Saddams weg naar inval in Koeweit; 'De opzettelijke poging van Koeweit de Iraakse economie te verwoesten is niet geringer dan militaire agressie'

ROTTERDAM, 17 jan. - De oorlog tegen Iran is voorbij, maar Irak is er slecht aan toe. Weliswaar is de oorlog geeindigd in een psychologische en militaire overwinning dank zij de hulp van onder andere de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Frankrijk, Koeweit en Saoedi-Arabie, maar de economische situatie is rampzalig. Westerse krediteuren willen ten minste de rente zien van de 40 miljard dollar die Irak ze schuldig is. En de Arabische krediteuren, met name Saoedi-Arabie en Koeweit, weigeren hun leningen aan Irak kwijt te schelden (nog eens 40 miljard), ook al wordt Bagdad niet moe erop te wijzen dat het met die oorlog de hele Arabische natie heeft gered.

Toch moet de oorlogsschade, niet zo rampzalig als die in Iran maar toch ook aanzienlijk, worden hersteld. In de eerste plaats moet veel geld worden gestoken in de wederopbouw van Basra, de parel van de Orient, dat door zijn stugge verzet tegen de Iraanse horden symbool werd van de Iraakse standvastigheid en nu symbool moet worden van het nieuwe, machtige Irak, en van Fao, waarvan de herovering in 1988 het begin van het einde voor Iran inluidde.

Maar er zijn meer geldverslindende prioriteiten. De reconstructie van het antieke Babylon en vele andere archeologische projecten die het Iraakse volk en de wereld moeten herinneren aan het schitterende verleden van het gebied en moeten wijzen op zijn even schitterende toekomst, gaat door. De wapenaankopen in het Westen gaan door - ook voor grote projecten als een atoombom en een superkanon. En de miljoenen gastarbeiders sturen geld het land uit, hoewel zij daartoe steeds minder in de gelegenheid worden gesteld.

Het volk mort - zachtjes, want luide protesten zijn niet bon ton in Irak, waar beleden onvrede naar de gevangenis of erger leidt. Maar de media mogen, als uitlaatklep, klachten publiceren over de stijgende prijzen (de inflatie bedraagt veertig procent) en de tekorten aan eerste levensbehoeften.

Olie-inkomsten

Tot overmaat van ramp blijven de olie-inkomsten ver beneden de verwachting als gevolg van de dalende olieprijzen. De officiele media - dat wil zeggen de Iraakse leiders - zoeken de schuld bij de 'rijke' Golf-Arabieren (waartoe Irak, met de op een na grootste bewezen oliereserves ter wereld, ook zou behoren als het niet acht jaar lang verbeten oorlog had gevoerd tegen Iran).

Met name Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten, die de olieprijzen niet te hoog willen hebben om de klanten niet aan te moedigen naar andere energiebronnen uit te kijken, overschrijden hun OPEC-quota. Irak heeft echter korte-termijnbelangen en eist hoge prijzen, en de zaak komt eind mei 1990, tijdens de Arabische topconferentie in Bagdad - de top die Saddams naam moet onderstrepen als Arabische superleider - aan de orde. En hoe:

“Oorlog wordt soms met soldaten gevoerd, en schade wordt toegebracht door explosieven”, zegt Saddam tijdens een besloten zitting. “Op andere momenten worden oorlogen met economische middelen gevoerd Ik zeg dat dit soort oorlog tegen Irak wordt gevoerd.” Saddams uitspraak was gericht tegen Koeweit en de Emiraten, schrijft de Iraakse minister van buitenlandse zaken, Tareq Aziz, veel later in een brief over de kwestie-Koeweit aan al zijn ambtgenoten in de wereld. “Maar het gedrag van de voormalige regeerders van Koeweit en van de Emiraten veranderde niet.”

