Hagen sterker, Nedlloyd zwakker dan vorige keer

AMSTERDAM, 16 JAN. Eind 1987 kwam Torstein Hagen beleefd met 4 procent van de Nedlloyd-aandelen in zijn bezit en een optie op nog eens vijf procent op zak, de net nieuw aangetreden bestuursvoorzitter H. Rootliep aanraden het beleid te veranderen. Aanleiding van zijn optreden toen was de omstreden extra afschrijving van meer dan een miljard op de activa van Nedlloyd.

Nu meldt Hagen dat hij bijna de helft van de aandelen Nedlloyd vertegenwoordigt en wil hij niet alleen met de raad van bestuur, maar ook met de raad van commissarissen van Nedlloyd spreken over zijn herstructureringsplan. Die laatste toevoeging is van belang, want het zijn de commissarissen die de raad van bestuur benoemen. Het lijkt erop dat Hagen zelf benoemd wil worden in het bestuur van Nedlloyd

Vergeleken met drie jaar geleden is Hagen nu sterker en Nedlloyd zwakker. Hagen heeft al bijna de helft van de aandeelhouders achter zich, nog voordat hij in het openbaar steun van collega-aandeelhouders zoekt.

Nedlloyd heeft de laatste tijd eigenlijk alleen maar vertrouwen verloren. De aandeelhouders waren in september 1989 nog bereid 10 procent extra vermogen ter beschikking te stellen tegen 81 gulden per aandeel. Die aandelen doen nu nog maar de helft van die prijs. Nedlloyd heeft, afgezien van boekhoudkundige ingrepen, zijn echte inkomen uit operaties bijna zien halveren en is inmiddels in de rode cijfers terecht gekomen.

Het beleid van Nedlloyd verdient niet de schoonheidsprijs. De grote aankoop van oktober 1989, het Duitse transportbedrijf Union, waarvoor naar schatting meer dan 700 miljoen is betaald, lijkt nu al verliesgevend. Toen Hagen begin 1988 zei dat Nedlloyd schepen moest kopen, omdat de prijzen toen laag waren, wilde Nedlloyd daar niet van horen. “Voorts kunnen wij hier de eerstkomende tijd terughoudend zijn met investeringen, want wij beschikken over een moderne vloot”, zei Rootliep op 25 januari 1988 tegen zijn aandeelhouders. Nog geen drie jaar later deed Nedlloyd de grootste bestelling voor containerschepen uit de geschiedenis. Zeven schepen voor ongeveer een miljard gulden, op het moment dat de scheepsprijzen twee maal zo hoog lagen als toen Nedlloyd volgens Hagen moest kopen.

Ten slotte klaagt Nedlloyd over de lage dollarkoers, die de resultaten drukt, omdat de inkomsten vooral in dollars luiden. Maar waar Nedlloyd geld leende werd dat gedaan in Duitse marken, en Zwitserse francs, in plaats van in dollars, zodat Nedlloyd een behoorlijk stuk van de 'valutaire tegenwind' aan zichzelf te wijten lijkt te hebben. Het plotselinge vertrek van de financiele man in de raad van bestuur, Lenterman, kan daar niet geheel los van worden gezien.

Zo heeft Nedlloyd zichzelf kwetsbaar gemaakt en aangezien de meeste aandelen van Nedlloyd waarschijnlijk in buitenlandse handen zitten, is het niet verbazingwekkend als buitenlandse aandeelhouders Hagen hebben gevraagd namens hen orde op zaken te stellen.

Opnieuw moet het Nedlloyd bestuur zich buigen over de vraag wat de intenties zijn van Hagen, maar dit keer kan hij niet zoals drie jaar geleden worden afgeschilderd als een 'raider' die een mooi bedrijf wil opsplitsen.

