V. S. Naipaul niet langer toeschouwer

AMSTERDAM, 16 jan. - Het scheelde weinig of de schrijver V. S. Naipaul was gisteravond opnieuw, net als bij zijn vorige bezoek aan Nederland, weggelopen, uit irritatie over de domheid van zijn gehoor. Een Indiase bezoeker van Naipauls lezing in de Beurs van Berlage wilde al voordat de schrijver een woord had gezegd, een vraag stellen. De zaal hield de adem in: had de notoir kort aangebonden Naipaul niet zondagavond tegen Adriaan van Dis gezegd dat hij deze keer niet weg zou lopen - tenzij hij geprovoceerd werd? Maar deze keer volstond hij met een pinnige opmerking over de slechte manieren van de vragensteller. Dat strookte met de teneur van de rest van de avond en van zijn nieuwste boek, India, a million mutinies now, het derde inmiddels over India - Naipaul is milder geworden.

Na het verschijnen van zijn boek over de islam, Among the believers, wist de Arbeiderspers hem in 1982 tot een bezoek aan Nederland te verleiden. Het werd kort maar onvergetelijk: enkele leden van de PEN-club zaagden hem door over zulke onbenulligheden dat hij niet alleen de zaal, maar direct ook het land verliet. Juist om een herhaling te voorkomen was afgesproken dat Naipaul eerst zou voorlezen uit India, a million mutinies now en vervolgens enkele schriftelijk ingediende vragen zou beantwoorden.

Na zijn eerste bezoek aan India, twaalf jaar nadat de aspirant-schrijver zijn geboorte-eiland Trinidad voor Londen had verruild, schreef hij het somber gestemde An area of darkness. Maar nu bespeurt hij groei en hoop voor de toekomst. Dat zijn de muiterijen van de ondertitel: de persoonlijke bevrijdingen van mensen die zich losmaken uit de massa, zelfbewust worden, ambities gaan koesteren. Het chauvinisme dat daar onvermijdelijk bij hoort, neemt Naipaul voor lief. “Met een beetje geluk is dat chauvinisme niet meer dan een noodzakelijke fase waaruit later groei zal ontstaan.”

Opvallend is dat Naipaul zich nu minder bezig houdt met wat hij zelf vindt, en meer met wat zijn gesprekspartners vinden. “Helaas heb ik de meesten binnen anderhalf uur gefileerd.”

In zijn reisboeken - ongeveer de helft van zijn oeuvre van ruim twintig boeken - gaat hij niet op zoek naar avontuur. Hij logeert alleen in goede hotels, want een kapotte air-conditioning leidt alleen maar af. Belangrijker nog is dat hij alleen naar landen gaat waarbij hij betrokken is: “Het heeft geen zin de eeuwige buitenstaander te blijven”. Ondanks, of misschien juist dankzij zijn Indiase wortels, heeft hij echter genoeg afstand om helderder dan de Indiers zelf naar hun land te kunnen kijken. “De leefomstandigheden zijn er zo ellendig, dat de mensen die er wonen een beschermende vorm van blindheid ontwikkelen, een manier van niet-zien.”

Op een vraag naar zijn wortels in een specifieke cultuur reageerde Naipaul geprikkeld, zoals op elke poging hem in een cultureel of raciaal hokje te plaatsen. “Ik behoor tot vijf of zes verschillende culturen, zoals de meesten van ons hier. Waarom moet iemand voor een stammenidentiteit kiezen? Dan begrijpt u de hedendaagse wereld niet, dan had u dit briefje op een palmblad moeten schrijven.”