Franse diplomatie liep de VS toch niet echt voor de voeten;

Het is nog niet zo opgevallen maar de Franse buitenlandse politiek verkeert in een crisis. Aan de Franse diplomatie ligt het niet. Die is als vanouds actief, bemiddelt als nooit tevoren en lanceert het ene Europese initiatief na het andere. Maar het einde van de Koude Oorlog heeft het ingewikkelde netwerk van vriendschapsbanden, waarmee Frankrijk zich naar alle windrichtingen had ingedekt, op de proef gesteld. Het is dan ook geen wonder dat men in Frankrijk enig heimwee koestert naar de tijden van De Gaulle, toen steeds een derde weg kon worden bewandeld.

Binnen de westerse wereld was die Franse eigenzinnigheid altijd goed voor irritatie. Het Franse terugtreden uit de militaire commandostructuur van de Navo in 1966 is nooit echt vergeten, ook al heeft men daarmee leren leven. Ook vandaag de dag kan men in verband met de Golfcrisis weer horen dat de Fransen de Amerikanen voor de voeten lopen en de westerse eensgezindheid ondermijnen.

In de ogen van de Atlantische buitenwereld zijn de Fransen hun 'gaullistische' streken nog niet verleerd. Zij varen nog steeds een eigen koers, dus waarom dat Franse heimwee naar de generaal? Begrijpen buitenlanders de Fransen soms beter dan de Fransen zichzelf?

Tot de val van de Berlijnse Muur wisten de Fransen beter dan wie ook waarmee ze bezig waren. Ondanks een maximum aan Europese retoriek koesterden de zij weinig vertrouwen in allerlei supranationale constructies, zeer realistisch werd het nationale belang vooropgesteld. Alles draaide daarbij om Duitsland, dat niet voor de vierde keer de Rijn mocht oversteken. Die obsessie met Duitsland zorgde ervoor dat de Fransen 'onbewust' veel van hun Oosterburen hebben overgenomen. Onder De Gaulle leidde dat tot een evenwichtspolitiek waarvan Bismarck alleen maar had kunnen dromen, waarbij iedereen tegen iedereen werd uitgespeeld, en iedereen te vriend werd gehouden.

Waar Bismarck in de vorige eeuw Frankrijk trachtte te isoleren, omdat hij veronderstelde dat daarmee wegens de kwestie-Elzas-Lotharingen toch geen vergelijk mogelijk was, daar opteerde De Gaulle voor een speciale band met het door schande overladen Duitsland, dat immers dringend om vrienden verlegen zat. Als Frans patriot kon De Gaulle zich ook niet voorstellen dat de Duitsers op den duur genoegen zouden nemen met de deling van hun land. De gebeurtenissen van het afgelopen jaar hebben hem daarin gelijk gegeven. De Gaulle begreep het Duitse vraagstuk beter dan de met schuldcomplexen worstelende Duitsers zelf.

Een Duitse 'Alleingang', waarbij de bondsregering zelfstandig tot onderhandelingen met Moskou zou overgaan, moest worden voorkomen. De manier waarop de Fransen dit probleem hebben aangepakt, getuigt van een zo geweldig inzicht in het hypocriete karakter van de internationale samenleving, dat daaraan enige esthetische waarde moet worden toegekend. De beide supermogendheden hielden het verdeelde Duitsland in een ijzeren greep, waardoor Frankrijk het vuile werk aan andere staten kon overlaten en zelf zijn eigen gang ging. Het gaullistische Frankrijk, veilig gelegen in het hart van de Atlantische wereld, volgde een 'derde weg' en klaagde over het onrecht dat 'Europa' in Jalta was aangedaan.

Erfvijanden

Onderwijl lieten de Fransen stelselmatig twijfels doorschemeren of de bondsrepubliek werkelijk wel zo'n trouw westers bondgenoot was, waardoor de regering in Bonn werd gedwongen in de goede betrekkingen met Parijs te investeren, om te bewijzen dat zulke angsten volledig ongegrond waren. Zo wisten de Fransen als oude erfvijanden van de Duitsers een voorkeursbehandeling af te dwingen en mee te profiteren van de economische kracht van de succesvolle Bondsrepubliek.

Dat spel is voorbij. Zo streeft Bondskanselier Kohl ernaar om met Polen net zo'n relatie als met Frankrijk op te bouwen. Hoewel dat mooi klinkt, zal men in Parijs vooral geneigd zijn deze woorden dubbelzinnig te interpreteren. Dubbelzinnigheid is namelijk wat de Fransen onder 'logica' verstaan, een opvatting die overigens van diep inzicht in de menselijke natuur getuigt. Het vooruitzicht door een Verenigd Duitsland op dezelfde wijze te worden behandeld als het wankele Polen, moet bij de Fransen onaangename associaties oproepen.

