Rol parlementen bij inzetten van leger is beperkt

LONDEN- PARIJS- BONN- ROME, 16 jan. - Nu de oorlog in de Golf nog slechts een kwestie van tijd lijkt, moeten politici in de landen die militair aanwezig zijn antwoord geven op de vraag: is een oorlogsverklaring nodig en wie is bevoegd om deze af te geven?

In Groot-Brittannie is de beslissing om daadwerkelijk een oorlog aan te gaan een recht dat uitsluitend aan de kroon toekomt. In de praktijk betekent het dat de regering op formeel advies van de Koningin tot oorlog kan overgaan zonder toestemming te vragen aan het parlement. De volksvertegenwoordiging kan achteraf invloed uitoefenen door wetgeving die uit de staat van oorlog voortvloeit weg te stemmen of door de regering via een motie van wantrouwen te vervangen door een andere.

Het Lagerhuisdebat ging gisteren formeel ook niet over de vraag of het land een oorlog moest aangaan. Het parlement kon zich alleen beraden over het gebruik van geweld in de Golf tijdens een debat over de dagelijkse motie over verdaging van de zitting. De 57 Labourleden die de symbolische unanimiteit doorbraken, maakten zich boos omdat discussie over een motie tot verdaging geen indiening van amendementen toelaat. Daardoor werd hun de kans ontnomen hun stem te motiveren.

In Frankrijk is volgens de grondwet van de Vijfde Republiek de president alleen verantwoordelijk voor het veiligheids- en defensiebeleid. Volgens een strikte interpretatie hoeft president Mitterrand de inzet van de Franse troepen in de Golf niet te onderwerpen aan parlementaire goedkeuring.

Een formele oorlogsverklaring door de regering moet ingevolgde artikel 35 wel onderworpen worden aan de goedkeuring van het parlement. In de Golf gaat het echter naar de opvatting van Mitterrand en premier Rocard om een actie in het kader van “collectieve veiligheid onder auspicien van de Verenigde Naties”. Zij vragen het parlement vandaag toch om een oordeel “uit respect voor de rechten en de waardigheid van het parlement”.

Volgens artikel 49, artikel 1, van de grondwet kan de regering een zogenoemde verklaring van algemene politiek ter goedkeuring voorleggen. Voor het eerst in de geschiedenis van de Vijfde Republiek heeft de regering voor deze procedure gekozen teneinde haar beleid in de Golfkwestie, en meer in het bijzonder de eventuele inzet van Franse strijdkrachten tegen Irak, door de volksvertegenwoordiging te laten sanctioneren.

Duitsland kan alleen als het zelf wordt aangevallen of als een van zijn NAVO-bondgenoten slachtoffer van agressie wordt en om bijstand vraagt, deelnemen aan een militair conflict. De oorlog aan een ander land als eerste verklaren is de Bondsrepubliek grondwettelijk verboden. Ook het inzetten van militairen buiten het NAVO-verdragsgebied, zoals in de Golf, is grondwettelijk onmogelijk. Kanselier Kohl heeft aangekondigd dat hij nog dit jaar een grondwetswijziging wil bevorderen die de inzet van Duitse militairen onder VN-commando mogelijk moet maken.

In artikel 115A van de Duitse Grondwet (Verteidigungsfall) is bepaald dat de regering de Bondsdag kan meedelen dat er sprake is van een aanval op het eigen grondgebied of dat er zo'n aanval dreigt. Als een meerderheid van twee derden in de Bondsdag dit oordeel deelt is het aan de bondspresident om het land in staat van een verdedigingsoorlog te verklaren.

In artikel 24 van de Grondwet is ruimte gemaakt voor het delegeren van nationale soevereiniteitsrechten aan internationale verdragsorganisaties als de NAVO. Maar de SPD heeft vorige maand al laten weten dat Irak in conflict is met de VN, niet met de NAVO. Wat haar betreft kan Duitsland dus niet militair bij de strijd in het Golf-gebied worden betrokken. De regering houdt het er op dat als Irak bijvoorbeeld Turkije aanvalt en dat land een verzoek om steun aan de NAVO doet, het Duitse leger zou kunnen worden ingezet.

In Italie wil het kabinet het parlement vragen in te stemmen met “een internationale militaire politie-actie”. Voor deze formule is gekozen om te onderstrepen dat eventuele militaire acties een logisch uitvloeisel zijn van resolutie 678 van de Veiligheidsraad.

De formule die het kabinet heeft voorgesteld speelt ook in op de bepalingen hierover in de grondwet, geschreven direct na de Tweede Wereldoorlog. Onder het kopje 'Fundamentele principes' in artikel 11: “Italie wijst oorlog ... als middel om internationale controverses op te lossen af”. Maar oorlog wordt niet uitgesloten, want “in pariteit met de andere Staten zijn beperkingen van de soevereiniteit die nodig zijn voor een ordening die de vrede en rechtvaardigheid tussen de Naties bevordert toegestaan”. Voor een formele oorlogsverklaring is instemming van het parlement nodig.

Belgie heeft een traditie van neutraliteit. De Belgische koning heeft volgens artikel 68 van de grondwet wel het soevereine recht om oorlog te verklaren en vrede te sluiten, maar oorlog heeft hij nog nooit verklaard. Anders dan in Nederland is daarvoor overigens geen goedkeuring nodig van het parlement.

Ook in de Golfcrisis wil Belgie zich nadrukkelijk niet in staat van oorlog met Irak bevinden. De taken die de strijdkrachten op zich hebben genomen in het kader van de operatie van de VN zijn defensief en bedoeld als ondersteuning van de coalitiegenoten.