CNN wint de tv-strijd

WASHINGTON, 17 jan. - Van de vier Amerikaanse televisie-omroepen die afgelopen nacht slag leverden om het nieuws over de luchtaanvallen op Irak was CNN de onbetwiste winnaar. CNN had maar liefst drie correspondenten in Bagdad, tegen Amerikaans regeringsadvies in.

Onder hen was ook een anchorman van CNN, Bernard Shaw, die tevergeefs een interview met CNN-kijker Saddam Hussein had proberen te krijgen. Gedrieen berichtten de CNN-journalisten per telefoon vanuit hun hotelkamer over de bombardementen op Bagdad. “Als u nog bij ons bent, dan kunt u de bommen nu horen. Ze raken het centrum van de stad”, berichtte CNN's Peter Arnett.

“O, o, er is een enorm vuur”, zei zijn collega John Holliman. “Het is ten westen van onze positie. Wow, holy cow. Dat was een grote vuurbal die we de lucht zagen vullen.”

De collega's van de andere, ook buiten de kabel via de ether verspreide omroepen, ABC, CBS en NBC, waren eveneens ter plekke maar hun telefoonlijnen werden op het belangrijke moment verbroken. Alle omroepmaatschappijen moesten uiteindelijk hun toevlucht nemen tot het materiaal van CNN. Voor ABC, dat de luchtaanval het eerst, vlak na half zeven plaatselijke Amerikaanse tijd, had bericht, was dat sneu.

De Amerikaanse minister van defensie, Cheney, zei gisteren dat zijn eerste berichten over het verloop van de luchtaanval de verslagen op CNN waren. Wellicht zat Saddam in zijn bunker naar de zelfde berichten te luisteren.

Andere omroepmaatschappijen dan CNN waren soms pompeus, alsof ze een lancering van de Apollo aan het verslaan waren en niet een oorlog.

CNN, eens door veel gevestigde omroepen in de VS en Europa verguisd als een parvenu, beleefde ook in Europa een nieuw hoogtepunt. Tot geruime tijd na het begin van de strijd maakte de zeer gerespecteerde Britse BBC vooral gebruik van CNN-beelden uit Irak en Saoedi-Arabie.