Plan van Orkest en Schouwburg voor meer opera R'dam

ROTTERDAM, 17 jan. - De Rotterdamse Schouwburg en het Rotterdams Philharmonisch Orkest willen vanaf 1993 elk jaar een operavoorstelling produceren in de Schouwburg, om daarmee tegemoet te komen aan de vraag naar kwalitatief goede opera.

Ze hebben daartoe bij het ministerie van WVC en de gemeente Rotterdam een plan ingediend dat ervan uitgaat dat de overheid 1.3 miljoen gulden bijdraagt aan de kosten, die in totaal zijn begroot op 2.1 miljoen gulden per jaar. WVC zou daarvan driekwart en de gemeeente Rotterdam een kwart moeten betalen. Orkest en Schouwburg, die goede hoop hebben dat het plan doorgaat, zijn bereid samen zes ton te steken in de voorstellingen.

De bedoeling van Schouwburg en Orkest is elk jaar eind augustus een serie van zes voorstellingen te brengen van een eigen produktie, die op internationaal niveau staat. Het repertoire - niet in de sfeer van marge, experimenteel of alternatief - zou niet moeten concurreren met recente of toekomstige voorstellingen van de Nederlandse Opera, maar daarop een aanvulling moeten zijn. Zo is er een proefbegroting gemaakt voor Verdi's Otello.

Volgens de twee Rotterdamse kunstinstellingen is er sinds de opening van het Amsterdamse Muziektheater een tekort aan operavoorstellingen in Rotterdam ontstaan, terwijl daarvoor de belangstelling is gestegen. De Nederlandse Opera, die enkele seizoenen minder voorstellingen gaf om tekorten in te lopen, maakt de plicht tot spreiding niet waar en de komende jaren vermindert het Twentse operagezelschap Forum het aantal voorstellingen, ook vanwege financiele problemen. “Buitenlandse reisvoorstellingen bieden, zeker wat enscenering betreft, meestal onvoldoende kwaliteit”, zegt Kees Hillen, artistiek directeur van het Rotterdams Orkest.

Volgens Hillen beschikt het Rotterdams Philharmonisch Orkest naast de toekomstige chef-dirigent Jeffrey Tate, verbonden aan het Londense operahuis Covent Garden, over een groot aantal gastdirigenten met duidelijke belangstelling voor opera: Valeri Gergjev, Simon Rattle, Edo de Waart, James Conlon, Hans Vonk en Bernard Haitink. Ook gaat het orkest zich meer richten op concertante opera-uitvoeringen, zoals Zaide van Mozart, Blauwbaards burcht van Bartok, Un re in ascolta van Berio in het komende Holland Festival en De speler van Prokofjev, in 1993 onder leiding van Valeri Gergjev.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest wil door WVC worden ontheven van de plicht jaarlijks een voorstelling van de Nederlandse Opera te begeleiden. Volgens Hillen is die plicht een overleefd verschijnsel, nu de Opera dankzij het ontstaan van het Nederlands Philharmonisch Orkest veel minder dan vroeger een beroep hoeft te doen op andere orkesten. Dit seizoen is dat bij voorbeeld ook niet het geval; bovendien is het heen en weer reizen van het orkest tussen Rotterdam en Amsterdam inefficient en kostbaar.