Drie vliegen

Maar vermoedelijk heeft Saddam dan allang besloten zelf oorlog te gaan voeren om met de Koeweitse rijkdommen Iraks nood te lenigen en misschien ook om het imperialistisch-zionistische komplot tegen Irak te verijdelen dat hij sinds het begin van het jaar signaleert. Hij kan dan drie vliegen in een klap slaan: een paar maanden tevoren had hij tegenover de Jordaanse koning Hussein de wens te kennen gegeven de Koeweitse eilanden Warba en Bubiyan te huren, waarop Irak al heel lang aanspraken doet gelden. Volslagen terecht spreekt Saddam van “belangrijke strategische bases”.

Jordanie begint te bemiddelen in de zaak van de eilanden op 26 februari, twee dagen nadat Saddam op een topconferentie in Amman van de Arabische Samenwerkingsraad fel had uitgehaald naar de voortdurende Amerikaanse aanwezigheid in de Golf. Nauwelijks verhuld waarschuwde hij bij die gelegenheid de Golfstaten niet toe te staan dat het Golfgebied - “misschien de belangrijkste plek van de wereld” - “aan de wil van de VS wordt onderworpen ongeacht de belangen van anderen (lees Irak)”. Het is, in februari, een voorproef van wat nog gaat komen.

Husseins bemiddeling leidt tot het bezoek van een Iraakse delegatie aan Koeweit in april, maar de gastheren eisen dan als huurprijs voor de eilanden de ratificatie door Irak van een uit 1963 stammende tekst waarin Bagdad de onafhankelijkheid van Koeweit erkent. Koeweit wil zo uitvinden of Irak in feite niet van plan is de eilanden te annexeren. Irak weigert.

Concessie

In mei - in elk geval voor de top waarop de Iraakse leider met zijn uitval naar Koeweit en de Emiraten komt - stuurt Saddam een brief aan de Iraanse president Rafsanjani, waarin hij een onvoorstelbare concessie doet. Hij suggereert vredesbesprekingen te beginnen op basis van het Akkoord van Algiers, het “schandelijke akkoord” dat hij zelf voor de televisie verscheurde aan het begin van de oorlog tegen Iran.

Met zijn verzet tegen dit Akkoord had Saddam het vredesoverleg met Iran bijna twee jaar in een impasse gehouden: maakt hij zich nu op om zijn honderdduizenden militairen aan de grens met Iran voor dienst aan een ander front vrij te maken? Kon hij zijn concessies inzake het Akkoord van Algiers, die een voor Irak ongunstige demarcatie van de grens midden door de rivier de Shatt el-Arab inhield, doen omdat hij had besloten zijn kustlijn naar het westen uit te breiden door Koeweit te annexeren?

Relaties met VS

Irak maakt sinds het begin van het jaar voortdurend melding van Amerikaanse campagnes en komplotten om zijn militaire macht te vernietigen. Maar eigenlijk zijn de Iraakse betrekkingen met het Westen heel prima. Hoewel in het Congres steeds meer senatoren en afgevaardigden steeds luider waarschuwen tegen de Amerikaanse regeringssteun aan Irak - wijzend op de gruwelijke schendingen van de mensenrechten, op de oorlog tegen de Koerden, op de talloze pogingen illegaal aan Westerse wapentechnologie te komen - ziet Washington het allemaal niet zo somber in.

Een van Iraks huidige onderministers van buitenlandse zaken, Nizar Hamdoon, heeft als ambassadeur in Washington een goede basis voor die relaties gelegd met behulp van een public-relationsbureau door toegankelijk en pragmatisch te zijn en vogels van de meest uiteenlopende pluimage te ontvangen. Maar Bagdad heeft daarnaast de hulp gekregen van de Iraanse leider Khomeiny, wiens anti-Amerikaanse fundamentalisme in Washington veel gevaarlijker wordt geacht dan de aspiraties van het seculiere regime van Saddam Hussein.

De relaties overleven zonder probleem de Iraakse aanval op het Amerikaanse fregat Stark (1987, 37 doden) en de gifgasaanvallen op de Koerdische bevolking van Halabja (1988, vijfduizend doden). In maart laat Saddam Hussein de statenloze Observer-verslaggever Farzad Bazoft ophangen en wordt hij betrapt bij een poging nucleaire ontstekingsmechanismen uit de Verenigde Staten te laten smokkelen. In april kondigt hij aan over binaire chemische wapens te beschikken en half Israel, zo nodig, in as te zullen leggen.

