In gevecht met de dril

SER - Svoboda Eto Raj (VIP - Vrijheid Is Paradijs). Regie: Sergej Bodrov. met: Volodja Kozyrev, Aleksandr Boerejev, Svetlana Gajtan. Amsterdam, The Movies; Rotterdam, Lantaren - Venster.

Naar verluidt werd de Russische film SER - Svoboda Eto Raj (VIP - Vrijheid Is Paradijs) in eigen land minder goed ontvangen dan op verschillende westerse festivals, waar regisseur Sergej Bodrov soms als een nieuwe Rossellini of Flaherty bejubeld is. Bij die discrepantie zou ik me iets kunnen voorstellen. SER is een realistische, soms bijna documentair aandoende film, die toegankelijk en tastbaar is, ondanks enkele merkwaardige ellipsen in het scenario. De vergelijking met Truffauts Les 400 coups ligt voor de hand; net als Antoine Doinel is het leven van de 13-jarige Sasja (Vladimir Kozyrev, wiens rol even autobiografisch is als destijds die van Jean-Pierre Leaud) getekend door kruimeldiefstallen, verblijf in tuchthuizen en een permanent gevecht met de dril door een liefdeloos maatschappelijk systeem. De tegenstelling tussen individu en samenleving is ook in recente Sovjet-films echter geen gebruikelijk thema. De keuze voor de sympathieke eenling, bijna een cliche geworden in de Amerikaanse en Westeuropese film, past slecht in de Russische denktrant, die de voorkeur geeft aan minder eenduidig drama. De titel van SER is bijvoorbeeld al veel te concreet, door expliciet te verwijzen naar een tatoeage op Sasja's hand met een weinig aan de verbeelding overlatende slogan voor gevangenen. In tegenstelling tot een andere recente film over een goelag-jongetje (Zamri - Oemri - Voskresni of Beweeg niet - Sterf - Sta weer op van Vitali Kanevski, binnenkort op het Filmfestival Rotterdam) mist SER de mysterieuze spiritualiteit en poezie, het gevoel voor het absurde, ook in de ongerijmde vormgeving, dat veel Russische films juist zo spannend maakt.

De transparantie van Bodrovs film is ook een kwaliteit. SER zou bij voorbeeld heel goed gepresenteerd kunnen worden als een film voor jeugdigen, een genre waarin Bodrov als scenarist zijn sporen al verdiend heeft. Bovendien bevat het verhaal over een jongen op zoek naar zijn vader, waartoe hij een lange reis onderneemt van het Aziatische Alma Ata naar een strafkamp bij Archangelsk aan de Poolcirkel, wel degelijk paradoxale kanten, ook al zijn die niet opvallend stilistisch verwerkt. Onderweg ontmoet het sproetenkind allerlei mensen, die hem helpen en verraden. Vooral bij vrouwen weet hij een gevoelige snaar te raken: een ex-minnares van zijn vader geeft hem onderdak maar waarschuwt later de politie, een hoertje gebruikt hem als knuffeldier, een kokkin geeft hem te eten, een leeftijdsgenootje uit de hogere stand wil dat hij haar zoent, een non doet bij politiecontrole of hij haar broertje is. Vaak gaat het verraad schuil achter bedrieglijke vriendelijkheid, zoals in het tuchthuis met een onmenselijk wreed regime, waar de jongens prachtig Ave Maria zingen. Het gedrag van de gouverneur van het kamp van zijn vader kan zelfs achteraf als een profetische allegorie van Gorbatsjovs politiek geinterpreteerd worden. Uit medelijden met de jongen staat deze hem geheel tegen de regels toe zijn vader, die verzwaard arrest heeft, te ontmoeten. Sasja mag zelfs slapen en eten in het gastenverblijf, waar een portret van Michail Sergejevitsj hem aanstaart. De volgende ochtend heeft de gouverneur de politie gebeld, die de ontsnapte jongen weer naar het tuchthuis terugbrengt.

Truffauts debuut heette in Nederland Zij kusten en sloegen hem, een idiote titel, maar zeer toepasselijk voor de dertig jaar jongere Russische variant. Het grote verschil is de afwezigheid van romaneske speelsheid. De werkelijkheid is in SER grimmig aan de buitenkant, terwijl er geen enkele kans op verlossing of bevrijding daagt. Het tranendal van Tarkovski en Sokoerov wordt draaglijk door het bewustzijn van een andere, innerlijke werkelijkheid, die in meer westers georienteerde recente Russische films (Taxi Blues, Kleine Vera) ontbreekt. Daardoor worden dat anekdotische, soms zelfs geestige kronieken van de grauwe ellende van alledag, onderhoudend, leerzaam en begrijpelijk, maar geen filmkunst van hoog niveau. SER is net een fractie beter en doet de contouren vermoeden van een echt interessante film. Misschien dat daarom de teleurstelling juist nog groter kan worden.

    • Hans Beerekamp