Geengageerd conceptueel werk in New York; Snoepen van kritische kunst

De tentoonstelling Rhetorical Image in 'The New Museum of Contemporary Art' in New York wil een bijdrage leveren aan de boeiende discussie over de vraag: kan beeldende kunst invloed uitoefenen op maatschappelijke gebeurtenissen?

Gastcurator Milena Kalinovska heeft werk bijeengebracht van twintig conceptuele kunstenaars, die verschillende nationaliteiten en generaties vertegenwoordigen, maar die gemeen hebben dat ze met hun werk op bepaalde politieke situaties reageren. Bij de beoordeling moeten twee criteria een rol spelen: is het politiek effectief? en: is het visueel interessant? Het meesterschap van de kunstenaar is niet in de eerste plaats van doorslaggevende betekenis, maar meer de (nationale) context waarin hij werkt. Visueel verliezen een aantal van de kunstwerken, buiten die context, hun zeggingskracht. Dit geldt bijvoorbeeld voor het banier van Braco Dimitrijevic, een Joegoslaaf die in Londen woont. Hij neemt foto's van gezichten van toevallige voorbijgangers, blaast die op tot gigantische afmetingen en hangt ze aan gevels van openbare gebouwen, een eer die meestal alleen wordt gegeven aan totalitaire politici. Hij begon hiermee in 1969 in Zagreb. De Braziliaan Cildo Moireles stempelde vanaf de vroege jaren '70 politieke boodschappen op bankbiljetten en colaflesjes (bijvoorbeeld 'Quem matou Herzog', Wie vermoordde Herzog, een journalist die in 1975 in gevangenschap onder onopgehelderde omstandigheden stierf) en hielp zo daadwerkelijk een politieke oppositie op gang tegen het toen heersende militaire regime. Van zijn werk hier, een vloerkleed van 'zero' bankbiljetten ('loop erover, loop erover', moedigt de zaalwacht aan), wordt men warm noch koud.

In ander werk staat de aandacht besteed aan de visuele presentatie, in geen enkele verhouding tot de magerheid van de ideeen, zoals de vloer met een muntstukken-mozaiek van Van Gogh's zonnebloemen van de Engelse Rose Finn-Kelcey. Het is precies de modieuze sociaal geengageerde kunst die het hier in vooraanstaande galeries op het ogenblik zo aardig doet. Onder degenen die vorm en inhoud het beste weten te balanceren behoren Ilya Kabakov en Krzysztof Wodiczko. Kabakov, meer een melancholiek commentator dan activist, is hier vertegenwoordigd met tien van zijn accordeonvormige albums, opgesteld in vitrines in een benauwd gangetje met gedempt licht. Het is een parodie op richtlijnen uit 1971 van de Sovjetautoriteiten aan psychiatrische klinieken hoe medische tekstboeken uit te stallen. Aan Wodiczko is een diaoverzicht gewijd van zijn toevoegingen aan vaak pompeuze regeringsgebouwen, museums en monumenten door middel van projecties. In 1983 bijvoorbeeld versierde hij het South Africa House in Londen met een hakenkruis, en hij voegde kernraketten toe aan het monument voor de Burgeroorlog in Brooklyn. Het visuele effect, zelfs op deze tweedehandse manier, is adembenemend. Achter in de zalen bevindt zich de 'Resource Room', waar bezoekers kaarten kunnen invullen met vragen over de relatie tussen kunst, politiek en publiek, die dan aan de wanden worden geprikt: een conceptueel kunstwerk op zich. Op een kaart met de vraag How do you see your role as a member of the museum's audience? ' heeft een bezoeker een leeg wikkeltje geplakt van een van de snoepjes van Felix Gonzalez-Torres' 'Untitled USA Today', dat bestaat uit een berg snoepjes in een hoek, in rode, blauwe en zilveren verpakking. Het is in ieder geval een tentoonstelling waar je wat van meeneemt. 'Rhetorical image'.

The New Museum of Contemporary Art. 588 Broadway, bij Houston Street, wo, do, zo 12-18 u, vr, za 12-20 u. T-m 3 febr. Inl. 09-1212-219-1355. De catalogus, waarin ook opgenomen is wat sommige denkers en schrijvers te zeggen hebben over de vraag of kunst de werkelijkheid kan veranderen, kost $ 20.