Baker belt v.d. Broek: aanval 'very soon'; Ter Beek kreeg signalen van aanval uit eigen departement

DEN HAAG-PARIJS, 17 jan. - De Nederlandse minister van defensie, Ter Beek, zat gisteravond in zijn flat in Scheveningen naar het BBC-programma Newsnight te kijken toen hij om kwart voor twaalf door collega Van den Broek werd gebeld. De aanval zou “soon, very soon” beginnen. Dat waren de woorden geweest die de Amerikaanse minister Baker een paar minuten eerder tegen Van den Broek had gesproken. De hoffelijke Amerikaan had deze woorden vooraf doen gaan door de vraag: “Bel ik je uit je bed?” Van den Broek moest dat toegeven: “Met een oog dicht, weliswaar.”

Voor geen van de bewindslieden kwam de aanval als een verrassing. 's Middags al kreeg de top van Buitenlandse Zaken uit allerlei gesprekken met deskundigen op collega-ministeries in Europa de indruk dat alles op een aanval in deze nacht duidde. Minister Ter Beek: “Eerder op de avond kreeg ik uit de militaire sfeer binnen mijn departement signalen dat het nu snel ging gebeuren. Daarom was ik ook niet naar bed gegaan.”

Haastwerk was niet nodig. Ter Beek had ruim tijd om zijn beslissing te nemen. Het kabinet had eerder op de dag een nieuwe brief aan de Tweede Kamer gestuurd: er waren “geen feiten of inzichten” die een andere opstelling over de Nederlandse bijdrage rechtvaardigden”.

Een kwartier na Van den Broek belde de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten, vice-admiraal jhr. Van Foreest van de Admiraliteit aan de Van der Burglaan in Den Haag naar Scheveningen. Hij had via de Commandant Zeemacht Nederland in Den Helder van de schepen te horen gekregen dat “de zaak” zou beginnen. Ter Beeks eerste telefoontje ging naar vice-premier Kok, het tweede naar zijn vrouw in Coevorden en de volgende naar zijn medewerkers op het ministerie en bij de krijgsmachtstaf.

Om kwart voor een, een kwartier na het begin van de militaire actie in het Golfgebied, belde Van Foreest opnieuw. Het moment was nu aangebroken om het operationeel commando van de drie schepen naar de Amerikanen te laten overgaan, zei de admiraal. “Daar heb ik toen ja op gezegd”, zei Ter Beek, vanmorgen onderweg in een Fokker-27 naar Parijs, waar hij samen met zijn collega Van den Broek en andere EG-ministers over de toestand zou overleggen.

Het bevel van de minister ging de hierarchische weg terug: via Van Foreest naar de Commandant Zeemacht Nederland, vice-admiraal Haver Droeze en ten slotte naar de commandant van de taakgroep in de Golf, kolonel Kok. Vanaf tien voor een vannacht bevond het Koninkrijk der Nederlanden zich in staat van een gewapend conflict (sommigen zeggen oorlog) met de republiek Irak.

De twee Nederlandse fregatten bevonden zich op dat moment echter 1000 kilometer van de Koeweitse kust, ongeveer tussen Qatar en Dubai, ver buiten het strijdgewoel en nog buiten het bereik van de Iraakse luchtmacht. Het bevoorradingsschip Zuiderkruis ligt nog 200 kilometer verder weg. Maar dat zal op korte termijn verder richting Koeweit opstomen.

Hoever de schepen de Koeweitse kust zouden kunnen naderen, is op dit moment niet zeker. Ter Beek: “Zoals het nu staat, valt niet aan te nemen dat de schepen dichter naar het strijdgebied zullen opstomen in de komende dagen. Als de Amerikanen zich in die richting zouden bewegen, zouden we daar opnieuw over moeten praten.”

Minister Van den Broek was de eerste die, enkele minuten nadat hij het telefoontje van zijn Amerikaanse collega had ontvangen, premier Lubbers belde. Vervolgens nam hij contact op met zijn collega Ter Beek en daarna met vice-premier Kok. De gesprekken hoefden slechts kort te zijn; een korte mededeling volstond. In de dagen daarvoor was meer dan eens doorgesproken hoe het draaiboek zich verder zou voltrekken. Nadat minister Van den Broek nog met enkele medewerkers had overlegd, ging hij nog een paar uur slapen, om goed uitgerust vandaag de gesprekken met zijn collega's in Parijs te kunnen aangaan. Dat hij, voordat de aanval zou beginnen, door minister Baker zou worden gebeld, wist hij al enige tijd.

Hij had de afgelopen tijd “vrij geregeld” telefonisch met Baker gesproken. “Nu Nederland duidelijk had toegezegd dat het zijn schepen zou inzetten bij een actie van de Amerikanen tegen Irak, heb ik tegen Baker gezegd dat ik het niet zo prettig zou vinden om via CNN op de hoogte te worden gesteld van een aanval. Baker aarzelde in het desbetreffende gesprek geen moment: 'Jij krijgt persoonlijk bericht van mij', zei hij”.

Onmiddellijk na de telefonade van Van den Broek kwam het afgesproken draaiboek op de ministeries van buitenlandse zaken en defensie, algemene zaken, binnenlandse zaken en WVC in werking. Een groot aantal ambtenaren begaf zich midden in de nacht naar hun ministeries, de ministeriele voorlichters verzamelden zich bij hun bewindslieden of op het speciaal daarvoor aangewezen voorlichtingscentrum op het ministerie van binnenlandse zaken. Dat dit draaiboek nog niet meteen vlekkeloos verliep blijkt wel uit het feit dat er in de loop van de nacht vele tegenstrijdige berichten kwamen over de vraag of de ministers van defensie en buitenlandse zaken vandaag naar de afgesproken vergadering van de Westeuropese Unie in Parijs zouden gaan. Het ene ministerie meldde dat ze al onderweg waren, de andere woordvoerder zei dat de vergadering tot vanmiddag vier uur was uitgesteld, een volgende meldde formeel dat het vliegtuig waarmee de ministers zouden vertrekken al klaar stond, een vierde moest dat weer corrigeren.

Verder verliep de zaak goed, gisteravond was in het kabinetsoverleg afgesproken dat Lubbers, in het geval van een aanval, vanochtend om acht uur via radio en tv de bevolking zou toespreken en naderhand, indien het dat wilde, het parlement. Deze toespraak moest vrij persoonlijk van aard zijn. Voordat hij gisteravond in Rotterdam ging slapen had hij er al wat over nagedacht; vanmorgen om half zeven zat hij met de hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst, Van der Voet, al weer aan zijn toespraak te schaven.

Verkeert Nederland nu in staat van oorlog met Irak? Op die vraag gaf minister Van den Broek vanmorgen een antwoord dat men kon verwachten: “Wij zijn betrokken bij een militaire handeling in het kader van, zoals dat formeel heet, het herstel van de internationale rechtsorde op basis van uitspraken van de Verenigde Naties. In die zin is het optreden volstrekt legitiem.” Maar verkeert Nederland nu in oorlog? Van den Broek: “Het is maar net hoe je die term wilt uitleggen. Als je het grondwettelijk uitlegt, moet ik zeggen: wij zullen onszelf niet met Irak in oorlog verklaren, in de terminologie waarover de Grondwet spreekt”.