Radioloog dr. D. W. van Bekkum: 'Er wordt in ons land te weinig gefaald.'

Een interview met dr. D. W. van Bekkum, die onlangs afscheid nam als directeur van het Radiobiologisch instituut TNO in Rijswijk en als bijzonder hoogleraar in de experimentele transplantatiebiologie te Leiden lijkt misschien overbodig. Tenslotte heeft hij in de afgelopen drie decennia de weg naar de pers altijd goed weten te vinden, en zodra duidelijk was dat hij zich nogal ondubbelzinnig en openhartig placht uit te spreken wisten de media ook hem uitstekend te vinden. Een toegankelijke onderzoeker in een tijd dat anderen nog grote moeite hadden uit de ivoren toren af te dalen.

Ten tijde van de kernramp van Tsjernobyl, 26 april '86, werd hij op slag de meest geraadpleegde deskundige, ongeacht het crisisteam van deskundologen dat WVC in het leven had geroepen. Maar ja, wat wil je, in zijn instituut in Rijswijk was de meeste deskundigheid op stralingsgebied geconcentreerd: een unicum in ons land.

In zijn afscheidsrede, uitgesproken op 4 december jl. in de Pieterskerk te Leiden, deed Van Bekkum weer enkele opmerkelijke uitspraken. Zoals over de kosten van de gezondheidszorg, die algemeen geacht worden 'de pan uit te rijzen': 'Sprookjes, ' zei van Bekkum; 'sla de publikaties van ons eigen CBS er maar op na: de totale gezinsuitgaven stegen tussen 1980 en 1987 met 22, 5 pct, die voor medische verzorging met 23, 8 pct. Uitgaven voor hotels, restaurants en cafe's met 31, 7 pct, voor vervoer en verkeer met 23, 7 pct, die voor huisvesting inclusief energie met 33, 5 pct en voor auto's 35, 6 pct. De consument geeft zijn geld uit aan dingen die hij de moeite waard vindt, en gezondheid heeft een hoge prioriteit bij alle bevolkingen die een dak boven het hoofd hebben en een volle maag. Het is onbegrijpelijk dat de ziekenhuisdirecties en de dokters in de rijkste landen van de wereld zich laten gebruiken om de zorg te rantsoeneren. Het lijkt wel oorlog!'

TWEE BORSTEN VOOR (F) 55, -

'Ik denk dat deze weerzinwekkende ontwikkelingen een gevolg zijn van ons opvoedingssysteem, dat voornamelijk bestaat uit het voorlezen van onnozele of onzinnige verhaaltjes, en het leren napraten'.

De kern van deze alinea is het begrip 'weerzinwekkende ontwikkelingen', een typische Van Bekkum-uitdrukking. Hij heeft weerzin tegen alles wat in strijd is met de logica waartoe de hersenen van een gemiddelde Nederlander in staat zijn. Zo had hij weerzin tegen het gehannes van de overheid met het opzetten van een bevolkingsonderzoek op borstkanker. Die weerzin besloop hem al in 1982 en hij besloot dat het bevolkingsonderzoek dan maar in de regio Rotterdam moest beginnen. Sedert 1986 functioneert het daar onder auspicien van het Integraal Kankercentrum Rotterdam. Alle vrouwen van 40 jaar en ouder kunnen bij het Borst Onderzoek Centrum een mammogram laten maken: twee borsten voor fl. 55. Een jaar later (of voor de 50-plussters na twee jaar) worden ze dan opnieuw opgeroepen. Het programma verloopt tot volle tevredenheid en wordt nu zoetjesaan 'ingepast' in het landelijke systeem, waarbij de betaling is vervallen.

Iemand die zich onderscheidt door dadendrang maakt zich niet altijd geliefd. Sommigen namen Van Bekkum kwalijk dat het IKR 'het landelijke bevolkingsonderzoek' doorkruiste, een weinig reeel verwijt zolang dit bevolkingsonderzoek nog niet was georganiseerd, laat staan functioneerde. Hierbij gevoegd dat Van Bekkum niet altijd uitblinkt door diplomatiek woordgebruik maakt dat ongetwijfeld lieden zullen zijn die opgelucht vaststellen dat hij het veld ruimt.

