The Guardian

Terwijl het ultimatum verstrijkt is de publieke opinie in de verschillende landen van het bondgenootschap in vergelijking met vroegere peilingen alleen maar harder geworden. In Amerika eist George Bush wat meer steun. In Groot-Brittannie vooral is het de vraag of de bevolking wel volledig is voorbereid op de spanningen die zij mogelijk krijgt te verduren.

De Amerikaanse publieke opinie heeft tenminste het voordeel gehad wekenlang de debatten in het Congres te kunnen volgen. Engeland - zelfs gisteren - heeft voor een goed begrip van de opties, moeten afgaan op flarden van een Lagerhuisdebat, de ijverige Heath en de kritische Ashdown. Neil Kinnock was indrukwekkend: een sterkere speler, voor deze gelegenheid, dan de premier. Maar in een parlementaire democratie komt een oppositie die afziet van tegenspel altijd in de problemen. Labour mag daarvoor niet te licht worden gekritiseerd. De problemen waren enorm en de nadruk die Kinnock op onderhandelen legde werd al te gemakkelijk bespottelijk gemaakt door zijn politieke tegenstanders. Maar de regering is de afgelopen vijf maanden niet hard genoeg onder druk gezet: en het verzuim wreekt zich nu de regering zich met slogans probeert te redden.

De laatste uren voor een oorlog verdienen beter: en eerlijk gezegd, ook de Franse regering verdient beter (met de landen die haar steunen). Het lijkt erop dat enige koppeling tussen een Iraakse terugtocht en een Midden-Oostenconferentie neerkomt op zelfbedrog: Saddam zal er niet naartoe gaan. Maar “stel ons op de proef” zei Tareq Aziz vorige week. De Fransen trachtten die proef te nemen. Daarvoor verdienen zij enig krediet. Zou Engeland dezelfde individuele stappen hebben kunnen zetten? Dat is niet de rol die we onszelf hebben toebedacht (hoewel we, met de Amerikanen, het meeste voor de wereldgemeenschap zullen vechten en sterven).