De pianissimo's van Leertouwer lijken een schorre ochtendstem

Concert in de serie 'Sonates van Beethoven voor piano en viool'. Johannes Leertouwer (viool) en Julian Reinolds (piano). Programma: Sonate op. 12 no. 1, no. 2 en no. 3, en Sonate op. 23. Gehoord: 15-1 Kleine Zaal Concertgebouw, Amsterdam. Volgende concerten: 30-1 en 13- 2 aldaar.

Deze zomer vertolkte violiste Emmy Verheij alle Sonates voor piano en viool van Beethoven op een dag in de Beurs van Berlage. Nu geeft haar jongere collega Johannes Leertouwer eveneens een integrale uitvoering van deze tien sonates, ditmaal echter verspreid over drie concerten in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Toch is er ook met deze serie iets bijzonders aan de hand: Leertouwers partner bespeelt een door Frits Janmaat geleverde Weense Rosenberger-vleugel uit 1845. Met zijn warme en ronde, maar volstrekt heldere klank maakt dit fraaie instrument zowel een meer intieme als een meer gedifferentieerde kijk op Beethoven mogelijk.

Dat de eerste avond van deze cyclus op een ramp uitdraaide, lag dan ook niet aan de pianopartij, want pianist Julian Reinolds wist de mogelijkheden van de Rosenberger optimaal te benutten. Zijn voortreffelijke spel gaf blijk van een levendige muzikaliteit en een diepe affiniteit met Beethoven. Het probleem zat hem in de vioolpartij, die door Leertouwer werd gedegradeerd tot een troosteloze aaneenschakeling van holle frasen en betekenisloze klanken. Het is bijna onvoorstelbaar dat een violist met zo'n houterige en geforceerde streek, zo'n gebrek aan klankvoorstelling en muzikaal inzicht, dit seizoen werd aangesteld als viooldocent aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam.

Misschien nog het enige bewonderenswaardige aan Leertouwers interpretatie van de eerste vier Beethoven-sonates was dat hij er duidelijk hard aan gewerkt en goed over nagedacht had. Met grote inzet probeerde hij een gelijkwaardige muzikale discussie met de piano aan te gaan, maar steeds weer dolf hij genadeloos het onderspit. Wat niet in het vat zit, komt er nu eenmaal niet uit.

Leertouwers weloverwogen fraseringen klonken onzuiver en amechtig, zijn forte-spel wekte doorgaans associaties met het schrille geloei van een sirene en zijn pianissimo's deden te vaak denken aan het schorre gefluister van iemand die een nacht heeft doorgehaald. Akkoorden en dynamische accenten klonken als in woede dichtgesmeten deuren, spiccato's waren roestig, de meeste loopjes verliepen rommelig en van zingende melodielijnen kwam al helemaal niets terecht. Tegen zo weinig techniek en muzikale verbeeldingskracht is zelfs Beethoven niet opgewassen.

    • Wenneke Savenije