U vertrekt als hoogleraar in Leiden, als directeur van het Radiobiologisch Instituut TNO, als voorzitter van de stichting Biowetenchappen en Maatschappij... er blijft niet veel over.

'Allereerst, ik kan onderzoek blijven doen in het instituut, waar ik twee interessante projecten leid. Verder houd ik het jus promovendi nog vijf jaar, dus ik kan als promotor optreden. Ook blijf ik betrokken bij het Integraal Kankercentrum in Rotterdam, dat o.m. het borstonderzoek voor vrouwen heeft georganiseerd.'

Dat is nu toch door de overheid overgenomen?

'Nee... niet overgenomen... ons systeem wordt ingepast in het algemene bevolkingsonderzoek. De integrale kankercentra zijn daarvoor samen met de GG en GD's verantwoordelijk.'

Dat wil zeggen: het wordt beperkt tot vrouwen tussen 50 en 70 jaar.

'Wel, we hebben een succesje geboekt - de bovenste leeftijdsgrens is vervallen, en voor heel Nederland geldt nu dat ook de vrouwen boven 70 jaar kunnen meedoen'

Maar de groep tussen 40 en 50 jaar... ?

'Nee, die niet, en dat vind ik jammer want het risico is in die leeftijdsgroep al voldoende groot om er naar te kijken. Maar het is nu eenmaal moeilijker om bij jongere vrouwen de tumoren op te sporen; de methodes moeten verbeterd worden. Daartoe bestaan wel mogelijkheden en er kan ook subsidie voor worden verkregen. In ieder geval houden we in de regio Rotterdam een unit draaiend waar deze vrouwen naar toe kunnen, buiten het gewone bevolkingsonderzoek om. De andere units in de regio Rotterdam, waar ook de Zuidhollandse eilanden en Zeeland toe behoren, worden nu successievelijk in het landelijke systeem ingepast.'

Een voordeel is dat het algemene bevolkingsonderzoek dat nu op gang komt, gratis is. Daarmee bereik je ook de lagere sociaaleconomische klassen.

'Ik ben er niet zo zeker van dat gratis beter is alleen omdat dan de lagere inkomens deelnemen. Er zijn wel andere mogelijkheden om dat te bereiken. De vrouwen in Rotterdam komen uit eigen beweging en hebben er fl. 55 voor over. Dat betekent dat die vrouwen gemotiveerd zijn: ze zijn geinteresseerd, ze lezen allemaal het schriftelijke materiaal goed... en dat zijn voor preventief onderzoek belangrijke dingen. Ik vind het wel goed als de mensen niet alles over zich heen laten komen omdat de staat het voor hen regelt.'

Zoiets als het teveel aan stoplichten in de stad... de verkeersdeelnemers verleren zelf goed uit te kijken?

'Zeker, daar kun je het mee vergelijken. Het verkeer verloopt dan ook een stuk rustiger als de stoplichten zijn uitgevallen. Het enige probleem van dit bevolkingsonderzoek blijft, dat de mensen zich lam schrikken als er iets wordt gevonden. Dat blijft voor degenen die het treft erg beangstigend. Terwijl de boodschap moet zijn: wees toch blij dat het nu gevonden is en niet pas later als de kans op uitzaaiingen zoveel groter is.'

U vertrekt ook als voorzitter van de Stichting Biowetenschappen en Maatschappij. Die functie hebt u in 1988 van Prins Claus overgenomen. Dat is wel vlug. Wie wordt uw opvolger?

'Dick Dolman, de oud-voorzitter van de Tweede Kamer.'

Komt hij niet een beetje uit de lucht vallen?

