Grotere school Wallage ook bezuiniging; Opbrengst varieert van 300 tot 500 miljoen gulden

DEN HAAG, 16 jan. - Wat staatssecretaris Wallage (onderwijs) altijd had wilen vermijden is nu toch gebeurd. Schaalvergroting in het basisonderwijs en bezuinigingen - die bij de vorige minister van onderwijs Deetman nog zoveel met elkaar te maken hadden - zouden, als het aan Wallage lag, volslagen los van elkaar komen te staan. Als er scholen zouden fuseren, was dat van nu af aan alleen omdat de kwaliteit van het onderwijs daarmee gebaat was. Zo zouden bijvoorbeeld beter allerlei extra faciliteiten betaald kunnen worden, zoals leerkrachten voor moeilijk lerende kinderen ('remedial teachers') of vrijstelling voor directeuren van lestaken.

Sinds gisteren de nieuwe plannen voor schaalvergroting in het basisonderwijs bekend werden, waart echter ook in Wallages grotere school het spook van de bezuinigingen. De staatssecretaris heeft een ingewikkeld scenario geconstrueerd waaraan nog van alles veranderen kan, ook de opbrengst. Die varieert van 300 tot 500 miljoen gulden. Over welk bedrag het kabinet het vrijdag eens wordt wanneer het de plannen van de staatssecretaris bespreekt, is niet meer uitsluitend afhankelijk van de vraag of Wallage meer of minder 'remedial teachers' wil aanstellen, of van andere onderwijskundige criteria. De opbrengst varieert tevens met de hoogte van de aanslag die minister van financien Kok straks in het kader van de tussenbalans naar Onderwijs stuurt, om het gat van 17 miljard op de rijksbegroting te helpen dichten. Hoe hoger die aanslag, hoe lager het bedrag dat de schaalvergroting oplevert voor onderwijskundige innovaties.

Bij de verschillende bedragen horen verschillende scenario's. Wallage heeft het advies van een projectgroep uit augustus vorig jaar om op onderwijskundige gronden een uniforme opheffingsnorm in te voeren - basisscholen met minder dan 250 leerlingen zouden moeten verdwijnen - niet opgevolgd. Mede om rekening te houden met de plaatselijke situatie wil hij de minimumomvang van een school afhankelijk maken van het aantal leerlingen in een gemeente, gedeeld door de oppervlakte van het gebied (de 'leerlingdichtheid'). Aan elke leerlingdichtheid wordt een eigen opheffingsnorm gekoppeld. Hoe hoog of laag die norm uitvalt, wordt niet alleen een onderwijskundige, maar ook een financiele keuze.

In de rekenvoorbeelden van het departement moeten basisscholen in een grote stad als Amsterdam ten minste 219 leerlingen tellen, tegenover een minimum van 125 leerlingen nu. Ongeveer 110 scholen zitten onder de nieuwe norm. Naast alle andere onderwijskundige problemen die deze grote stadsscholen tegenwoordig al kennen, komen daar dus straks de perikelen bij die elke fusie met zich meebrengt. Op het platteland echter zijn de gevolgen veel minder groot. Dit is conform de afspraken in het regeerakkoord. Het Zeeuwse Axel waar een minimumnorm van 87 leerlingen zou gaan gelden (is nu 75 leerlingen), zou slechts een school kwijtraken.

Wallage heeft tien jaar voor de hele operatie uitgetrokken. Hij beseft hoe moeizaam schaalvergrotingsoperaties in het onderwijs verlopen. Zijn voorgangers waren gedwongen hun voorstellen op dit gebied onder zware druk van de lobbies uit de noordelijke provincies en diverse besturenorganisatie in te slikken. Om toch zeker te zijn van een financiele opbrengst op de korte termijn, wedt Wallage ook nog op een ander paard. Hij schrapt het financieel voordeel dat kleine scholen nu hebben: zij krijgen nu vergeleken met grote scholen naar verhouding meer leraren. Wallage stelt echter een zogeheten lineaire bekostiging voor: alleen het aantal leerlingen bepaalt daarin nog het aantal leraren.

Ook wil hij het mes zetten in de uitzonderingssituaties waarbij in bepaalde gevallen voor scholen afwijkende opheffingsnormen gelden. Zo mag de laatste school in een dorp 23 leerlingen hebben. De uitzonderingen moeten ook de levensbeschouwelijke spreiding garanderen en voldoende aanwezigheid van openbaar onderwijs, zoals de Grondwet gebiedt.

Inmiddels is het aantal scholen waarop dergelijke afwijkende normen van toepassing zijn flink toegenomen, tot 900 van de 8.300 basisscholen. Deze ontwikkeling is voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de stijgende kosten van het basisonderwijs. Wallage wil deze groei stoppen, al is nog onduidelijk hoe. Zeker is wel dat hij daarbij alle gevoeligheden van verzuiling en artikel 23 uit de Grondwet op zijn weg zal vinden.