Ook Nederland zal aan de verbrusseling moeten geloven

Wortels, zo heeft de Europese Commissie onlangs besloten, zijn geen groente maar fruit. Van wortels kan jam gemaakt worden en iedereen weet dat jam wordt gemaakt van vruchten. Zo ontdekken burgers, bedrijven en overheden in de twaalf EG-landen dat de Eurocraten in Brussel zich met alles wat los en vast zit bemoeien. Niet alleen met de verre perspectieven van een gemeenschappelijke buitenlandse politiek, een munt of handelsliberalisatie. Maar ook met de harmonisatie van de kwaliteitseisen voor oogwaters en voedselverpakking, met de maximale lengte van vrachtwagencombinaties en met vergoedingen voor passagiers die gedupeerd worden door overboekingen bij luchtvaartmaatschappijen.

Een Europese standaard voor toiletpapier heeft het onlangs net niet gehaald. Wel valt binnenkort een voorstel te verwachten voor een algeheel verbod op tabaksreclame in en kranten en tijdschrijften. De Europese Gemeenschap is een even ondoorzichtige als toegankelijke organisatie. Ondoorzichtig omdat het EG-circus van ambtenaren, ministers en parlementariers zich tussen Straatsburg, Luxemburg en Brussel beweegt. De ondoorzichtigheid wordt nog vergroot door de ontoereikende huisvesting van de EG: zowel het gebouw van de Commissie als dat van de Raad, waar de ministers vergaderen, hebben het uiterlijk en innerlijk van een regionaal bureau van een Oosteuropese centraal comite van de communistische partij. Veel formica en verouderde communicatie-apparatuur. Met negen officiele talen is de spraakverwarring compleet en heeft zich een nieuw Eurospeak ontwikkeld. Het is eigenlijk een wonder dat de EG werkt.

De werkzaamheden vinden plaats in verschillende instellingen die onontwarbaar met elkaar zijn verweven: de Commissie, het dagelijkse bestuur van de EG, de raden van ministers en op achtergrond het Europarlement. Grote invloed op de tot standkoming van van het EG-beleid hebben de ambtenaren verbonden aan de Permanente Vertegenwoordigingen, de 'ambassades' van de lidstaten bij de EG.

Bij de Nederlandse 'PV' zijn niet alleen ambtenaren gestationeerd van Buitenlandse Zaken, Landbouw en Financien, maar ook van Economische Zaken, Verkeer, Sociale Zaken, Antilliaanse Zaken, WVC en Binnenlandse Zaken. VROM, en Justitie zijn via BZ vertegenwoordigd. In Brussel kloont de Haagse overheid zijn Europese dependance.

In voortdurend overleg tussen de PV's van de twaalf EG-landen en de ministeries in de hoofdsteden en tussen de PV's en de ambtenaren van de directoraten-generaal van de Commissie krijgt het EG-beleid gestalte. Het is een circuit van deskundigen, die met inachtneming van nationale belangen de stukjes in de Europese puzzel op hun plaats leggen. Hun werk in Brussel onttrekt zich aan direct parlementair toezicht.

LEKKEN

Tegelijkertijd is het EG-bolwerk toegankelijker dan nationale overheden. Doordat ministers en ambtenaren uit twaalf landen bij de besluitvorming zijn betrokken, is er al gauw ergens een lek. Het nieuws ligt in de Europese wandelgangen voor het oprapen. Een snel groeiend leger Europese journalisten heeft er zijn handen vol aan.

In Den Haag houdt de Rijksvoorlichtingsdienst wekelijks een pietepeuterige 'briefing' voor journalisten over besluiten die uit de ministerraad zouden kunnen komen en geeft premier Lubbers daarna zijn vrijdagse persconferentie. In Brussel belegt de woordvoerder van de Commissie echter iedere dag een persconferentie, soms bijgestaan door Commissarissen. Even verderop, in het gebouw van de Raad waar de ministers vergaderen, spraken eind vorig jaar binnen enkele weken de Nederlandse ministers d'Ancona, May, Kok, Bukman en de staatssecretarissen Van Amelsfoort, Dankert en Simons - ver van de ego-strelende televisiecamera's - uitvoerig met de pers over de lopende EG-besluitvorming. Kom maar eens om zoveel openheid in Den Haag.

Bovendien gaat de EG-besluitvorming ergens over. Ondanks de soms pedante bemoeizucht van de Gemeenschap met details gaat zij in het kader van de voltooiing van de interne markt uit van liberale, marktgerichte uitgangspunten. De Commissie streeft naar grotere concurrentie, open markten en vermindering van marktverstorende bemoeienis door nationale overheden. Met de komst van de interne markt en de economische en monetaire unie hebben alle twaalf EG-landen daarmee rekening te houden.

