Premier Lubbers: de wapens spreken

Hieronder volgt de tekst van de verklaring die minister-president Lubbers vanmorgen heeft uitgesproken voor radio en televisie.

“Het ongelooflijke is dan toch gebeurd. De wapens spreken; de wapens spreken. Het begon allemaal op 2 augustus vorig jaar. Bij ons toen een prachtige vakantiedag. Ginds de inval, de overval waarbij Irak het buurland Koeweit overmeesterde. Een brute schending van het internationale recht. De knechting van een land en volk. Sinds die 2de augustus vorig jaar zijn vijf en een halve maand, zijn 24 weken verstreken.

Sindsdien is veel gebeurd, veel gedaan. De Verenigde Naties kwamen samen; de Veiligheidsraad. In grote eensgezindheid besloot de volkerengemeenschap zich niet bij de brute feiten neer te leggen; niet de kop in het zand te steken; maar luid en helder te verklaren dat dit niet kon; dat dit niet kon; om zo paal en perk te stellen aan agressie. Zo kwam het tot resoluties van de Veiligheidsraad die Saddam Hussein opriepen zijn troepen uit Koeweit terug te trekken; en het niet nog erger te maken.

Het werden bange maanden. Wij herinneren ons allemaal nog het meeleven met de gijzelaars, met de gijzelaars en hun verwanten. Spanning, veel spanning tot zij dan eindelijk naar huis terug konden keren. God zij dank. En toen leek het even dat er wat licht in de duisternis begon door te breken. Zo werd het eind november en kwam de Veiligheidsraad, de Verenigde Naties - nu al weer ruim zes weken geleden - tot zijn laatste oproep; zijn laatste oproep aan Saddam Hussein om uiterlijk 15 januari zijn troepen terug te trekken. Dat was toen goed nieuws. Immers, opnieuw werd zo zes weken gegund, zes weken genomen om langs vreedzame weg tot een oplossing, tot een herstel van de internationale rechtsorde te komen.

En toen kort daarna - begin december - president Bush Irak uitnodigde voor gesprekken in Washington en Bagdad, leek er uitzicht. Helaas, helaas het is anders gegaan. Er bleek bij Irak geen bereidheid echt te spreken. Niet met Amerika, niet met wie dan ook. Tot op de laatste dag werd geprobeerd te praten. Velen gingen zeven maal zeven mijl om tot een vreedzame oplossing te komen; velen vanuit Europa en daarbuiten. Maar zij die wilden praten kregen een simpel nul op rekest.

Dit gold wel heel bijzonder voor de heer Perez de Cuellar, secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Van het begin tot het eind spande hij zich in. De apostel van de vrede, zelfs met al zijn inzet, al zijn beminnelijkheid en sprekend namens de gehele volkerengemeenschap, mocht niet slagen. Na teruggewezen te zijn door Saddam Hussein sprak hij: alleen God weet of het tot een oorlog komt; zo in feite een bede uitsprekend daar waar de mens te kort schoot. En zo hebben met hem velen gehoopt en gebeden dat dit niet hoefde te gebeuren. Maar nu, maar nu spreken dan toch de wapens.

Nederland, ons land, ons volk, heeft van het begin af aan, van 2 augustus tot vandaag, de lijn van de Verenigde Naties, de lijn van de internationale volkerengemeenschap gekozen. In die rechte lijn hebben wij ons aandeel genomen in de politieke inspanningen, in het embargo, ja ook in de militaire middelen. Materiaal en mensen. Onze gedachten gaan nu natuurlijk in het bijzonder uit naar al degenen die ginds hun plicht doen; naar de bemanning ook van onze schepen in de Perzische Golf en van de Patriot-eenheden in Turkije. De regering, ons land, ons volk, staat achter hen.

De wapens spreken. Er bleek helaas geen andere weg. Ja, ook onze mensen leveren ginds, uitgerust met het modernste materieel, een bijdrage aan het herstel van de internationale rechtsorde. Niet wijkend voor agressie en intimidatie. Weloverwogen werd besloten hen uit te zenden. Vrijwillig, alleen zij die ook zelf wilden; uitgezonden om recht en vrede te dienen. De regering heeft inderdaad bewust gekozen ook vanuit Nederland een concrete bijdrage te leveren; mee te doen. In ons parlement, in Tweede en Eerste Kamer, is hier brede steun aan gegeven. Dat is belangrijk. Laten wij elkaar vasthouden; en in het bijzonder achter onze mensen ginds staan.

Het is nu te vroeg om te oordelen over hoe het precies zal gaan, straks, morgen en overmorgen. Maar een ding staat vast: hoe droevig ook dat vandaag de wapens moeten spreken, het is ook een investering in de toekomst. Nederland doet mee aan de internationale inspanning. Wij staan achter president Bush die nu in lijn met de uitspraken van de Verenigde Naties leiding geeft aan de helaas noodzakelijke militaire operatie; leiding geeft ook namens ons.

En wat ons eigen land hier betreft, laten wij waardig zijn; elkaar steunen in de wens van allen om te komen tot herstel van recht; in de wens van allen ook dat het geweld niet van lange duur hoeft te zijn; dat er zo min mogelijk mensen sneuvelen, zo min mogelijk ook in het arme volk van Irak.''