procent). Overigens gaat het niet om een homogene groep: er zijn Koreanen, Filippijnen, Taiwanezen, Japanners, Pakistanen en sinds 1975 ook veel Vietnamezen bij.

Op dit moment zijn er ongeveer 448.000 Aziatische studenten in de Verenigde Staten. Een belangrijk deel daarvan, ongeveer 43 procent, studeert aan universiteiten in Californie. Technische studies zijn onder Aziatische en Aziatisch-Amerikaanse studenten veruit favoriet. Het aantal Aziaten en Aziatisch-Amerikanen dat chemie en natuurkunde studeert bedraagt 45 procent. Voor economie en kunst bestaat daarentegen nauwelijks belangstelling.

Volgens Cabezas is die eenzijdige studievoorkeur sociaal-historisch te verklaren. Aziaten hebben door de Amerikaanse samenleving altijd al een bepaalde rol opgelegd gekregen. Hun aanwezigheid was voornamelijk gewenst vanwege tekorten op de arbeidsmarkt. Eind vorige eeuw werden reeds duizenden Chinezen gerecruteerd voor de aanleg van de transcontinentale spoorweg. Ze hadden nauwelijks rechten en werden door Amerikanen bedreigd of bestolen.

Nadat in 1891 de Chinezen het land niet meer inmochten, deden Californische plantagebezitters een beroep op Japanse en later ook Mexicaanse en Filippijnse gastarbeiders. Tijdens de depressiejaren nam de agressie tegen deze bevolkingsgroepen weer toe. De overheid dacht het probleem op te kunnen lossen door de Filippijnen terug te sturen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het immigrantenbeleid uit humanitaire overwegingen echter versoepeld.

Sindsdien is de Aziatische immigrantenstroom geleidelijk aan steeds groter geworden. Aziatische Amerikanen haalden hun achterbleven familieleden naar de Verenigde Staten en de Amerikaanse defensie- en ruimtevaartindustrie had technisch geschoold personeel nodig, een behoefte waarin de meeste Aziatische landen konden voorzien. Cabezas: “ De kinderen van deze generatie gaan nu voor het eerst naar de universiteit. De ouders oefenen grote druk op hen uit om vooral technische vakken te volgen. Aziatisch Amerikanen voelen zich geen geboren politici of economen. Er is een nijpend gebrek aan rolmodellen.”

Aziaten maken voor 13 procent deel uit van het totale personeelsbestand van de Universiteit van Berkeley, tegen donkergekleurden 17, 5 procent. Het grootste deel van de Aziaten bekleedt technische of administratieve functies. Slechts 15 Aziaten (5, 1 procent van het personeelsbestand) hadden in 1988 een bestuurlijke taak. Andere minderheden waren in hogere bestuurslagen beter vertegenwoordigd. Dezelfde scheve verhoudingen vindt men ook op andere universiteiten.

De meeste Aziaten geloven dat zij weinig kans maken om hogerop te komen. Amerikanen vinden Aziaten veelal ongeschikt voor leidende functies omdat zij niet assertief of mannelijk genoeg zouden zijn en zij geen natuurlijk overwicht hebben. Aziatische studenten vinden het erg moeilijk om vriendschappen te sluiten met blanke Amerikanen, omdat die hen als buitenlanders beschouwen. Sommigen gaan vriendschappen uit de weg uit angst voor 'banaan' uitgescholden te worden (geel van buiten, wit van binnen). Velen zeggen in een culturele identiteitscrisis te verkeren; men vindt het curriculum te 'Eurocentrisch'. Op Berkeley vindt men onder het wetenschappelijk personeel en het docentenkorps in de faculteiten Politieke Wetenschappen, Sociologie, Geschiedenis en Economie geen Aziaten. Aziatische studenten die voor deze vakken hebben gekozen zeggen dat hun studiebegeleiding daardoor te wensen overlaat.

AGRESSIVITEIT

Buiten de universiteit worden Aziaten in toenemende mate geconfronteerd met agressiviteit. Toen tien jaar geleden Amerikaanse kranten begonnen te schrijven over Japanse spionage-activiteiten in het Californische Silicon Valley, verschenen er stickers op de ruiten van Amerikaanse auto's met plagerige teksten als 'Koop Amerikaans fabrikaat - geen Japans' en 'Denk aan Pearl Harbor'. In Amerikaanse speelfilms worden Vietnamezen en Koreanen steevast als slechterikken afgeschilderd. Voor Aziatisch-Amerikanen zijn dit duidelijke signalen dat zij niet gewenst zijn.

Cabezas: “ Sommige Amerikanen voelen zich bedreigd omdat ze denken dat de Aziaten hun banen wegnemen. Terwijl dat alleen al feitelijk onjuist is. Het zijn zwarten en Mexicanen die de stoepen schoonmaken - banen die de Amerikanen zelf niet eens willen hebben.”

Cabezas vindt dat met name de universiteiten zich het lot van de minderheden zouden moeten aantrekken en de problemen van Aziatische Amerikanen in kaart zouden moeten brengen. Discriminatie van minderheden vergt een actievere bestrijding dan in het verleden het geval is geweest. Via gerichte voorlichting zouden ook studenten beter moeten worden ingelicht over de positie van minderheden. Cabezas: “ Academici worden niet graag met dit soort problemen geconfronteerd. Voorstellen om studenten een verplichte cursus etnische studies te laten volgen, hebben het in Berkeley met een krappe meerderheid gehaald.”

Dit jaar zal aan de Universiteit van Berkeley een reeks programma's worden geintroduceerd die Aziaten moet stimuleren andere studierichtingen te kiezen dan alleen beta- en technische wetenschappen. Er zullen ook meer Aziatische studenten worden toegelaten. Daarnaast is voorgesteld om een soort 'Ombudsman voor Minderheden' aan te wijzen. Cabezas: “ Het nieuwe beleid heeft betrekking op alle bevolkingsgroepen. Men wil een eind maken aan de ongelijkheid van onderwijskansen die samenhangen met het sociale en etnische milieu. Armere bevolkingsgroepen moeten ook een kans krijgen hoger onderwijs te volgen. Het is verheugend om te zien dat studenten uit armere milieus even goede onderwijsresultaten halen als hun bevoorrechte studiegenoten.”