Hoesters

In een tijd waarin de wereld op springen lijkt te staan is het goed als je ook nog eens leest dat er van die mini-probleempjes bestaan als het endemische hoesten in Nederlandse concertzalen.

J. J. M. Hooghuis, Leiden.

Gelukkig kan dit kwaad binnen een week worden uitgebannen. Afgezien van de vaak droge warmte in die zalen en afgezien van een aantal griep- en andere patienten die daar niet thuis horen kan het hoest-gedrag voor een groot deel worden toegeschreven aan de angst voor het hoesten. Je denkt eraan en moet dwangmatig hoesten en dat werkt vaak nog aanstekelijk. Onderdrukken helpt niet tenzij je snel een hoestwerend zuigmiddel bij de hand hebt.

Aldus houd ik mijzelf, mijn vrouw en omringende hoesters stil. Ik heb nooit begrepen waarom er in programmaboekjes geen reclame wordt gemaakt voor Wybertjes, Potter's Linia e.d. Nog beter: deel proefpakjes uit bij de ingang of voeg ze bij het programma. Mensen die door hun kwaal of een zwaar ingebouwde rokershoest het hoesten niet kunnen laten horen niet thuis in een concertzaal, maar ik vermoed dat de meesten van hen daar ook niet komen. Ik denk, dat de zogeheten 'Hollandse onhebbelijkheid' (De Gier, NRC Handelsblad, 8 januari) snel kan worden verholpen. Probeer het maar.

2 De ergernis van medewerker Kasper Jansen en van M. J. E. G. de Gier en E. Bongers (NRC Handelsblad 8 en 11 januari) over het hoesten in de concertzaal is mij uit het hart gegrepen. Helaas kan men tegenwoordig nog ander onhebbelijk gedrag constateren, vooral bij opera- en balletvoorstellingen. Dat is het praten tijdens de voorstellingen.

Natuurlijk zou het slecht zijn als een theaterproduktie geen reacties zou oproepen. Sommige bezoekers echter schijnen met hun commentaar niet te kunnen wachten tot de voorstelling is afgelopen. Toen ik onlangs een kletsende dame naast mij in het Muziektheater vriendelijk verzocht haar opmerkingen te bewaren voor de pauze antwoordde ze verontwaardigd: “Ik mag toch zeker wel praten!”

Ik vrees dat langzaam het televisiekijkgedrag de theaterzaal binnendringt. Sommige theaterbezoekers lijken te vergeten dat ze niet thuis voor de buis zitten waar ze zonder anderen te hinderen doorlopend hun mening kunnen uiten. Wat mij betreft mogen deze mensen uit het theater wegblijven, tenzij ze bereid zijn rekening te houden met andere bezoekers. En om volledig te zijn: deze wens betreft uiteraard ook de hoesters, de dames met beugeltassen met luidklikkend slot waaruit dringend snoepjes met kraakpapiertjes (hoestbonbons hoop ik dan maar) moeten worden gehaald en mensen die het zo heerlijk vinden zacht mee te neurien met bekende muziek. Als ik niet oppas krijg ik nog een hoestbui van al die ergenis!

    • F. J. van der Dussen