Schizofreen

De definitie van schizofrenie, zoals genoemd in het verhaal 'Schizofreen' in W en O 3 jan. is afkomstig van de Endegeest-psychiater Rigo van Meer (lit.: R. van Meer; Leven met schizofrenie, een handleiding voor familie, vrienden en andere betrokkenen; Amsterdam, 1988). Deze definitie wijkt belangrijk af van de symptoombeschrijving in 'DSM III', volgens welke de patient onder meer minimaal een half jaar onafgebroken psychotisch moet zijn. In de visie van Van Meer en zijn (Ypsilon-)adepten zijn mensen met een kortdurende en zich eventueel herhalende psychose ook schizofreen; zo ontstaat het gigantische aantal van 1 op 100.

Ik was vier keer (gedwongen) opgenomen in het algemeen psychiatrisch ziekenhuis 'Hooghuijs' te Etten-Leur met, volgens mijzelf achteraf, een acute paranoide psychose. De behandelaars van 'Hooghuijs' hebben mij nimmer een diagnose genoemd. Dat gaf veel onzekerheid, maar ik ben er nu dankbaar voor. Het geetiketteer van Van Meer en consorten geeft de patient op korte termijn geruststellende zekerheid, doch is op langere termijn funest, want men blijft zich ziek voelen; mede met name door Van Meer's uitvinding 'negatief symptoom' (een contradictio in terminis overigens) als fysiologisch gegeven te accepteren.

Het gestempel, zoals gebezigd in bovengenoemd verhaal, draagt niets bij aan kennis van afwijkingen in hersenen en gedrag, noch aan de biologische psychiatrie, noch aan de psychologie, noch aan de sociologie. Het verleent hooguit een schijn van rationaliteit aan de negatieve adviezen van verzekeringsartsen, waarmee de ex-psychiatrische patient van doen krijgt. Vooral het wedervaren van mensen na het verdwijnen van de psychose zou eens vanuit de sociologische invalshoek moeten worden beschreven.