Galgehumor

“Eens kijken of God nu zoals altijd de kant van de zwakste kiest”, luidt de tekst van een affiche van de actiegroep Loesje, die morgen overal in Nederland verspreid zal worden. Loesje zal de komende tijd Nederland dagelijks van een nieuwe tekst voorzien.

Volgens woordvoerder Jan Verschure komt de speciale Loesje-Golf-redactie iedere middag om vier uur bijeen om aan de hand van de laatste ontwikkelingen in het Golf-gebied de nieuwe tekst te bepalen. Deze wordt vervolgens gelay-out ( “dat duurt ongeveer een minuut” ) en gekopieerd ( “drie minuten” ).

Per post ontvangen de 122 Nederlandse afdelingen van Loesje de volgende ochtend deze kopie, die ze op hun beurt ook weer kopieren en vervolgens verspreiden “op scholen, bij bedrijven die een band met de Golf-regio onderhouden en in kazernes”.

In totaal heeft Loesje zeshonderd leden in Nederland en honderd in het buitenland. Volgens de statuten heeft Loesje als taak “het bevorderen van de vooruitstrevende meningsvorming”.

In relatie met de Golfoorlog betekent dat volgens Verschure “het aanbrengen van enige relativering ten aanzien van de mannetjesputters die ons tv-scherm domineren en die zeggen de wereld met harde hand te willen bevrijden”.

Loesje verspreidt jaarlijks voor een bedrag van zestigduizend gulden aan affiches. De organisatie bedruipt zichzelf via donaties, lidmaatschapsgelden en de verkoop van onder meer boekjes, scheurkalenders, t-shirts en ping-pongballen.

De vraag is of oorlog en humor met elkaar te verenigen zijn. Jan Verschure vindt van wel, “al moeten we wel voorzichtig zijn”. De tekst “Zouden we ook meedoen aan de oorlog in de Golf als we het WK-voetbal hadden gewonnen?” is volgens hem dan ook voorlopig weer afgevoerd.

Aan de andere kant, meent hij, is het juist in een land als Israel waar de galgehumor op dit moment welig tiert.

Op stapel staan nog teksten als: “Vindt u het ook zo'n zooitje; des te meer reden om de dingen naar uw hand te zetten.” Met die mededeling lijkt Loesje niet alleen aan de 'vooruitstrevende', maar aan alle partijen tegemoet te komen.

    • Alfred van Cleef