Het maakt de regering in Washington toch niet ontvankelijk voor het idee van sancties - maar ook vijf senatoren die nog diezelfde maand Irak bezoeken houden de pro-Saddam-lijn aan: “Na een uur naar u te hebben geluisterd, realiseer ik me dat u een sterke en intelligente man bent en dat u vrede wenst”, zegt de Democratische senator Metzenbaum. En in juni, dat wil zeggen na de Arabische top waarop Saddam die ongekend harde uitval deed naar Koeweit en de Emiraten, maar ook zijn uiterste best deed de slotresolutie zo anti-Amerikaans mogelijk te krijgen, zegt onderminister van buitenlandse zaken John Kelly: “Irak neemt bescheiden stappen in de goede richting”.

Waarschuwing herhaald

Ondanks de duidelijke taal op de top van Bagdad “veranderde het gedrag van de vroegere Koeweitse leiders niet”, schrijft Tareq Aziz in zijn brief van september. “Zij bleven de markt met olie overspoelen en de olieprijzen destabiliseren.” Delegaties reizen rond, maar zonder succes en dan, op 16 juli, herhaalt Saddam zijn waarschuwing van mei, alleen veel explicieter: in feite kondigt hij de oorlog aan.

“Omdat het volk van Irak dit opzettelijke onrecht heeft ondergaan, voldoende geloof heeft in zijn recht op zelfverdediging en de verdediging van zijn rechten, zal het dit gezegde nooit vergeten: 'Liever worden hoofden afgehakt dan onrecht geduld'. Als woorden geen bescherming bieden, dan moet beslissende actie worden ondernomen om de geusurpeerde rechten aan de rechthebbenden terug te geven.”

Saddam wijst er in deze toespraak op dat Irak 14 miljard dollar heeft verloren doordat de olieprijzen, volgens Bagdad als gevolg van de politiek van Koeweit en de VAE, van 28 dollar tot 11 dollar zijn gedaald: “een verraderlijke steek in Iraks rug”.

Tareq Aziz zelf had in de voorafgaande week ook al een niet mis te verstane waarschuwing gegeven. “De opzettelijke poging van de Koeweitse regering om de Iraakse economie te verwoesten is een agressie die, in haar consequenties, niet geringer is dan militaire agressie.”

Op 24 juli betrekken twee Iraakse pantserdivisies posities bij de grens met Koeweit. De volgende dag zegt de Iraakse president tegen de Amerikaanse ambassadeur April Glaspie dat een ontmoeting in Saoedi-Arabie is geregeld tussen de Koeweitse premier en een Iraakse vertegenwoordiger. Hij zegt: “Als we niet in staat zijn een oplossing te vinden, dan is het natuurlijk dat Irak niet de dood accepteert”. En Glaspie stelt hem gerust: “Wij hebben geen mening over inter-Arabische conflicten zoals uw grensonenigheid met Koeweit” “Experts geloven niet dat Irak Koeweit zal binnenvallen”, koppen Europese kranten de volgende dag. De Amerikaanse regering neemt aan dat de tanks aan de grens van Koeweit het emiraat moeten intimideren en tot financiele en territoriale concessies dwingen. Koeweit belooft tegelijk zich te houden aan scherpe produktie- en exportlimieten van de OPEC.

Op 31 juli hebben in het Saoedische Jeddah besprekingen plaats tussen Koeweit en Irak. Irak heeft dan al honderdduizend man aan de grens staan en de CIA heeft het Witte Huis daarvan op de hoogte gesteld. Dat zwijgt echter. Het Koeweits-Iraakse gesprek blijkt een formaliteit: de Iraakse delegatie beschuldigt de tegenpartij ervan “niet serieus” te zijn en loopt weg. Op 2 augustus om 3.10 uur plaatselijke tijd stromen Iraakse troepen Koeweit binnen.

    • Carolien Roelants