Saddam roept op tot massale strijd

NICOSIA, 17 jan. - De Iraakse president Saddam Hussein heeft vanmorgen, vijf uur na het begin van de geallieerde aanval op Irak en Koeweit, in een verklaring aan zijn volk gezegd dat de grote strijd is begonnen. Hij riep de Irakezen op tot verzet.

De president die de verklaring via radio-Bagdad zelf voorlas, zei: “De grote confrontatie is begonnen in de moeder van alle veldslagen tussen rechtvaardigen en onrechtvaardigen. God is met ons, broeders. Palestina en het volk van Mekka zullen worden bevrijd. Ook de Golan en Libanon zullen bevrijd worden.”

De verwijzing naar Libanon werd gezien als een verbale aanval op Syrie, dat in het grootste deel van Libanon de lakens uitdeelt. De president liet er geen enkel misverstand over bestaan dat de Irakezen deze aanval verwacht hadden, maar hij bezwoer dat de Iraakse strijdkrachten de aanval zullen afslaan.

Radio-Bagdad ging kort na het begin van de bombardementen op de hoofdstad uit de lucht, maar begon twee uur na de aanval weer uit te zenden. De zender meldde dat het Iraakse leger “de Amerikanen een lesje zou leren”. Er werden geen bijzonderheden verstrekt over het verloop van de gevechtshandelingen. De krijgshaftige taal van de omroeper werd afgewisseld met nationalistische liederen en verzen ter meerdere glorie van president Saddam Hussein. Door slechte atmosferische omstandigheden was de ontvangst van de zender bijzonder slecht.

In de vroege ochtenduren begon het verkeer in Bagdad weer langzaam op gang te komen, maar er waren geen voetgangers op straat te zien.

Volgens een inwoner van Bagdad die telefonisch contact wist te leggen met een bevriende zakenman in Jordanie, zouden de sirenes in Bagdad pas zijn gaan loeien, nadat de eerste bommen waren gevallen. Hij zei dat er zwarte rook boven de stad hing. (Reuter, AFP)