Bij slaaptherapie tegen psychiatrische ziekten vielen doden

In het Australische Chelmsford Private Hospital bij Sydney zijn tussen 1963 en 1979 24 psychiatrische patienten overleden die een therapie ondergingen waarbij ze met barbituraten en tranquilizers langdurig (tot 14 dagen) in slaap of in een comateuze toestand werden gebracht. Negentien andere patienten pleegden zelfmoord binnen een jaar na de therapie. De meeste patienten ondergingen in hun verdoving een tiental elektroshocks. De doden vielen meestal door bijwerkingen van de slaapmiddelen.

Drie artsen en twee hoofdverpleegsters zullen nu voor een medisch tuchtcollege verschijnen en worden waarschijnlijk ook strafrechtelijk vervolgd (New Scientist 5 jan.).

De kwade genius achter de behandelingsmethode was de psychiater Harry Bailey. Hij ging ervan uit dat tijdens de slaapperiode de geest van de patienten op vakantie werd gestuurd, wat hun genezing zou bevorderen. Patienten met geheel verschillende verschijnselen werden aan de therapie onderworpen: alcoholisten, heroineverslaafden, schizofrenen en lijders aan acute depressie. Bailey heeft regelmatig op overlijdensaktes een verkeerde doodsoorzaak opgegeven. De commissie constateert dat Bailey de medische stand ook in discrediet heeft gebracht door midden in de nacht vrouwelijke patienten naar zijn huis te laten brengen.

Bailey pleegde in 1985 zelfmoord. De commissie begon in 1988 haar onderzoek. De eerste klachten over de behandeling in Chelmsford dateerden al uit 1964 maar werden door de gezondheidsautoriteiten jarenlang afgedaan als grootspraak van ex-patienten.

Slaaptherapie werd in de Tweede Wereldoorlog wel toegepast, volgens een Britse psychiater in New Scientist, bij de behandeling van soldaten die aan het front een shock hadden opgelopen. Later is de therapie tegen schizofrenie toegepast, maar slaaptherapie wordt nu als archaisch beschouwd.