De rijdende hangmat

Het uiteenvallen van het Westromeinse rijk in het begin van de vijfde eeuw had onder meer als gevolg dat het uitgebreide wegennet niet meer werd onderhouden. In de loop van de tijd werden deze wegen meer en meer onbegaanbaar. Als gevolg hiervan moet het gebruik van reiswagens sterk zijn afgenomen, maar een nog belangrijker oorzaak was waarschijnlijk de algemene verarming en de toename van de onveiligheid, die het ondernemen van lange reizen weinig aantrekkelijk maakte. Veel meer dan deze algemeenheden valt er over dit onderwerp niet te zeggen, want schriftelijke bronnen uit deze periode over dit onderwerp zijn schaars.

In West-Europa vergeten we wel eens dat de 'val van het Romeinse rijk' alleen de westelijke helft betrof. Het Oostromeinse rijk, met als hoofdstad Byzantium, later Constantinopel genoemd, overleefde nog zo'n duizend jaar. We mogen daarom niet aannemen dat de val van Rome een teloorgang van de wagenbouw of van andere technieken als gevolg had. Zeker niet wat de bouw van opgehangen reiswagens betreft, want veel overblijfselen van zulke wagens zijn gevonden in Thracie, een provincie die deel uitmaakte van het Oost-Romeinse rijk. Wel is het zo dat we ook hierover vrijwel geen documentatie bezitten, omdat tijdens de Turkse overheersing veel informatie uit de Byzantijnse periode, dus ook technische, verloren is gegaan.

VLECHTWERK

De belangstelling voor de geschiedenis van de wagenbouw vindt voor het eerst uitdrukking in het boek 'Koniglich-bayerische Wagenbauinspektor' Johann Christian Ginzrot in 1817 publiceerde over dit onderwerp. We weten helaas niet op welke bron de afbeelding van een opgehangen overdekte wagen teruggaat. De 'mandewagen' van vlechtwerk is bekend van reliefs uit de Romeinse periode, en deze heeft zich gehandhaafd tot in de moderne tijd, bijvoorbeeld in Portugal tot ongeveer twintig jaar geleden. Opvallend is dat de ophanging in principe dezelfde is als die van het relief van Arlon.

Uit de 10de eeuw zijn enkele berichten overgeleverd van Arabische reizigers in Noord-Europa. De aardrijkskundige en dichter al-Bekri, die in 1094 in Cordoba overleed, de stad waar hij ook had gewoond en gewerkt, vermeldt aan het einde van zijn bericht over de reis van de joodse koopman Ibrahim ibn Ja'qub, die omstreeks 967 het hof van de Duitse keizer Otto I bezocht, dat de koningen der Slavische volkeren reisden “ in grote en hoge wagens op vier wielen en met vier stevige zuilen, onder een rechte hoek, waaraan met dikke kettingen een met brokaat beklede draagstoel is opgehangen, zodat degeen die daarin zat geen last heeft van het schudden van de wagens. Ook voor zieken en gewonden werden zulke wagens gebruikt”.

Helaas is dit alles wat al-Bekri hierover vermeldt, maar het bericht is zeker geloofwaardig. Er zijn uit de 15de en 16de eeuw niet alleen afbeeldingen bekend van dergelijke aan kettingen schommelende wagenbakken, er zijn ook enkele bewaard, compleet met kettingen, maar helaas zonder de rest van het voertuig, in het Serego-Alighieripaleis in Verona, een uit 1549 en een uit 1572. Het lijkt er dus op dat hier een continue traditie van wagenophanging bestond.

TOONAANGEVEND

Engeland was wat de ontwikkeling van de wagenbouw betreft, tot in de Middeleeuwen geisoleerd van het vasteland, maar in de 18de eeuw werd het toonaangevende land wat betreft de bouw van rijtuigen. De middeleeuwse achterstand ten opzichte van het continent is gemakkelijk vast te stellen aan bijvoorbeeld de afbeeldingen bij een bewerking van de eerste zeven boeken van het Oude Testament (de Heptateuch) in de landstaal uit de eerste helft van de 11de eeuw door de Engelse abt Aelfric.

