Rook boven Bagdad niet van chemische fabrieken; Gifgas niet geheel uitgeschakeld

ROTTERDAM, 17 jan. - Iraks installaties voor de produktie van chemische wapens (gifgassen) behoorden tot de belangrijkste doelen van de vliegtuigen en raketten die vannacht Irak bombardeerden. De zware rook die deze ochtend boven Bagdad hing en die door sommige buitenlandse correspondenten als 'zwart' en volgens andere als 'wit' werd omschreven, is prompt in verband gebracht met de vernietiging van de gifgasfabrieken.

Dat die installaties, brandend, de lucht in Bagdad zouden beinvloeden is niet waarschijnlijk. Iraks voornaamste fabriek voor gifgassen, zoals de zenuwgassen tabun en sarin en het klassieke mosterdgas, ligt bij Samarra, honderd kilometer ten noordwesten van Bagdad. Het onderzoekscentrum in Salman Pak, waar aan nieuwere strijdgassen als VX en BZ zou worden gewerkt, bevindt zich 25 kilometer ten zuidoosten van Bagdad. Al Musayyib ligt daar vijftig kilometer ten zuidzuidwesten van. Bij Al Musayyib worden basischemicalien voor gifgassen, in het bijzonder mosterdgas, geproduceerd. Het wordt gewoonlijk een petrochemisch complex genoemd.

De rook en stank in Bagdad zal in verband staan met de brandende raffinaderij bij de stad. Overigens mag worden aangenomen dat bij het bombardement op de fabrieken en laboratoria (er zou nog een onderzoekslaboratorium staan bij Mosul in Noord-Irak en nog een andere fabriek voor chemische voorlopers van gifgas bij Basra in het uiterste zuidoosten) belangrijke hoeveelheden gifgassen zijn vrijgekomen, zegt ir. M. van Zelm, directeur chemische research van TNO's Prins Maurits Laboratorium in Rijswijk. Bijna alle strijdgassen zijn goed brandbaar, maar ze verbranden pas volledig tot ongevaarlijke eindprodukten bij een erg hoge temperatuur: boven de 1000 graden Celsius. Bij een vooropgezette vernietiging van de chemicalien (in vredestijd) worden daarvoor speciale ovens gebruikt. In een brandende fabriek worden de noodzakelijke hoge temperaturen niet of slechts lokaal bereikt. De gifgassen, die als vloeistof in tanks staan opgeslagen, zullen daarom onvolledig verbranden of zelfs, chemisch onaangetast, verdampen.

Van Zelm wijst erop dat de vernietiging van de fabrieken voor chemische wapens vooral gezien moet worden als een strategische zet, die alleen op langere termijn effect sorteert. “Je mag aannemen dat Irak al lang tevoren veel munitie van de giftige chemicalien heeft voorzien. Die munitie bevond zich natuurlijk niet bij de fabrieken en zal misschien ook niet zijn uitgeschakeld.”