Spoedoverleg PLO na moord op Abu Iyad

TUNIS, 16 jan. - PLO-leider Yasser Arafat is gisteravond uit de Iraakse hoofdstad Bagdad naar Tunis gevlogen om zijn vermoorde tweede man, Abu Iyad, de laatste eer te bewijzen.

Vandaag zit hij een spoedbijeenkomst van het leiderschap van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie in de Tunesische hoofdstad voor. Bronnen in Bagdad verwachtten dat zal worden gepraat over een verhuizing van het PLO-hoofdkwartier uit Tunis naar de Iraakse hoofdstad.

De Tunesische autoriteiten meldden gisteren “alle betrokkenen” bij de moord op Abu Iyad en twee andere PLO-leiders, 'minister van binnenlandse zaken' Hael Abdel-Hamid (Abu el-Hol) en Abu Iyads medewerker Fakhri al-Omari, te hebben gearresteerd. Onder hen is de feitelijke dader, Abu el-Hols lijfwacht Hamza Abu Zeid, die de drie in de villa van zijn werkgever neerschoot.

In eerste instantie werd de Israelische geheime dienst Mossad van de moord beschuldigd. Maar de Palestijnse guerrillabeweging Al-Fatah, waarvan Abu Iyad deel uitmaakte, en de PLO gaven later op de dag verklaringen uit waarin een “verraderspartij” van de moord werd beschuldigd. Daarmee bedoelde men Fatah Revolutionaire Raad van de tegenwoordig in Bagdad gestationeerde Palestijnse terroristenleider Abu Nidal, die een oude vete met Fatah en de PLO uitvecht. De lijfwacht maakte tot een jaar geleden deel uit van Fatah Revolutionaire Raad.

Volgens het PLO-persbureau WAFA zullen de Palestijnen op een later tijdstip worden ingelicht over de bijzonderheden “van deze lafhartige misdaad, die een enorm verlies voor de revolutie betekent”. “Deze misdaad zal niet ongestraft blijven”, beloofde WAFA.

Abu Iyad stond aanzienlijk afstandelijker tegenover Irak dan Yasser Arafat, en kort voor zijn dood had hij in een vraaggesprek met een Algerijnse krant nog twijfel geuit over de wijsheid van een koppeling tussen het Palestijnse probleem en Iraks bezetting van Koeweit, zoals Saddam Hussein en Arafat die voorstaan. “Ik wil niet dat mijn eigen zaak wordt geassocieerd met de vernietiging van de Arabische regio”, zei hij in het vraaggesprek, dat na zijn dood werd gepubliceerd. “We zitten in feite tussen twee vuren.”

Irak beschuldigde Israel en de Verenigde Staten gisteren van de moorden in Tunis. “Het tijdstip van deze lage criminele daad bevestigt zonder enige twijfel het sterke verband tussen deze agressie tegen het Palestijnse leiderschap en de voorgenomen agressie tegen Irak”, aldus een verklaring van de Iraakse regerende Ba'athpartij. (Reuter, AP, AFP)