'Nee, zeker niet... we zijn een half jaar bezig geweest de juiste persoon te vinden. Ik was natuurlijk zelf niet veel meer dan een interim-voorzitter, ik heb dat gedaan omdat Claus vrij plotseling naar PWT, de stichting voor Publieksvoorlichting Wetenschap en Technologie, overstapte.'

Vindt u dat de stichting Biowetenschappen en Maatschappij goed tot haar recht is gekomen in de achter ons liggende jaren?

'Nou... niet zo goed als ik had gehoopt. We hadden er op gerekend dat er via PWT veel meer geld voor onze stichting beschikbaar zou komen, dat we daardoor onze activiteiten konden uitbreiden. En dat is nogal tegengevallen. U weet, de stichting Biowetenschappen en Maatschappij werkt met een heel beperkte staf die alles zelf doet, op een schoen en een slof. PWT zit aanmerkelijk ruimer in de middelen.

'Maar misschien is het ook niet nodig onze voorlichting uit te breiden en moeten we ons blijven concentreren op de kwaliteit. Ik denk dat de tijd voorbij is dat de stichting de nadruk legt op het overbrengen van gepopulariseerde informatie. Een boel andere mensen doen dat al, en heel goed. Ik moet erbij zeggen dat ik daarin niet door iedereen wordt bijgevallen, maar het is mijn opvatting.

'Het wordt, vind ik, tijd om meer aandacht te besteden aan de maatschappelijke kant van de medaille. Want daar constateer ik dat niettegenstaande die sterk verbeterde voorlichting er nog veel onwetendheid bestaat voor wat de biowetenschappen betreft. Met nucleaire wetenschappen zie je trouwens hetzelfde. Het is kennelijk allemaal erg moeilijk, wat je ook schrijft.

'Er staan ons allerlei discussies te wachten, het rijtje is bekend: genetische modificatie, clinical trials, gebruik van foetaal weefsel, proeven met embryo's, in vitro fertilisatie, noem maar op. Soms komt de grootst mogelijke onzin over de tafel. Als dat straks in politieke banen geleid moet worden en de mensen moeten bespreken wat mag en wat mag niet dan zullen ze toch eerst moeten weten waar het over gaat.'

Wat je in de media aantreft dringt vaak snel door in de politiek. En dan moet je vaststellen dat sommige mensen in de Kamer nauwelijks weten waar ze het over hebben... ze hollen achter ieder sensatiebericht aan...

'Ja... vooral als het over biotechnologie gaat. Bijvoorbeeld dat kalf, dat door een genetische verandering geen uierziekte meer zal hebben. Dat moet volgens sommigen worden afgemaakt. Vragen in de Kamer. Ik begrijp niet goed wat men hier op tegen kan hebben: het gaat er toch om dat het beest in de wei kan wandelen met gezonde uiers?

'Er is nog veel niet goed wettelijk geregeld. Het gebruik van foetaal materiaal, daar heb ik veel mee te maken, altijd gehad. Vroeger werd er nog wel eens gewerkt met het transplanteren van foetale weefsels, in de hoop dat die minder 'graft versus host'-reacties zouden geven. Nu komt dat weer terug, met foetale hersencellen voor Parkinsonpatienten. Nou, ik beloof je wat... daar zit immers die ziel in of zoiets? '

Maar het is toch goed dat de samenleving zich hiermee bezighoudt? Ligt daar juist niet een taak van de stichting Biowetenschappen en Maatschappij?

'Zeker... en dat proberen we ook steeds, maar misschien moeten we nog meer aandacht besteden aan de maatschappelijke aspecten.'

De nadruk komt hoe langer hoe meer bij de ethische kant van de zaak te liggen. Hoe ziet u bijvoorbeeld de rol van de medische ethici? Terugkeer naar domineesland?