Volgens prof. dr. L. A. Geelhoed, secretaris-generaal van Economische zaken zijn de EG-landen “souverein, maar niet langer autonoom”. De bevoegdheden van nationale overheden worden beperkt en in Nederland is volgens hem sprake van een “ruw ontwaken” nu Den Haag niet langer beschikt over onbeperkte beleidsvrijheid. “Nederland is op sociaal, economisch en cultureel terrein een extreem open land. Maar onze politieke besluitvorming is zeer introvert”, meent Geelhoed.

PITBULLS

Moeiteloos geeft hij voorbeelden van knelpunten tussen de Nederlandse eigenzinnigheid en de Europese dimensie. Het voorstel voor een fokverbod van pitbull-terriers (staatssecretaris Gabor, landbouw) zou wel eens strijdig kunnen zijn met het EG-gebod voor vrij verkeer van goederen. Ook het plan voor statiegeld op ijskasten (minister Alders, milieu) kan worden beschouwd als een handelsbelemmerende maatregel die in het kader van de interne markt niet is toegestaan.

De beperking van de Nederlandse souvereiniteit geldt niet alleen het macro-economische beleid of de dwingende noodzaak subsidies, uitkeringen en het financieringstekort meer in overenstemming te brengen met wat gebruikelijk is in de overige Europese landen. Geelhoed is er van overtuigd dat door Europese druk het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel minder ruimhartig zal moeten worden. Het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is gebaseerd op het kostwinnersbeginsel, terwijl de EG kiest voor een individuele benadering.

De snelle afwijzende reactie van minister De Vries (sociale zaken) vorige week op het rapport 'Een werkend perspectief' van de Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid, waarin gepleit om af te stappen van het kostwinnersbeginsel, was wat dat betreft symptomatisch. De sociale partners, de samenwerking tussen werkgevers, werknemers en overheid, vrezen dat het corporatistische tripartite sociaal-economische bolwerk zal worden gesloopt door de Europese eisen van individualisering en marktorientatie.

Op het gebied van milieubescherming voorziet Geelhoed eveneens ingrijpende verschuivingen onder invloed van de EG. Terwijl in Den Haag VROM druk doende is met het Nationaal Milieubeleidsplan Plus, stelt Brussel de grenzen aan de milieudadendrang. Een nationale milieu-eis die aan een produkt wordt gesteld, kan na 1992 worden uitgelegd als een technische handelsbelemmering die niet langer is toegestaan in de gemeenschappelijke markt. “Het ongeduld van minister Alders loopt stuk op Brussel”, voorspelt Geelhoed. Hij is van mening dat Nederland er beter aan doet typische nationale milieuproblemen aan te pakken, zoals het mestoverschot en de bodemverzuring door de landbouw. Andere milieu-ambities kunnen het beste op EG-niveau worden uitgewerkt.

Naarmate de EG steeds meer opschuift in de richting van een gemeenschappelijke markt zijn ook die terreinen die zich traditioneel weinig van Brussel hoefden aan te trekken, zoals onderwijs en cultuur, binnen EG-bereik gevallen. De grenzen vallen weg en cultuurpessimisten somberen over het verdwijnen van de nationale culturele identiteit, alsof binnen de bestaande nationale staten de regionale verschillen zouden zijn verdwenen. Van praktischer belang is de discussie over de toepassing van de regels van non-discriminatie op het onderwijs- en cultuurbeleid. Een voorproefje daarvan heeft Nederland al gehad toen de Mediawet, die het omroepbestel beschermde, werd afgeschoten door het Europese Hof.

Naarmate het Nederlandse onderwijs meer kiest voor een marktgerichte aanpak, zullen zich volgens Geelhoed steeds meer knelpunten met het Europese gebod van vrij verkeer van diensten voordoen. Nederlandse studenten kunnen massaal kiezen voor hoger onderwijs in het buitenland en vervolgens eisen dat de Nederlandse verworvenheden van studiefinanciering en een OV-jaarkaart worden getransponeerd naar de universiteit van Perugia of de London School of Economics. Theoretisch zouden alle Europese studenten een OV-jaarkaart kunnen eisen, anders zou het Nederlandse onderwijsstelsel discrimineren.

ALARMNUMMER

Nederland staat omvangrijke veranderingen in de nationale politieke besluitvormingscultuur te wachten door de ver-Brusseling van het dagelijkse leven. Anders kan het ons opnieuw vergaan zoals met de invoering van het nationale alarmnummer. Terwijl Nederland eind vorig jaar een campagne startte voor het nummer 06-11, werd in Brussel besloten dat alle EG-landen uiterlijk 1995 het Europese alarmnummer 112 moeten hebben. Den Haag belde met zichzelf en miste de verbinding met Europa.

    • Roel Janssen
    • Redacteur NRC Handelsblad