'Saddam heeft wapen dat van Israel een vuurzee maakt'; Jordaniers hopen op tegenaanval Irak

AMMAN, 17 jan. - De muezzins van Amman riepen vanochtend vroeg twee keer op voor het gebed. Een keer omdat dat door de wetten van de islam wordt voorgeschreven, de tweede keer, vlak daarop, om de gelovigen te vragen een gebed te wijden aan de bevolking van het buurland in het oosten. Toen kort daarna de schemering begon, verzamelden zich in het centrum van de stad kleine groepjes Palestijnen bij de cafes en de kiosken om te praten over de bombardementen op Irak. Ze hadden schorre stemmen en rood doorlopen ogen, na een nacht die niet in bed maar naast de radio was doorgebracht. In hun gesprekken speelde de hoop op een wonder echter een grotere rol dan de langs die weg verkregen informatie. “Wacht maar, over twee uur begint de tegenaanval van Irak. Saddam Hussein heeft een geheim wapen dat Israel in een vuurzee zal veranderen”, zegt een kleine man in een donkere jas, die met zijn vrienden bij een krantenstalletje heeft postgevat.

Hij heeft het de Iraakse leider zelf op de radio horen zeggen, althans, zijn buurman heeft zoiets gehoord. “Wie een oorlog begint is een dwaas, wie sneuvelt een held, wie blijft leven een lafaard”, vervolgt hij plechtig. “Wij hebben chemische wapens”, weet een ander, “daar kan niemand tegenop.” “Alle Arabieren zullen vandaag in opstand komen tegen hun leiders en tegen de Amerikanen”, voorspelt een derde. “De Amerikanen hebben geen schijn van kans.” Het klinkt niet boos, eerder wanhopig, alsof de mannen bijeen zijn gekomen om elkaar moed in te praten vlak voor de zoveelste teleurstelling voor de Palestijnse zaak.

Om drie uur bracht de Jordaanse radio de afgelopen nacht het nieuws van de geallieerde aanval op Bagdad, maar bij de reacties die in de loop van de ochtend werden doorgegeven ontbrak die van het eigen staatshoofd, koning Hussein. Ook de Palestijnse leiders in Jordanie onthielden zich van commentaar en het is niet ver gezocht om te veronderstellen dat beide zaken verband houden met elkaar.

Aan de poort van het koninklijk paleis en in de regeringsgebouwen kon men niets zeggen over de verblijfplaats van de koning of over het tijdstip waarop hij zich tot het volk zou wenden. De kantoren van de PLO, van de Palestijnse ambassade en van het Palestijnse bevrijdingsleger waren verlaten, op enkele bewakers en lagere functionarissen na.

In Tunis riep PLO-leider Yasser Arafat vanochtend op tot gewapende steun aan Irak, maar in Amman heeft de regering duidelijk gemaakt dat zij alleen verklaringen uitgeeft en men ging er vanochtend algemeen vanuit dat koning Hussein pas iets zou zeggen nadat hij met Saddam Hussein, de PLO en andere Arabische leiders had overlegd.

Volgens een Westerse diplomaat heeft Arafat een dag voor het aflopen van het VN-ultimatum aan koning Hussein gevraagd of hij de bewoners van de vluchtelingenkampen mocht bewapenen. De koning maakte in een televisietoespraak op 15 januari echter duidelijk dat hij ernaar streeft Jordanie buiten de gevechtshandelingen te houden en alleen aan de kant van Irak zal meevechten wanneer Israel de Jordaanse grenzen schendt.

Veel winkels bleven vandaag dicht in Amman, hier en daar had men ruiten van plakband voorzien om ze tegen breken te beschermen, de meeste scholieren hadden vrij en buitenlanders werd rond het middaguur aangeraden in hun hotels te blijven. Ook de luchthaven was gesloten. Daarmee bespaarde de koning zich een voor vandaag voorziene manifestatie, die makkelijk tot wrijvingen tussen opgewonden Palestijnen en de autoriteiten had kunnen leiden en na de jongste gebeurtenissen zelfs had kunnen worden aangegrepen om de oproep tot oorlog ook in Jordanie te laten klinken.

Gisteren werd namelijk bekendgemaakt dat de drie op maandag in Tunis vermoorde PLO-leiders (onder wie tweede man Abu Iyad) vandaag in Amman ter aarde zouden worden besteld. Zoals de zaken nu staan, blijven de drie lichamen, die volgens de islamitische wetten eigenlijk binnen 24 uur begraven hadden moeten worden, in Tunis.

In het gebouw van de Professional Union, een vereniging voor hoger opgeleid personeel, was vanochtend het comite bijeen dat in augustus alle Jordaanse mannen had opgeroepen zich te melden als vrijwilliger voor het leger van Irak. Volgens het comite zelf hadden binnen enkele dagen 40.000 strijders aan deze oproep gehoor gegeven. Destijds was het er een komen en gaan van enthousiaste supporters van Saddam Hussein. Nu tonen de leden zich somber en antwoordt hun leider op bijna alle vragen: “Dat is geheim.”

Wel wist hij duidelijk te maken dat er geen sprake kon zijn van het sturen van vrijwilligers naar Irak. “Saddam Hussein heeft 6 miljoen man onder de wapenen. Men heeft ons daar eigenlijk helemaal niet nodig”, vond hij. In plaats daarvan bereidde het comite nu terroristische acties voor die de Amerikaanse belangen over de hele wereld zouden treffen. “Onze mensen willen daarbij graag sterven.”

    • H. M. van den Brink