Superliga in tafeltennis een misgreep

DORDRECHT, 16 jan. - Het experiment van de Europese tafeltenniswereld, de Superliga, heeft in de huidige vorm zijn langste tijd gehad. Typerend voor de malaise waren de lauwe reacties van de Nederlandse internationals nadat zij via een 5-2 overwinning op Tsjechoslowakije handhaving in de top-acht hadden afgedwongen. In deze wedstrijd staken de Top 12-deelnemers Mirjam Hooman en Paul Haldan in een uitstekende vorm.

De toenemende professionalisering van de tafeltennissport houdt bij lange na geen gelijke tred met het amateurisme van de - veelal uit Oost-Europa afkomstige - bestuurders van de Europese Tafeltennisunie (ETTU). In een professionale organisatie zou het instituut Superliga allang tegen het licht zijn gehouden. Vervolgens zou deze wedstrijden-reeks of van de agenda worden afgevoerd of op een geheel andere voet worden voortgezet. Vrijwel elke buitenstaander merkt bijvoorbeeld verbaasd op, dat de teams wel opmerkelijk 'vrouw-onvriendelijk' zijn samengesteld. De inbreng van de mannen is bijna vier keer zo groot als die van de vrouw.

Daarnaast is de Superliga niet voorzien van een bonus, die deelname voor de toppers aantrekkelijk zou maken. Vooral daardoor is competitievervalsing eerder regel dan uitzondering. De Zweden bijvoorbeeld, de laatste jaren de absolute heersers bij de mannen, maken er met fantasie-opstellingen regelmatig een potje van. Spelers als Waldner (individueel wereldkampioen) en Appelgren (Europees kampioen) voelen er niets voor om zonder behoorlijke tegenprestatie aan alle ontmoetingen deel te nemen. Alleen als er een kampioenschap kan worden veroverd, of als degradatie moet worden afgewend, zijn de vedetten bereid om hun bond ter wille te zijn. Maar van harte gaat dat niet. Typerend was dat Waldner vorig jaar wel aanwezig was bij Nederland-Zweden, maar alleen om het afscheid van zijn vriend Henk van Spanje luister bij te zetten. Toen de wedstrijd begon, zat de wereldkampioen al aan de cola.

Tot voor kort deden deze problemen zich in Oost-Europa nauwelijks voor. Maar de politieke ontwikkelingen in het oostblok hebben ook in de tafeltenniswereld hun sporen nagelaten. De meeste toppers zijn inmiddels uitgeweken naar het westen om daar een aardige zakcent te verdienen. En geen bestuurder die daar kennelijk nog enige invloed op kan uitoefenen. Typerend voorbeeld was de samenstelling van de Tsjechoslowaakse ploeg, gisteravond tegen Oranje. Marie Hrachova, halve-finaliste tijdens de Olympische Spelen van 1988, was afwezig vanwege een Europa Cup-optreden voor haar Franse ploeg. Vooral daardoor was coach Fulin al op voorhand aardig vleuggeillam.

Warming-up

De Nederlandse formatie was met Mirjam Hooman, Paul Haldan, Danny Heister en Trinko Keen wel op volle oorlogssterkte. Maar erg geinspireerd was de ploeg niet. Met name de mannen beschouwden de partijen toch vooral als een warming-up voor het 100.000 dollartoernooi in Munchen, dat komend weekeinde wordt gehouden, en voor de Europa Top 12 in Den Bosch twee weken later.

In het huidige tafeltennis gaat geld een steeds belangrijker rol spelen. En ook de Nederlandse toppers, die tot de Europese subtop behoren, zijn daar niet ongevoelig voor. Vandaar dat ze onlangs stevig sputterden, toen ze het gevoel hadden dat er van het sponsorgeld dat hun bond, de NTTB, van het verzekeringsconcern Eagle Star Leven ontvangt te weinig in hun richting vloeide. Tijdens het trainingskamp op Papendal, eerder deze maand, heeft Piet Romgens getracht het smeulende binnenbrandje te blussen. De topsportbaas gaf opening van zaken over de manier waarop de financien worden uitgegeven. Tevens zegde hij toe dat een bedrag van rond f 30.000, - aan onkostenvergoedingen bij de spelers terecht zou komen.

Hoewel de internationals dit als 'een fooi' bestempelen, hebben ze voorlopig toch besloten om maar niet meer te morren. Want de bond heeft zich op andere gebieden wel heel soepel opgesteld. De spelers hebben het recht om op de mouw van hun shirt een beeldmerk van de eigen sponsor te bevestigen. En verder mogen ze de helft van de te verdienen prijzengelden behouden als ze deel uitmaken van een door de bond uitgezonden en bekostigde ploeg. Wanneer het om een individuele uitnodiging gaat, zoals bij de Top 12, dan behoeven ze zelfs geen percentage aan de NTTB af te staan.

    • Ted van der Meer