Destijds wilde Hagen Nedlloyd transformeren tot spil van een Europese transportonderneming, Eurolines. Nu rept hij in een summier persbericht niet meer van dat plan. Geen wonder, Nedlloyd is dermate verzwakt dat het in een Europese eenheid niet meer zo'n prominente plaats kan opeisen. In plaats daarvan wil Hagen de onderneming financieel gezond maken, Nedlloyds activiteiten concentreren op de twee kernactiviteiten (lijnschepen en transport) en, last but not least, Nedlloyd's notering aan de Amsterdamse effectenbeurs handhaven.

Blijkbaar wil Hagen geen bod op Nedlloyd uitbrengen. Waarschijnlijk had hij dat wel gewild, maar het is goed voor te stellen dat in de huidige onzekere tijden de financiering van zo'n bod ook niet makkelijk te regelen zal zijn. Al moet niet uitgesloten worden dat Hagen wel een bod op alle aandelen zou willen doen, wanneer commissarissen van Nedlloyd hem daarom vragen.

Voorlopig zoekt Hagen het in overredingskracht, gesterkt door bezit van aandelen. Hagens actie heeft veel weg van het Amerikaanse 'proxy fighting' dat veelal losbarst als een openbaar bod onmogelijk is: het werven van stemmen op een aandeelhoudersvergadering om daarmee bestuurders te benoemen.

Zoals in 1988 al bleek is Nedlloyd door de stemrechtbeperking in de statuten kwetsbaar voor een dergelijke actie, al is het in Nederland zo dat wie de meerderheid van de aandelen bezit in een structuurvennootschap als Nedlloyd, nog geen bestuursveranderingen kan afdwingen.

Maar in de praktijk liggen de zaken minder zwart wit. Commissarissen Nedlloyd zullen verlangens van (nu al) bijna de helft van de aandeelhouders, die kunnen aantonen het goede met de onderneming voor te hebben, niet zonder meer aan de kant schuiven, zolang de resultaten van de onderneming duidelijk een neertwaartse trend tonen. Het gaat te ver om nu de vergelijking met de Ogem te maken, maar er kan een moment komen dat aansprakelijkheid van bestuurders zeker in het achterhoofd een rol gaat spelen. Bovendien neemt, zodra de financiele positie van een onderneming achteruit gaat, de invloed van de banken toe, en Nedlloyd heeft de banken hard nodig gezien bijvoorbeeld de omslachtige manier waarop het concern onlangs een relatief gering bedrag (60 miljoen) aan nieuw eigen vermogen bij elkaar moest sprokkelen.

De banken die in 1988 nog vierkant achter het Nedlloyd-bestuur stonden, zouden nu wel eens fris bloed in de raad van bestuur willen zien en waarom Hagen dan niet.

De manier waarop Hagen zijn intenties naar buiten brengt wijst erop dat hij geen behoefte heeft aan een 'aanvaring' met bestuur en commissarissen. Hij zoekt niet het openbare debat. Aangenomen mag worden dat hij, alvorens publiekelijk zijn belang te melden, eerst (tevergeefs) contact met Nedlloyd heeft gezocht. Maar met nu al bijna de helft van de aandelen achter zich, zal Hagen zich nu niet gemakkelijk laten wegsturen.

Het zijn niet alleen de aandeelhouders voor wie een gezond maken van Nedlloyd belangrijk is. Zoals Fokker belangrijk is voor de Nederlandse infrastructuur omdat alle know how op luchtvaartgebied uiteindelijk van deze onderneming afhankelijk is en Philips een zelfde rol vervult in de elektronica, zo is Nedlloyd van belang voor het hele circuit van scheepvaartschool tot logistieke kennis en het functioneren van de Rotterdamse haven. Zo'n onderneming hoort duidelijk vitaal te zijn en dat kan van Nedlloyd op dit moment niet worden gezegd. Als Hagen een plaats in de raad van bestuur zou willen, kunnen commissarissen dat verzoek niet zomaar afwimpelen. Temeer niet daar in dat geval Hagen en zijn medestanders hun bijna 50-procentsbelang ook aan een directe concurrent van Nedlloyd zouden kunnen verkopen. En dan is het maar de vraag of het structuurregime Nedlloyd voldoende bescherming biedt om een Nederlands bedrijf met notering op de Amsterdamse beurs te blijven.