De strijd tegen onrecht en kwaad

President Saddam Hussein hield vanmorgen (9 uur plaatselijke tijd) de volgende rede voor de Iraakse televisie:

O groot volk van Irak. O zonen van onze glorieuze Arabische natie. O moedige leden van ons glorieuze gewapende strijdkrachten. O mensen, waar u ook bent, in uw vastradenheid het op te nemen tegen het Kwaad en zijn aanstichters, de ongelovigen, hun dienaars en hun bondgenoten.

Om half drie in de nacht van 16 op 17 januari hebben de lafaards een verraderlijke aanval gelanceerd en de Satan Bush heeft zijn misdaad begaan, hij en de criminele zionisten. De grote confrontatie, de moeder aller veldslagen, is begonnen, tussen het Recht, dat zal zegevieren met de hulp van God en het Kwaad dat zal wijken als God het wil.

Uw dappere zonen en broeders, afstammelingen van Mohammed en zijn profeten, afstammelingen van de gelovigen die de fakkel van de islam hebben gedragen, degenen die de mensheid heeft verlicht en geleid, wachten standvastig op hem en God helpt hen.

De misdadigers zijn gestrand. Fahd, de verrader van de heilige plaatsen, de verrader van de Arabische en van de islamitische natie, die zowel op dit ondermaanse als op de Dag des Oordeels, zal verliezen, is helaas niets anders gebleken dan een crimineel, een valse verrader.

God is met ons, mijn broeders, want hij is met de gelovigen en zal hen onontkoombaar naar de overwinning leiden. Met het begin van de confrontatie en van het verzet der gelovigen komt de dag van de redding van de natie naderbij, de dag waarop de tronen van de verraders, die zijn gegrondvest op corruptie, zullen vallen, de dag waarop de wil van de Satan in het Witte Huis en die van het wespennest van misdadigers in Tel Aviv zal worden vermorzeld.

Het geliefde Palestina en zijn strijdende, geduldige broeders zullen worden bevrijd, de hoogvlakte van Golan en Libanon zullen worden bevrijd. De Arabieren zullen vrij zijn op hun eigen grondgebied en alle onderdrukte volkeren zullen vrij zijn. Allah is groot. Allah is groot. Allah is groot.