Vondels engelen-drama Lucifer door dertien jongeren; Het is niet leuk in de hemel

Voorstelling: Lucifer, naar Joost van den Vondel, door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Els van der Jagt; bewerking: Janine Brogt; vormgeving: Floor Oskam. Spel door dertien jongeren. Gezien: Stadsschouwburg Amsterdam. Nog te zien aldaar t-m 3-2.

Toneelgroep Amsterdam luidt traditioneel het nieuwe jaar in met twee samenhangende produkties. Dit jaar zijn dat twee boeiende en contrasterende Vondels. In de grote zaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg staat De Gysbrecht, als een college over classicistisch toneel geillustreerd door acteurs en objecten. In de bovenzaal spelen dertien jongeren het 'engelen-drama' Lucifer.

Vondel dicteert blinde gehoorzaamheid aan God als het hoogste gebod. Een opstand van engelen wordt bloedig neergeslagen. Het boeiende van het bijbelse scheppingsverhaal gaat in Lucifer verloren: de paradox dat God, als kroon op een volmaakt Paradijs, een wezen schept dat keuzes kan maken en nieuwsgierig is naar meer. In Genesis eindigt het verhaal dan ook op de drempel naar de moeizame, menselijke geschiedenis. In Vondels versie sleept aartsengel Lucifer de mensen als speelgoed mee in het verderf.

Het is een hele kluif om van Lucifer iets leuks te maken, maar regisseuse Els van der Jagt en dramaturge Janine Brogt zijn daarin geslaagd. De vitaliteit van de jonge spelers is hun uitgangspunt en de expressieve speelstijl krijgt nog meer vaart door zang, dans en filmische muziek. Onverhuld is partij gekozen voor Lucifer.

Bij binnenkomst in de hemel slaan rookkolommen de toeschouwer tegemoet, want Vondels 'bedroefde nevels' zijn letterlijk genomen. Een traliehek scheidt de toeschouwers van de engelen. Maar ook als het hek openzwaait en de nevel optrekt, wordt de hemel geen leuke verblijfplaats. Het enige verzetje van de engelen is het eten van gekleurde snoepkettingen. Dat doen ze, evenals het eren van God, zonder veel hartstocht.

Die laait wel op wanneer de knuppel in het hoederhok gaat. Maartje Hofhuis als Lucifer overtuigt als de trotse en woedende leidster van een engelenschaar. Vol fysiek zelfvertrouwen stapt zij rond en dat contrasteert met de starre houdingen van Gods dienaren. Gabriel is rechtstreeks afkomstig uit het 'al te sterke licht' voor Gods aangezicht; hij orakelt, rondtastend met zonnebril en blindenstok, Zijn boodschappen en spreekt als enige in de onbewerkte verzen van Vondel. Gods legeraanvoerder Michael moet zijn gezag vestigen door onhandig op stelten boven iedereen uit te torenen. De afvallige engelen worden steeds minder etherisch en barsten zelfs uit in een zeer lichamelijke Afrikaanse gevechtsdans.

Het spel krijgt een tragische ondertoon als Lucifer zich van haar mogelijk lot bewust wordt. Een meisje zingt dan onverwacht mooi op de achtergrond. Aan het eind verschijnt een duivelse Lucifer in een beeld dat regelrecht aan de video-clip ontleend is. De vitale musical van Els van der Jagt en Janine Brogt gaat niet het theologische diepe in. Dat is, gezien Vondels ideeen, maar beter ook.

    • Christien Boer