'U zegt het. Als het zo moet zijn dan moet het maar zo zijn. Ik wil me eventueel best conformeren. Maar ik wil ook dat de mensen zich realiseren wat het verschil is tussen een levende en een dode, en daar draait het veelal om. Hoe men een embryo van 8, 16 of 32 cellen kan identificeren als een levend mens... daar kan ik echt niet bij. Men maakt zich een vage voorstelling van wat eventueel voor misbruik mogelijk zou zijn in het jaar 2000-zoveel. En dan moet je dat nu al vast onmogelijk maken. Dan hadden ze de lucifers ook niet moeten uitvinden, want je zou er eens brand mee stichten.'

U staat bekend als zeer toegankelijk voor de pers, zonder de indruk te wekken voornamelijk aan uw eigen publiciteit te werken.

'Dank u... zeker, ik heb m'n best gedaan. Ik vind dat iedere wetenschapper dat zou moeten doen.'

Maar hoe taxeert u de Nederlandse pers, na al die ervaringen en al die contacten?

'Ik hield, ten tijde van de eerste harttransplantaties door Barnard, dat was in december 1967, nog wel eens een lezing over transplantaties. Het viel me op dat die zaken zo merkwaardig in de kranten kwamen. Ik heb toen een stencil gemaakt met een samenvatting van mijn lezing, met alle feitelijkheden erin. Toen ik in Rotterdam weer eens een voordracht zou houden heb ik dat aan alle journalisten die er waren uitgereikt. Van de zeven verschillende artikelen die hierover in de dagbladen verschenen waren er maar twee die een redelijke weergave van de feiten bevatten.

'Nou, als ik dat nu bekijk is de wetenschapsjournalistiek een stuk vooruit gegaan. Maar er zijn nu ook echte wetenschapsredacteuren. De problemen vind je alleen bij de 'fast food media'. Zoals bij de affaire Buck: de dagbladen hadden het snel op een rijtje. Jullie krant heeft zelfs nog een commissie geformeerd om tot een zuiver oordeel te komen... dat was uitstekend werk. Maar de televisie heeft het verkeerd gedaan.'

Zitten budgetteringen en bezuinigingen in onderwijs en onderzoek u erg dwars?

'Nou, er zijn wel een paar negatieve punten: dat het geld wordt beperkt terwijl niemand van de betrokkenen precies weet waarom dat nodig is. Wij zijn een van de rijkste landen van de wereld, en de laatste tien jaar heb ik in mijn branche van wetenschappelijk werk alleen maar bezuinigingen meegemaakt.'

Maar stel dat er genoeg wordt uitgeven. Dan moet je het er mee doen.

'Zeker. Maar dan krijg je het volgende: de overheid roept dat iedereen het nu verder zelf moet uitzoeken, binnen het budget; de universiteiten, TNO enzovoorts. Intussen zit het hele departement weinig anders te doen dan voor te schrijven hoe het moet. Dat zie je nu weer bij die onderzoekscholen... eerst zou er zoveel fl. 25 miljoen extra voor komen, maar dat gaat al niet meer door, en dus komt het neer op het schuiven met het geld van de universiteiten. Wel, als je iets nieuws wilt zul je er geld voor moeten geven. Nu noemen ze het straks onderzoekscholen, maar het blijven dezelfde instituten. De overheid zal er steeds meer haar stempel op drukken en de vrijheid van de universiteiten wordt erdoor beperkt.

'Nederland heeft de meeste bureaucratische lagen bij de verdeling van gelden voor wetenschappelijk onderzoek, van alle landen. Echt iets om trots op te zijn. Het is ongelooflijk wat je al moet passeren om enig support voor je onderzoek te krijgen.

'Om te beginnen moet het onderzoek bijna overal 'van maatschappelijk belang' zijn. Nou, hoewel ik een sterk ontwikkeld maatschappelijk gevoel heb, en dat is genoegzaam bekend, vind ik dat toch wel heel beperkend. Ook omdat men het er zelden over eens is hoe groot het maatschappelijk belang van iets is: het is een volstrekt subjectief begrip.

