De wereld als een groot bizar, elektronisch dorp

De absurditeit van deze donderdagmorgen is schokkend. In het Midden Oosten wordt een oorlog uitgevochten die zoals alle deskundigen zeiden, gruwelijker zou worden dan ooit tevoren. Maar hier komt de zon op volgens de dienstregeling en maakt er een stralende winterdag van. Mensen lopen met hun karretjes naar de supermarkt op het plein. De toverhazelaar staat in volle bloei en doordrenkt zelf de buurtuinen van een zwaar geparfumeerde geur. Van hoe ver is die boom te ruiken?

Het lijkt obsceen om daarover te denken, en men ziet onmiddellijk de concentrische cirkels voor zich op de landkaarten van het Midden-Oosten met de reikwijdte van de raketten. In alle oorlogen hebben schrijvers genoteerd hoe onaangedaan de natuur blijft onder menselijk geweld.

Dwangmatig terug naar de televisie. Op Nederland 1 is een uitzending aan de gang over de fragiliteit van botten van oudere dames door ontkalking. Door naar Nederland 3, de BBC en CNN. Wie nog mocht twijfelen aan McLuhan's voorspelling dat de wereld een elektronisch dorp zou worden, is nu wel genezen. Het is fantastisch, het is verbijsterend en het is bizar. De Amerikaanse president komt in het beeld, we schakelen even terug naar Saoedi-Arabie, een deskundige in Londen legt uit dat het inzetten van grondtroepen een gunstig teken is, en dan gaan wij weer over naar Bagdad.

Daar zijn geen beelden, er is alleen geluid. Er is slechts geluid. De televisiekijker vraagt zich enigszins verbaasd af waarom er geen beeldverslag van de bombardementen is, en waarom de reporters alleen vertellen wat zij uit hun hotelkamers zien. Veel zwarte rook en ook wat witte rook, men houdt de microfoon buiten het hotelraam. Maar wat is er nu echt aan de hand, vraagt de verwende kijker zich af. Hij is tenslotte gewend aan verschillende camera-instellingen, aan herhaling van de spannendste momenten en aan sterven in slow motion, een techniek die zo goed werkte in Bonny and Clyde en moderne westerns. Maar zelfs de Irakezen schijnen mee te werken aan de show, want de telefoon blijft werken.

In de gesprekken op straat en op het werk is niet veel meer te merken van de zorgelijkheid van de laatste dagen. Nu de oorlog eenmaal aan de gang is, lijkt er een eind te zijn gekomen aan de debatten over morele juistheid en rechtvaardigheid. Wie eerlijk was, moest toegeven dat er bij alle bezorgdheid en gewetensnood ook een verboden gevoel van nieuwsgierigheid meespeelde.

Nu de wedstrijd echt begonnen is, vallen de televisieverslaggevers naar het lijkt terug in hun routine van de Superbowl. De techniek, de tactiek, het moreel van de ploegen, dit wordt de Greatest show on earth. De toon is niettemin zakelijk, om niet te zeggen klinisch.

Dat kan men trouwens van de meeste media zeggen, ook in de afgelopen maanden. In vergelijking met vorige oorlogen is er weinig gesproken over vaderlandsliefde, over de verdediging van Recht en Vrijheid. Voor en tijdens de Falklandoorlog bijvoorbeeld hitsten de Britse kranten de natie op om ten oorlog te gaan en de BBC kreeg last omdat men ook de Argentijnse visie wilde laten horen. Ditmaal is de beschaafde pers ook gereserveerd en zorgelijk gebleven. Alleen de rioolkranten hadden wel zin in een vrolijke oorlog - was het niet de Sun die opriep om de Irakezen te 'nuken'? Is dit vooruitgang, om niet hysterisch maar met tegenzin en weloverwogen een oorlog in te gaan?

Tien uur na het begin van de oorlog zijn er alleen heren in krijtstreeppak op het scherm geweest, opgewekte mannen in safari-jasjes en overdadig opgemaakte ankervrouwen. Zij stralen de steriliteit van een operatiekamer uit, geheel passend bij de oorlog die een koele chirurgische operatie moet zijn om het kwaadaardige gezwel te verwijderen zonder omliggend weefsel te beschadigen.

Alleen de interviews met teruggekeerde piloten geven een gevoel van realiteit. De boys zijn opgewonden, hun ogen schitteren en ze vertellen dat ze wel angstig maar ook opgewonden waren. Hoge officieren citeren Saddam Hussein, zij spreken over 'the mother of all battles'. Ook dat is vervreemding: zou het niet de vader moeten zijn?