Modaal salaris voor schaatsers 'magere' beloning

SARAJEVO, 17 jan. - De schaatsers van de kernploeg, die van morgen tot en met zondag deelnemen aan het Europese kampioenschap in Sarajevo, mogen dan nog niet zo goed betaald worden als topvoetballers of tennissers, toch zijn hun verdiensten de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen.

Een rijder als Bart Veldkamp ontvangt van de KNSB jaarlijks een bedrag van veertigduizend gulden voor sponsoring, reiskosten en zakgeld. Dit bruto-inkomen kan nog enigszins oplopen als hij kans ziet op de belangrijke titeltoernooien voldoende bonuspunten te verzamelen voor een speciale premiepot, waarin de schaatsbond dertigduizend gulden heeft gestopt. Aangevuld met 'schnabbels' als hier en daar wat winkels openen en lintjes doorknippen kan de topschaatser van tegenwoordig dus een modaal salaris op zijn rekening tegemoet zien.

Toch vinden met name de kernploegleden van coach Ab Krook dit alles wat aan de magere kant. Zij hebben met enige jaloezie kennis genomen van het feit dat de Noorse wereldkampioen Johann Olav Koss van zijn bond jaarlijks een bijdrage van 54.000 gulden ontvangt. Daarnaast kan hij in het Worldcup-klassement met een afstandstitel nog een aantrekkelijk zakcentje bijverdienen.

Sponsoring

De hoogte van de honorering zou in Nederland verbeterd kunnen worden door een andere wijze van sponsoring. De kernploegen van de KNSB krijgen al zeven jaar een financiele ondersteuning van Aegon, dat momenteel jaarlijks zeven ton aan de bond overmaakt. Volgens penningmeester Klaas IJff moet de werkelijke bijdrage van de verzekeringsmaatschappij worden geraamd op een miljoen gulden per jaar omdat er ook nog veel geld wordt uitgetrokken voor kleding en trainingsmateriaal zoals terrein-fietsen. De overeenkomst met Aegon stond tot dit seizoen geen co-sponsoring toe.

In landen als Zweden en Duitsland hebben de rijders de vrijheid om individuele sponsorcontracten af te sluiten. Dat levert de schaatsers per saldo meer op, maar dat geldt dan alleen voor de toppers. Stayer Geir Karlstad kreeg in zijn gloriejaren rustig tachtigduizend gulden per seizoen dank zij de kledingfirma Frank Shorter. Dat inkomen leek ook weggelegd voor Koss maar die moet nu toch met veel minder genoegen nemen. Al ontvangt hij door een gerichte vorm van sponsoring nog steeds meer dan zijn Nederlandse collega's. Sinds afgelopen zomer is het de Noren verboden om er een prive-geldschieter op na te houden. Tomas Gustafson heeft daar geen last van. De Zweed bezit dank zij zijn Olympische titels altijd nog zo'n aureool dat het schaatsen van rondjes op een ijsovaal hem per jaar vijftig a zestig mille oplevert.

SCHAATSTOPPERS

De Nederlandse schaatstoppers willen onder aanvoering van Veldkamp na het seizoen met de bond rond de tafel gaan zitten om tot een vergelijkbare bron van inkomsten te komen. Daartoe zouden er nieuwe geldschieters gezocht moeten worden. Volgens Ron Mulder, van 'Referee Sportsmarketing', het bureau dat enkele jaren geleden Leo Visser en Yvonne van Gennip begeleidde, is de schaatssport momenteel bij het bedrijfsleven populair genoeg. “Wij hebben al wat contacten in die richting. Maar Aegon zou dan, net als Nationale Nederlanden bij het volleybal, co-sponsoring moeten toestaan. Probleem is natuurlijk wel, waar breng je het extra logo aan? Op tv komt meestal alleen de schaatscap in beeld en die blijft ongetwijfeld voor de hoofdsponsor. Je kunt moeilijk een tatoeage op de linkerneusvleugel laten graveren. Je zou de inkomsten van de schaatsers verder kunnen verhogen door sponsors te zoeken voor uitzendingen van de NOS. En je kunt vaker dan nu het geval is de naam van een geldschieter aan een evenement verbinden.”

De Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijders Bond lijkt het commerciele inzicht van Mulder niet nodig te hebben. De KNSB heeft zelf al enkele gesprekken gevoerd met kandidaat-co-sponsors. Dat kon omdat hoofdsponsor Aegon zich ruimhartig opstelt. Henk van Savooyen van de verzekeringsmaatschappij: “Wij hebben geen enkel bezwaar meer tegen twee of drie namen op onze trainingspakken. Al betwijfel ik of de bond de inkomsten van die extra geldschieters direct in de zakken van de rijders laat vloeien. De gewesten zullen ook een deel opeisen.”

Wat dat laatste betreft is er nog verdeeldheid binnen de schaatsbond. Penningmeester IJff bevestigt het vermoeden van Van Savooyen. “De gewesten komen voor steeds hogere kosten te staan doordat de baanhuur voortdurend stijgt. Daarnaast zullen wij ook geld moeten vrijmaken voor het shorttrack. Het is wel leuk dat die sport een Olympische status heeft gekregen, maar het Nederlands Olympisch Comite heeft voor een goede voorbereiding geen cent over.”

VARIANTEN

Dirk van Zanten, vice-voorzitter van de bond en verder lid van de Begeleidings Commissie Kernploegen (BCK) en Begeleidingscommissie Sponsoring, geeft de schaatsers wat meer hoop. “Ik kom als bestuurslid altijd op voor de belangen van de sporter. We zullen wel zien of we de inkomsten van de jongens en meisjes kunnen verhogen. De mannenkernploeg wilde in Alkmaar al praten over een betere honorering, maar toen heb ik niemand gezien. Het is inderdaad beter dat we dit onderwerp even over de belangrijke toernooien heentillen. Als de bond nieuwe co-sponsors weet te strikken dan zijn er in mijn optiek drie varianten mogelijk. Of er komt een co-sponsor voor de totale bond. Of zo'n geldschieter adopteert de mannen, vrouwen of sprintploeg. Of we gaan co-sponsors per individu toestaan. Dat laatste lijkt me eerlijk gezegd ver van mijn bed.”

In de ogen van Van Zanten past het de Nederlandse topschaatsers niet om op het gebied van honorering hoog van de toren te blazen. “We kunnen qua verdiensten onmogelijk tippen aan een groot aantal andere sporten. Schaatsen is internationaal niet te vergelijken met tennis. In Australie kennen ze Becker wel maar Veldkamp niet. Als iemand zich kan verrijken dan moet hij of zij uit de kernploeg stappen en zich individueel laten sponsoren. Wij hebben daar als bond geen bezwaar tegen. Het lidmaatschap van de nationale selectie is een recht, geen plicht. Maar ik zie de voordelen niet zo. Van Gennip en Visser kwamen op een holletje weer terug naar de kernploeg. Dat zal toch niet geweest zijn omdat ze bij Ron Mulder zoveel konden verdienen? Die man had toen de grootste moeite een sponsor voor ze te vinden en eiste vervolgens natuurlijk ook nog zijn provisie.”

Voordat de onderhandelingen met de schaatsers ook maar in zicht zijn, wijst Van Zanten al op de maatschappelijke voordelen van een 'contract' bij de KNSB. “Degene die een schaatsbond weet met een beter klimaat voor de topsporter moet direct opstaan. Vanaf 1984 zorgt de Stichting Start dat de schaatsers ook in de maatschappij goed terecht komen. Daarvoor wordt elk jaar zeventigduizend gulden opzij gelegd.” En tenslotte: “Dat inkomen van Koss is toch niet zo hoog? Hij moet het immers nog maar zien te verdienen met overwinningen. Bij ons is een schaatser elk seizoen verzekerd van een vast bedrag.”

    • Erik Oudshoorn