Diemen is ouder dan u dacht; geschiedensi van Amstelland begint al in 1100

Tot nu toe namen historici aan dat de economische ontwikkeling van Amstelland, het veengebied tussen de duinen en het Gooi, zich in de 13de eeuw had ingezet. Maar uit recente opgravingen in Diemen blijkt dat dit proces in werkelijkheid ruim een eeuw eerder is begonnen.

Net als Amsterdam blijkt Diemen aanzienlijk ouder te zijn dan men op grond van schriftelijke bronnen aannam. De eerste schriftelijke vermelding van Amsterdam stamt uit 1275, terwijl de opgravingen die de laatste jaren in de binnenstad hebben plaatsgevonden lieten zien dat er al rond 1175 sprake is van een stedelijke structuur.

Diemen wordt al genoemd in een bron uit 1226, maar nu blijkt dat er al rond 1100 op deze plek een nederzetting werd gesticht. “ Dat er zich in de 12de eeuw een economische hervorming heeft voorgedaan, werd op grond van de opgravingen in Amsterdam al wel vermoed, maar nu blijkt dat die veranderingen veel fundamenteler zijn geweest dan we dachten. Het gebied rondom Amsterdam kende al in de tweede helft van die eeuw een zekere mate van economische bloei. Markt economie en zelfs geldhandel waren hier toen al geen onbekende fenomenen meer” aldus de Amsterdamse stadsarcheoloog J. Baart onder wiens leiding de opgravingen in Diemen werden uitgevoerd.

KOLONISTEN

Omdat er in Diemen een heel duidelijke opeenvolging van bewoningslagen werd aangetroffen hebben de archeologen nu een goed inzicht gekregen in de ontwikkelingen van af het moment waarop de eerste bewoners zich daar vestigden. Dat was rond het jaar 1100. Deze 'kolonisten' waren afkomstig uit de omgeving van Utrecht. Voor de ontginning van dit veengebied moeten ze ongetwijfeld toestemming hebben gekregen van de bisschop van die stad; die was namelijk de formele eigenaar van het gehele gebied.

De bewoners wierpen een terp op, op een plek tussen de Watergraafsmeer en het riviertje de Die, in het huidige Diemen Noord. Op die plek heeft men een aantal eeuwen lang gebouwd. De terp die ooit een hoogte heeft gehad van 3 tot 4 meter lag op het moment van opgraving 3 meter onder het maaiveld.

De eerste groep bewoners bestond uit ongeveer 500 mensen die woonden in kleine boerderijtjes en alles wijst er op dat men in eerste instantie slechts voor eigen gebruik produceerde. Maar daarin treedt al snel verandering op. Binnen een paar generaties neemt de omvang van percelen sterk toe en ook de in de woningen gevonden vondsten laten een toegenomen welvaart zien.

“Dat maakt deze opgraving zo belangwekkend. Er wordt een heel nieuw licht geworpen op de ontwikkeling van de hele regio. Voor het eerst kunnen we nu iets zeggen over de vroegste geschiedenis van dit gebied. Bovendien geven de onderzoeksresultaten ook direct nieuwe informatie over de manier waarop de eerste stedelijke agglomeraties in dit gebied, met name Amsterdam zich hebben kunnen ontwikkelen.”

Professionele schoenmaker

De groeiende welvaart en de snelle veranderingen in de economische verhoudingen laten zich het best illustreren aan de hand van een aantal voorbeelden. In de onderste, en dus oudste laag van de opgraving, werden leerresten en benen gereedschappen aangetroffen, volgens Baart een duidelijke aanwijzing dat de bevolking toen zelf haar schoeisel vervaardigde. In een hogere laag werden echter gehele schoenen aangetroffen en wat nog belangrijker is, schoenen die duidelijk door een professionele schoenmaker waren vervaardigd. Dat wijst niet alleen op specialisatie maar ook op een toegenomen welstand.

In dat zelfde beeld past de vondst van een munt die gedateerd wordt rond 1170. Een teken dat zelfs op het niveau van de dorpssamenleving de geldeconomie al was doorgedrongen. Alles wijst er op dat rond het einde van de 12de eeuw de boeren veel meer produceerden dan er voor eigen gebruik nodig was. Dit surplus werd verhandeld. Er ontstond een markteconomie.

In de regio Amstelland, waarin naast Diemen nog een aantal andere nederzettingen lagen, ontwikkelde Amsterdam zich tot regionaal handelscentrum en al snel daarna tot stad. Niet alleen werden de landbouwoverschotten daar verhandeld maar men betrok er ook de importprodukten, zoals aardewerk, laken en luxe produkten. Die kwamen voornamelijk uit Belgie, Duitsland en zelfs Engeland. “ De handelsstromen waren al veel uitgebreider dan we vermoedden en dat heeft ook weer gevolgen voor de omvang van de activiteiten in Amsterdam, die moeten ook groter geweest zijn dan gedacht”, is de duidelijke mening van de Amsterdamse stadsarcheoloog.

Niet alleen via de handel hadden de inwoners van Diemen contact met het buitenland, maar er is zelfs een vondst gedaan die er op wijst dat individuele bewoners al aan het einde van de 12de eeuw op reis zijn geweest naar Engeland. In een van de woningen werd namelijk een aan de Engelse heilige Thomas Becket gewijd pelgrimsinsigne gevonden. Deze heilige werd in 1170 in Canterbury vermoord en drie jaar na zijn dood heilig verklaard. Zijn graf was vanaf dat moment een van de belangrijkste pelgrimsoorden van Noord-West Europa. “ Een insigne zoals nu in Diemen is gevonden vormde het persoonlijke bewijsstuk voor een pelgrim dat hij het graf van de heilige had bezocht, en het kan er dus alleen maar op wijzen dat iemand van hier een tocht naar Canterbury heeft ondernomen”, aldus Baart.

VOORMALIGE HORIGEN

Hoewel dus een aantal vragen omtrent de vroegste geschiedenis van de regio Amstelland nu opgelost is rijzen er onmiddellijk ook weer nieuwe vragen. Zoals bijvoorbeeld de vraag waarom juist Amsterdam, dat - zo neemt men dus nu aan - rond 1175 werd gesticht, zich al snel tot een stedelijke agglomeratie ontwikkelde terwijl andere nederzettingen in de omgeving waaronder Diemen, altijd agrarische kernen zijn gebleven. Kwam dat louter door de geografisch gunstiger positie van Amsterdam of zijn er andere factoren? Hoe zit het met de demografie in die periode, want de hierboven geschetste ontwikkelingen zijn alleen mogelijk bij een voldoende bevolkingsdruk.

Een ander probleem is de verhouding tussen de lokale bevolking en de bisschop van Utrecht. Baart: “ Zoals ik het nu zie bestonden de verschillende groepen kolonisten uit voormalige horigen, die zich hier, zij het met bisschoppelijke goedkeuring en onder leiding van een door die zelfde bisschop benoemde schout, als vrije mensen hebben gevestigd. Misschien is het wel deze nieuwe vrijheid die de motor is geweest achter de economische veranderingen”.