'Er zijn legio onderwerpen waar geen geld voor te krijgen is, omdat niet bij voorbaat vaststaat dat het onderzoek een succes wordt. We zouden in ons land meer geld moeten besteden aan risicodragend onderzoek, ook en vooral fundamenteel. Een onderzoeker moet ook de kans hebben eens te falen. Falen is heel belangrijk, daar leer je van. Er wordt in ons land te weinig gefaald.'

Maar alleen meer geld is ook de oplossing niet.

'Nee... minder bureaucratie misschien. Mijn hoop is gevestigd op de Europese eenwording. Wij zijn zo'n klein land dat we, hoewel we een flink aantal systemen hebben voor beoordeling en evaluatie van onderzoek, voor toekenning van eer en roem en promoties, er altijd weer dezelfde mensen in de commissies zitten. De bemanning is beperkt, je hebt een paar kapiteins waar je uit kunt recruteren, enkele stuurlieden en dan houdt het op. Mijn hoop is dat als we meedoen aan het eengeworden Europa de wereld een stuk ruimer wordt, en dat we onze experts grotendeels uit de buurlanden kunnen betrekken. Nu zitten we voortdurend in de tuin van onze buurman te gluren, dat is niet goed.'

Het is nu toch ook mogelijk?

'Ja, maar het gebeurt niet. Ik ben hier nu dertig jaar directeur geweest en ik ben er nog nooit in geslaagd om buitenlanders in mijn raad van advies te krijgen. Dat vond het departement niet nodig, dat wilde TNO niet. Dat vonden ze eng, denk ik. We zijn het enige radiobiologische instituut van Nederland, waar moet je dan radiobiologische deskundigheid vandaan halen? '

'Stel je nou niks voor van dat internationale van Nederland... het blijven kneuters, hoor!'

Met wat voor onderzoek bent u nu bezig?

'Mijn onderzoek? Nou, ik heb twee onzettend interessante onderwerpen die met beenmergtransplantatie te maken hebben.

Het eerste is een toepassing van beenmergtransplantatie bij een auto-immuunziekte, arthritis. Ik heb daarvoor een reumamodel bij de rat. Ik heb schitterende resultaten met beenmergtransplantatie bij ratten met reuma.'

Ik dacht dat er ook met prostaglandines...

'Ja, dat zijn de anti-onstekingsmiddelen. Je begint met aspirine en je eindigt bij corticosteroiden... die werken soms heel aardig, maar je ziet maar zelden permanente cures... en dat is ook te begrijpen, want het blijft toch een afwijking van het immuunsysteem.

'Maar wat doet de heer Van Bekkum? Die komt met z'n total body bestraling en gooit het hele immuunsysteem er met een grote klap uit. Alles weg. Dan bouwt hij een heel nieuw immuunsysteem op met een klein beetje beenmerg-stamcellen. En de lymfocyten die daaruit te voorschijn komen die doen het niet meer.'

Maar die ratten hebben geen echte reuma.

'Zo... nou, voor mij echt genoeg, hoor! Inderdaad, het is een kunstmatig geinduceerde reuma, maar de overeenkomsten met menselijke reuma zijn zo groot en talrijk... .er zijn ook maar enkele rattenstammen waarbij je het kunt induceren, net als bij de mens krijgt de meerderheid het niet. Ja, ik ben echt heel tevreden met dit model, dat zit wel goed. En tot mijn verrassing kun je die dieren volledig genezen.'

'Het tweede onderwerp is ook heel opwindend: xeno-transplantatie, dat is transplantatie van de ene diersoort naar de andere, in ons geval van de mens naar de muis. Je kunt in bepaalde gekweekte muizen het menselijk beenmerg en immuunapparaat laten groeien. Dat geeft de mogelijkheid onderzoek te doen in een muis in plaats van in de mens, belangrijk bij ernstige aandoeningen als Aids en leukemie. Maar ook voor gentherapie, om maar een voorbeeld te geven.'

    • E. J. Boer