Egypte wil Irak de 'gesel van de oorlog' besparen

KAIRO, 16 jan. - “In naam van iedere Iraakse familie die een kind in de oorlog tegen Iran heeft verloren en waarvan de tranen nog niet zijn opgedroogd”, heeft president Mubarak van Egypte gisteren om kwart over elf president Saddam Hussein van Irak gesmeekt om alsnog voor de vrede te kiezen. Met grote nadruk zei hij dat het Iraakse volk een onafscheidelijk deel is van de Arabische Natie en dat de Iraakse president - en hij alleen - de beslissing kan nemen om het Iraakse volk “de gesels van de oorlog en de vooruitzichten op uitroeiing te besparen”.

Volgens de president “kan een woord dat u uitspreekt de toestand herstellen die voor 2 augustus bestond (de datum van de Iraakse invasie in Koeweit) en ons op de weg leiden naar een gelukkige toekomst”. Mubarak gaf Saddam het dringende advies om de subjectiviteit uit zijn gedachtengang te bannen en “uw ziel te zuiveren ten einde uw Schepper te ontmoeten”.

Zijn dramatische rede, die rechtstreeks door de Egyptische radio- en tv-stations werd uitgezonden, had - praktisch gesproken - niet ten doel de Iraakse leider op andere gedachten te brengen. Dat heeft Mubarak naar zijn zeggen de afgelopen maanden voortdurend geprobeerd, met als enige resultaat een stroom van beledigingen, verwensingen en bedreigingen van de kant van Saddam. De Iraakse leider heeft zich in februari vorig jaar in het hoofd gehaald dat een Amerikaans-zionistisch komplot hem en Irak naar het leven stond, toen zijn land na de zogenaamd 'gewonnen oorlog' tegen Iran op de rand van het bankroet bleef zweven en de Iraakse bevolking niets merkte van de 'glorieuze zege' die het tegen Iran zou hebben behaald. Saddam is eigenlijk nooit meer van die gedachte af gekomen, die hem tenslotte ertoe bracht Lebensraum en een financiele injectie in Koeweit te zoeken.

De Jemenitische minister van buitenlandse zaken Abdel Karim al-Iriyani, die zaterdag in Kairo nog een wanhopige poging deed om met een oudbakken vredesplan de oorlog uit te stellen, maakte volgens goed ingelichte diplomatieke kringen gewag van het idee fixe van Saddam dat de internationale samenzweerders hem hoe dan ook zouden blijven bedreigen - ook als hij zijn troepen uit Koeweit had weggehaald. Dat, aldus de uitleg van Al-Iriyani, maakte de noodzaak zo dringend om Saddam harde garanties te geven.

Aan Egyptische kant luisterde men geduldig naar Al-Iriyani's vredesconcept, dat - zo vertelden woordvoerders in het ministerie van buitenlandse zaken - nadien in New York op een totaal andere wijze werd herhaald. In Kairo had Al-Iriyani voorgesteld dat de geallieerde strijdkrachten zich uit Saoedi-Arabie zouden terugtrekken, zodra de Irakezen Koeweit zouden ontruimen en een Arabische vredesmacht in Koeweit was aangekomen. Maar volgens het Jemenitische vredesplan dat in New York werd aangeboden, zouden de geallieerde troepen zich uit Saoedi-Arabie terugtrekken, zodra Irak zijn principiele bereidheid had uitgesproken om Koeweit te ontruimen, zonder dat woorden meteen in daden waren omgezet.

Ook de sancties van de Verenigde Naties tegen Irak kregen in New York een andere uitleg. In Kairo had de Jemenitische minister voorgesteld om het VN-embargo na de Iraakse terugtrekking te beeindigen, maar in New York veranderden de Jemenieten dat tijdstip en zou het embargo tegelijkertijd met de aanvaarding van de overige punten van het vredesplan worden afgeschaft. Bovendien was in New York het herstel van de Koeweitse “legitimiteit”, dat wil zeggen de terugkeer naar de macht van de emir van Koeweit, spoorloos verdwenen.

Die mededelingen van het Egyptische ministerie van buitenlandse zaken wezen er al op dat men hier geen enkele diplomatieke vooruitgang verwachtte, hoewel alle hoogwaardigheidsbekleders plus de regeringskranten naar buiten toe vroom opmerkten dat zij nog steeds niet alle hoop hadden opgegeven. Vandaar dat niemand officiele bezwaren uitsprak tegen de Franse pogingen om via een daadwerkelijke koppeling van de Koeweit-crisis met het Palestijnse vraagstuk Saddam tot andere gedachten te brengen.

