'Alle heilige huisjes Philips tegen de vlakte'

EINDHOVEN, 17 JAN. Nog geen drie maanden nadat Philips-president J. D. Timmer op 25 oktober aankondigde dat voor 1992 35.000 tot 45.000 van de 286.000 banen moesten verdwijnen in het kader van een grootscheepse campagne voor efficiencyverbetering, nadert de snoei-operatie in het thuisland zijn voltooiing. Het Philips' Natuurkundig Laboratorium in Eindhoven kreeg gisteren als laatste grote Nederlandse bedrijfsonderdeel te horen hoeveel banen er komen te vervallen.

Vaststaat inmiddels dat de efficiencycampagne in Nederland ruim 7.000 banen kost. Daar komt nog eens een verlies van 1.900 arbeidsplaatsen bij als gevolg van de saneringen bij de verliesgevende divisies Chips en

ormatiesystemen, die al eerder waren aangekondigd. In totaal daalt het personeelsbestand van Philips in Nederland dit jaar onder de 48.000. Ter vergelijking: op 1 januari 1987 had de Nederlandse organisatie nog bijna 75.000 mensen in dienst.

De vakorganisaties hebben de afgelopen maanden met grote welwillendheid gereageerd op de niet aflatende stroom van inkrimpingen. Bezuinigingen, waarvoor uiteindelijk geen enkele Philips-vestiging gespaard gebleven is. De bonden hadden ook geen andere keuze. Ze wisten dat hun leden bij Philips niet tot een massaal verzet waren te mobiliseren. Ze beseften ook dat het zelfstandig voortbestaan van de onderneming op het spel stond.

Daarom hebben de bonden zich van meet af aan geconcentreerd op een behoorlijke sociale regeling voor wat in het jargon eufemistisch 'de wijkers' heten. Daarom hebben ze zich bij de beoordeling van de inkrimpingsplannen doelbewust beperkt “tot marginale toetsing”. Mr. W. Ter Welle, bestuurder van de Federatie van Hoger Philips Personeel: “Voorkomen van blunders. Kijken of de risico's niet onverantwoord groot zijn. Dat is het enige wat we hebben gedaan.”

Halverwege de saneringen - in een aantal vestigingen moeten de reorganisatieplannen nog formeel worden goedgekeurd - constateert Ter Welle dat Philips de botte bijl “rucksichtslos, maar niet ongericht” heeft gehanteerd. “Overbodige taken zijn afgestoten, structuren versimpeld, functies geclusterd. Maar je kunt niet twintig procent van de populatie wegsturen zonder fouten te maken. In sommige gevallen zal later blijken dat de bijl toch te ver doorgeschoten is.”

De FHPP-bestuurder zegt dat de saneringen het soepelst en vakbekwaamst verlopen bij de bedrijfsonderdelen die in het verleden al vaker hebben gereorganiseerd. Bij andere bedrijfsonderdelen die in het verleden steeds buiten schot zijn gebleven, met name bij de divisie Licht, reageren de mensen, reageren ook de directieleden, “zoals elders binnen de onderneming tien jaar geleden”, meent Ter Welle. “Er heerst groot wantrouwen tegen de directie. En de directie doet haar uiterste best dat zo te houden. Als nog ergens binnen het concern de oude hierarchische, feodale, paternalistische structuren bestaan, dan is het bij de divisie Licht”, zegt Ter Welle.

Of de drastische personeelsverminderingen werkelijk leiden tot de gezondmaking van het concern, moet volgens de FHPP-bestuurder nog worden afgewacht. “Bezuinigen is natuurlijk al een vorm van gezondmaken”, zegt zijn collega J. de Graaf. Maar belangrijker vindt hij het veranderingsproces dat door de saneringsoperatie op gang is gebracht. “De mensen zijn wakker geschud. Ze zien dat de heilige huisjes binnen het concern een voor een tegen de vlakte gaan. Ze krijgen eindelijk oog voor de markt.”

De Graaf stelt ook vast dat er “een nieuw soort manager” opduikt binnen het concern. “Managers die niet beheren maar ondernemen. Managers die zich niets gelegen laten liggen aan bureaucratische regelgeving. Vroeger zouden dergelijke managers onmiddellijk afgeschoten zijn.”

Een paar jaar geleden was het volgens De Graaf ook nog “onbestaanbaar”, dat Philips-bedrijven zelf aanstuurden op verzelfstandiging. Geen hoger ideaal dan lid te blijven van de Philips-familie. “Nu vragen bedrijfsonderdelen als de machinefabrieken, PMF en Pope zich hardop af: wat moeten we nog binnen dat concern.”

De FHPP-bestuurders zeggen het niet met zoveel woorden, maar tussen de regels door klinkt opluchting over de manier waarop de grootste reorganisatie in de geschiedenis van Philips tot dusverre gestalte heeft gekregen. Geen enkele van de tientallen vestigingen, verspreid over het hele land, heeft tot nu toe de poorten hoeven sluiten. Maar dat kan nog komen, waarschuwen Ter Welle en De Graaf. Want na de saneringen bij de divisies Chips en Informatiesystemen, na de mondiale efficiencycampagne, volgt ook nog de zogenoemde 'portfolio-keuze'. Daarbij wordt bekeken welke slecht-renderende of branche-vreemde activiteiten moeten worden afgestoten of verkocht.

Voorlopig gaat de FHPP ervan uit, dat die schifting geen dramatische gevolgen zal hebben voor de Nederlandse bedrijfsonderdelen. Maar veiligheidshalve houden de FHPP-bestuurders toch een slag om de arm. “Vroeger wisten we precies wat we van Philips konden verwachten”, zegt de Graaf. “Maar drie maanden geleden is de software plotseling veranderd. Wat er nu uit het apparaat komt, blijft steeds een verrassing. We weten alleen dat het een stuk sneller dan vroeger gaat.”

    • Tom Buijtendorp