De episode waar de illustratie bij hoort is Genesis 41: 43, waar Jozef door de farao tot onderkoning wordt verheven: “ En hij liet hem rijden op den tweeden wagen dien hij had, en men riep voor hem uit: Eerbied! Aldus stelde hij hem aan over het gehele land Egypte.”

We zien dat farao's tweede wagen een rijdende hangmat is in deze Engelse interpretatie, die ons wat komisch aandoet. Misschien valt deze wagen onder het begrip 'carruca nutans', schommelende wagen, die ons uit die tijd schriftelijk is overgeleverd.

Deze afbeelding van de 'rijdende hangmat' is bekend sinds 1775, toen de historicus James Strutt er de aandacht op vestigde. De vorig jaar overleden, zeer in aanzien staande techniek-historicus Lynn White jr. had er moeite mee dit zonder meer te accepteren. Volgens hem was de hangmat in Europa pas bekend sinds Columbus het idee mee terugbracht uit de Caraiben, en zouden we de afbeelding uit de Heptateuch moeten interpreteren als een aan vier punten aan veren opgehangen wagenbak.

Het is waar dat Stradanus, die in 1580 in een reeks gravures, de 'Nova Reperta' een overzicht gaf van 'nieuwigheden' zoals brillen, de boekdrukkunst en het buskruit, ook 'America' illustreert met een schaars beklede Indiaanse (met een figuur zoals Rubens graag uitbeeldde), die op een geknoopte hangmat ligt.

ENGELS PSALMBOEK

White merkte op dat het Engelse 'hammock' en het Nederlandse 'hangmat' verbasteringen zijn van het Caraibische 'hamaca' en hij zag dat als argument dat de door hem geconstateerde afwezigheid van de hangmat in Europa in de Middeleeuwen zou bevestigen. Wat betreft de van touw geknoopte hangmat had hij vermoedelijk gelijk, maar hij zag toch iets over het hoofd. Dat is een afbeelding van een hangmat uit het Luttrell Psalter, een prachtig verlucht Engels psalmboek dat tussen 1320 en 1340 gemaakt is voor de Engelse landedelman Geoffrey Luttrell. Het plaatje van de hangmat wordt hierbij gereproduceerd, en het laat geen twijfel er aan bestaan dat de hangmat al zo'n anderhalve eeuw voor de reis van Columbus in Engeland in gebruik was. Het is daarom wel zeer waarschijnlijk dat de afbeelding van Jozef uit de 11de-eeuwse bewerking van Aelfric letterlijk genomen mag worden, en dat hij inderdaad in een hangmat zit.

Wonderlijk is dat Lynn White goed bekend was met het beroemde Luttrell Psalter, zoals we uit ander werk van zijn hand weten. Kennelijk heeft hij over de afbeelding van de hangmat heen gezien, iets dat natuurlijk heel goed voorstelbaar is, zelfs bij een zo intelligent en opmerkzaam man als White was.

Deze Engelse hangmatten zijn beide blijkbaar van stevig doek gemaakt, en ze zijn, wat dat betreft, in dezelfde lijn van ontwikkeling als de zeildoeken hangmat of 'kooi' die van het begin van de 17de eeuw tot ongeveer 30 jaar geleden als tijdelijk bed in vele Westeuropese marines in gebruik was. Het is in dit verband van belang dat de eerste maal dat in de 'Royal Navy' deze kooien vermeld worden, in 1597, ze 'cabbons or hanging beddes' worden genoemd, en niet 'hammocks'.

Op het moment lijkt de meest waarschijnlijke gang van zaken dat de zeildoeken hangmat een Engelse uitvinding is, die daar al in de 11de eeuw bekend was. Deze tijdelijke slaapplaatsen werden toen nog niet aan boord van schepen gebruikt, en ze waren nog niet op het Europese vasteland bekend toen Columbus uitvoer. Toen hij terugkwam, bracht hij de Caraibische geknoopte hangmat mee, met het bijbehorende woord 'hamac' of 'hamaca'. Toen een eeuw later de oorspronkelijk Engelse zeildoeken hangmat in vele Europese oorlogsmarines in gebruik kwam, werden ze pas op den duur met een of andere vorm van het Caraibische woord 'hamac' aangeduid.

    • A. Wegener Sleeswyk