In dat zelfde kader paste de rede van president Mubarak. Hij zei dat noch hij noch enig ander staatshoofd dat zich voor vrede had ingespannen ook maar enige persoonlijke wrok koesterde tegen Saddam of het Iraakse volk. Saddam moest er aan denken dat hij nog steeds de trots, de waardigheid en het welbevinden van zijn volk kon bewaren als hij maar vrede wilde. Saddam, aldus de Egyptische president, had de landen van de wereld gevraagd om de Iraakse kinderen niet van hun melk te beroven. “Ik smeek hem nu om de kinderen van Irak het vooruitzicht van dood en vernietiging te besparen.”

Mubarak eindigde zijn toespraak met een gebed tot Allah, dat Hij Saddam een vredig gemoed zou geven en de zegeningen van een gelovige, en dat Hij alle partijen in het conflict niets dan vrede zou geven.

Enkele uren tevoren had de regering uitvoerig beraadslaagd over de te nemen maatregelen in de onafwendbaar geworden oorlog na de uitspraak van maandag van het Iraakse parlement dat “de Irakezen moedig zullen vechten om als martelaars ten onder te gaan of de overwinning te bereiken tegen de agressie, die door het geoefende Iraakse leger afgewend zal worden.”

Men rekent in Egypte op een golf van terroristische aanslagen, hoewel de regering voortdurend sussende geluiden laat horen. Zo herhaalde de minister van defensie Yussuf Sabri Abu Taleb gisteren dat het Egyptische grondgebied buiten de oorlog zal blijven omdat Irak niet de militaire mogelijkheden heeft om Egypte te treffen. Niettemin kondigde hij aan dat alle noodzakelijke maatregelen zijn getroffen om de nationale veiligheid te garanderen. Eerder had premier Atef Sidki de kans dat Egypte direct door Irak wordt aangevallen op tien procent geschat.

De minister van binnenlandse zaken kondigde gisteren aan dat hoge personages niet langer in de VIP-ontvangstkamer van de luchthaven van Kairo ontvangen worden. Zulks als een van de voorzorgsmaatregelen die de Hoge Anti-Terrorisme Commissie onder leiding van de premier heeft bevolen. In de steden zijn alle veiligheidsdiensten in maximale staat van alarm gebracht - wat alleen zichtbaar is aan de opgevoerde politie-aanwezigheid bij openbare instellingen, ambassades, hotels, elektriciteitscentrales en fabrieken. Maar verder is het straatbeeld in Kairo niet veranderd.

Er zijn berichten dat er wordt gehamsterd, met name thee, meel, suiker, rijst en voedsel in blik, omdat veel mensen bang zijn dat de te verwachten stroom van gevluchte Egyptenaren uit Irak tot grote tekorten zal leiden. De regering heeft echter bekendgemaakt dat er voldoende voedsel voor maanden aanwezig is.

Aan de oppervlakte is er in dit land dus niets aan de hand, afgezien van de zeer strikte veiligheidsmaatregelen aan het Suezkanaal, de doorvoerroute voor Amerikaanse oorlogsschepen naar de Golf, waar men sabotage vreest. De geruchtstellende woorden van de regering hebben echter een ondertoon van ongerustheid. Officieel heeft men altijd hier volgehouden dat vrijwel alle terroristische aanslagen in Egypte door niet-Egyptenaren werden uitgevoerd of van buitenaf werden gedirigeerd. Maar de werkelijkheid is natuurlijk gevarieerder en een stuk minder mooi. Toen bijvoorbeeld een paar maanden geleden de voorzitter van het parlement hier in Kairo op straat werd doodgeschoten, was de eerste reactie van hoog tot laag bij de autoriteiten dat de terroristen uit het buitenland waren gekomen. Nu staat het vast dat de parlementsvoorzitter door Egyptische moordenaarshanden om het leven werd gebracht.

Min of meer ondershands geven de autoriteiten thans ook toe dat de mogelijkheid dat er onlusten uitbreken, zodra de oorlog is uitgebroken zeker niet afwezig is. Yussuf Wali, de machtige secretaris-generaal van de Nationaal Democratische Partij (NDP), heeft bijvoorbeeld de geruchten bevestigd dat er in alle departementen “jeugdgroepen worden gevormd om de burgers bijstand te bieden en hen in de Golfcrisis te leiden, alsmede hun voorlichting te geven over de gevolgen van hamsterwoede”. Het valt af te wachten of deze lieve jonge burgers op het moment van gevaar in het binnenland zich niet tot stoottroepen van de overheid zullen ontwikkelen. Maar zover is het nog niet.

Afwachtend en nog altijd veel bozer op Saddam dan op welke pesterige overheidsambtenaar ook, volgt de overgrote meerderheid van de bevolking inderdaad president Mubarak, die zonder succes de weg van de vrede probeerde te bewandelen.

    • Michael Stein