Israeliers slaken zucht van verlichting maar blijven bang voor Iraaks gas

TEL AVIV, 17 jan. - Een oud, gebogen vrouwtje laat om kwart over acht haar hondje uit op de David Ben Gurion boulevard in het hartje van de doodsbange en doodstille stad Tel Aviv. “De zorgen zijn voorbij.” Zij lacht me toe met van vreugde tintelende ogen. “Ik voel me weer veilig. Als ik de radio goed heb begrepen, hebben de Amerikanen ons nieuwe hoop gegeven.”

Een paar straten verder staan mensen met gasmaskers in de hand bij een van de weinige krantenkiosken die open zijn. “Wat een opluchting”, zegt een man terwijl hij staart naar de onwezenlijke grote kop 'OORLOG' op de voorpagina van het net uitgekomen blad Ma'ariv.

“De mensen zijn blij”, zegt de kioskhouder. “Eigenlijk veel meer nog dan dat.” Hij is niet in staat zijn gevoelens noch die van zijn klanten goed onder woorden te brengen. Zijn blik naar de hemel zegt alles.

Bij het Hilton-hotel aan de Middellandse Zee-kust loopt een vrouw met een walkman op. “Ik weet niet of het gevaar al helemaal is geweken”, zegt ze. “Misschien heeft Saddam Hussein nog een paar raketten overgehouden die op Tel Aviv kunnen worden afgevuurd. Maar echt bang ben ik niet meer. Anders zou ik mijn gasmasker wel bij me hebben.” Uit de zak van haar windjack haalt ze een pakje in sodawater gedoopte natte doeken. “Als het gas komt, doe ik dat voor mijn mond. Dat moet toch genoeg zijn?”

De rit van mijn woonplaats Ramat Hasharon naar Tel Aviv kost normaal in het spitsuur bijna een uur. Vanmorgen doe ik er in de verlaten straten nog geen tien minuten over. Op instructie van het leger zijn de Israeliers vandaag thuisgebleven, bij hun gasmaskers of in de buurt van hun met plastic en plakband hermetisch afgesloten veiligheidskamers. Ook de altijd voorzichtige minister van defensie Moshe Arens zei vanmorgen bij zonsopgang, nog voordat de sirenes hadden geloeid, dat het gevaar van Iraakse raketten niet voor de volle honderd procent was geweken.

Alleen het personeel van bedrijven en instellingen die onder alle omstandigheden moeten doorwerken, is via radio Israel opgeroepen om met gasmaskers naar hun werk te gaan. Bij het ministerie van defensie in het centrum van Tel Aviv staan evenals bij bruggen en andere strategische punten in de stad soldaten op wacht, zij dragen gasmaskers.

Later op de ochtend gaan de grote supermarkten voorzichtig open, terwijl de banken op bevel van hogerhand ook hun deuren moeten openen.

Het nieuws over de massale luchtaanval op Irak ging vannacht als een lopend vuur door het slapende land. De mensen wekten elkaar telefonisch, nadat zij via radio Israel door de legerwoordvoerder waren opgeroepen om thuis te blijven, de dichte dozen met gasmaskers open te maken en voor verdere instructies aan de radio gekluisterd te blijven.

Op dat moment regende het in Tel Aviv, regen die de dodelijke Iraakse gassen snel onschadelijk zou hebben gemaakt als de raketten op de grootste joodse stad ter wereld zouden zijn gevallen. De angst voor de Iraakse raketten nam snel af toen kort na het einde van de regenbui berichten van de Amerikaanse tv-zender CNN, die werden overgenomen door de Israelische tv, erop wezen dat de Amerikaanse luchtmacht de H-2 en H-3 raketbases in het westen van Irak had gebombardeerd en onschadelijk had gemaakt. “We hopen dat het waar is”, aldus generaal Zeev Livni. “Naarmate de tijd verstrijkt wordt de kans kleiner dat we onder raketvuur komen te liggen.”

De Israeliers dankten vandaag de Amerikanen diep in hun hart voor de vernietiging van de Iraakse raketten, van de fabrieken waar gifgassen en chemische wapens worden gemaakt en voor de eliminatie van, zoals president Bush zei, “het Iraakse atoompotentieel”. Overlevenden van de holocaust kunnen niet vergeten dat de Amerikanen hen in 1945 uit de concentratiekampen in Hitler-Duitsland hebben bevrijd. Nu zijn de Amerikanen hen opnieuw te hulp gesneld.