De onvermijdelijk geworden herorientatie van Duitsland naar het 'Wilde Oosten' moet zoveel mogelijk worden gekanaliseerd. Hoe dat moet, weten de Fransen net zo min als iemand anders, maar de status quo dient wat hen betreft zoveel mogelijk gehandhaafd te worden. Het liefst komen de Fransen samen met de Duitsers met visionaire plannen, 'om de logica van de Europese dynamiek te demonstreren'. Amerikanen en Britten mogen verder het schijnbaar minder noodzakelijk geworden Atlantische repertoire voor hun rekening nemen.

Dat de Fransen tot nu toe geweigerd hebben als volwaardig lid in de Navo terug te keren, de enige manier om in theorie enig tegenwicht te bieden aan een door Duitsland gedomineerd Europa, wijst erop dat zij op dit moment hun traditionele gevoel voor 'evenwicht' hebben verloren. Als er in dit op drift geslagen krachtenspel al een rol voor Nederland is weggelegd, dan ligt die in een poging de Fransen ervan te overtuigen terug te keren in het Atlantische gareel, waarbij nationale legers ten minste onder een geintegreerd oppercommando staan. Daarin passen bijvoorbeeld geen op Duitsland gerichte Hades-raketten, die de Fransen, met al hun Europese verhalen, voor de jaren negentig in produktie menen te moeten nemen.

Onder druk

Alsof het 'wonderjaar' 1989 voor de Fransen niet erg genoeg was, besloot Saddam Hussein op 2 augustus 1990 het verkeerde land aan te vallen, waarmee een eind kwam aan zijn stabiliserende rol rond de olievelden. Dat zet de Franse positie op verschillende manieren onder druk.

De Amerikaanse wereldhegemonie, die door de Fransen werd bekritiseerd maar waarvan zij enorm hebben geprofiteerd, is op een zodanige manier uitgedaagd dat een zware wissel wordt getrokken op het toch al afnemende economische vermogen van de Verenigde Staten. De Fransen kunnen het zich echter niet permitteren helemaal op een lijn met de Amerikanen te worden geplaatst, omdat daarmee de 'speciale' relaties met de radicale Arabische landen op het spel komen te staan. Vandaar hun omzichtig gemanoeuvreer, waarbij de Fransen verstandig genoeg zijn om binnen de resoluties van de Verenigde Naties te blijven. Hun permanente zetel in de Veiligheidsraad, waarop landen als Japan en Duitsland in de toekomst meer recht hebben, moet immers worden waargemaakt.

Bijkomend detail is dat Saddam Hussein door de Fransen bewapend werd en zijn rekeningen niet heeft betaald. Dat hangt nauw samen met de eigen koers die Frankrijk voor zichzelf had uitgestippeld.

Daarin past een nationale defensie-industrie, die sterk van de export afhankelijk is en daardoor niet al te kieskeurig kan zijn als het om klanten gaat. De Fransen staan met deze praktijk niet alleen, maar zij leggen wel de minste scrupules aan de dag.

Het gaat echter te ver te beweren dat de Fransen de Amerikanen bij de Golfcrisis voor de voeten hebben gelopen. Weliswaar waren hun gijzelaars als eersten vrij, een teken dat de Fransen altijd een reddingslijntje hebben uitstaan, maar nationale regeringen hebben de morele plicht hun eigen burgers zoveel mogelijk uit de vuurlinie te halen. Bovendien kon pas van een geloofwaardige militaire dreiging tegen Irak worden gesproken toen het probleem van de gijzelaars van tafel was. Dat zij zijn vrijgelaten was de zoveelste misrekening van Saddam.

De Franse diplomatie is echter niet in staat om via bevriende landen als Algerije druk op Saddam uit te oefenen om zijn troepen uit Koeweit terug te trekken. Door deze machteloosheid, een gevolg van Saddams weigering op het juiste moment verdeel-en-heers te spelen, is Frankrijk nu volledig op het westerse kamp aangewezen. Dat geldt niet alleen voor de Golfcrisis, maar ook voor de situatie in Europa, waar Frankrijk de Amerikanen, ondanks beweringen van het tegendeel, niet kan missen. Een Verenigd Duitsland is voor Frankrijk alleen te sterk.

De omstandigheden waaronder een gaullistisch Frankrijk kon gedijen zijn voorbij. De heimwee naar De Gaulle, die in Frankrijk hier en daar doorklinkt, lijkt eerder een teken dat de Fransen over genoeg zelfkennis beschikken om deze pijnlijke realiteit tot zich door te laten dringen.

De auteur is historicus en werkt bij de Rijksuniversiteit Utrecht

    • Dirk-Jan van Baar