'Deze oorlog is slecht, slecht, slecht'

De welhaast onvermijdelijke Golfoorlog komt economisch op een hoogst ongelegen moment. De Amerikaanse en Britse economieen bevinden zich al in een recessie. Een oorlog zal de groei in Europa temperen. Nederlandse bedrijven stellen intussen hun strategie bij.

Klassieke oorlogen zijn goed voor de economie. Ze geven een formidabele bestedingsimpuls. Maar deze vuistregel, die gold voor de Tweede Wereldoorlog, Korea en Vietnam, gaat niet op voor de Golfoorlog.

“Deze oorlog is slecht, slecht, slecht”, buldert Robert Brusca, chief economist van het Japanse effectenhuis Nikko in New York. Andere economische deskundigen in de VS en Europa delen zijn mening. “Dit is geen Vietnam”, waarschuwt J. van Duijn, directeur van de beleggingsgroep Robeco, met een verwijzing naar de groei- en inflatiegolf na de Vietnam-oorlog. Hij schetst het bredere perspectief waarin een Golfoorlog moet worden geplaatst: “Er is een luid en helder signaal omlaag in de internationale conjunctuur.”

Afhankelijk van de duur van het conflict en van de schade die wordt toegebracht aan olie-installaties, kunnen de gevolgen voor de internationale economie en de financiele markten meer of minder tegenvallen. Een Golfoorlog zal de recessie in de Verenigde Staten vergroten en zal de groei in West-Europa afzwakken. Ondanks de deplorabele staat van de Amerikaanse economie kunnen de Verenigde Staten een oorlog economisch dragen. “Een oorlog zal de Amerikaanse economie niet op de knieen brengen”, zegt Alan Sinai, president van Boston Economic Advisors, een onderdeel van de American Express- Shearson Lehman groep.

Maar voor landen die in een recessie zijn terecht gekomen, zoals de VS en Groot-Brittannie, komt de oorlog economisch gezien op het slechtst denkbare moment. “Oorlog en onzekerheid betekenen altijd hogere rente. De rente zal voorlopig niet kunnen dalen, terwijl de economische conjunctuur in die landen juist gebaat is bij een dalende rente”, zegt een Amsterdamse bankier.

Nog voordat een oorlog is uitgebroken heeft het vertrouwen in de economie zowel in Europa als in de VS al een forse deuk opgelopen. Door de onzekerheid nemen consumenten en bedrijven een afwachtende houding aan. De Nederlandsche Bank kan aan de hand van statistische gegevens vaststellen dat investeringen en aankopen van duurzame goederen worden uitgesteld. Jacques Kemp, directeur divisie buitenland van de NMB-Postbank, zegt: “Wij kunnen merken dat bedrijven beslissingen om kredieten aan te vragen, uitstellen.”

De Nederlandse autofabrikanten DAF en Volvo zien hun afzet al verminderen. “Er is grote onzekerheid vanwege de internationale situatie en dan houden klanten het geld in hun portemonnee”, zegt J. Buij, woordvoerder van Volvo. Het bedrijf zag de afzet vorig jaar met twintig procent teruglopen. Niet alleen door de Golfcrisis, ook de Britse recessie speelt de onderneming parten want een op de drie Volvo's wordt in Groot-Brittannie verkocht. De onderneming - met een omzet van ruim drie miljard gulden - komt daardoor zelfs al over 1990 zeker in de rode cijfers terecht. “Als er een oorlog uitbreekt, worden de problemen alleen maar groter”, zegt Buij. “De cruciale vraag is welke olie waar blijft vloeien. Als de olievelden van Saoedi-Arabie in gevaar komen, ziet het er niet best uit.”

Toen Nederland in 1973 tijdens de eerste oliecrisis de autoloze zondag afkondigde, betekende dat voor Volvo een daling van de afzet met ongeveer twintig procent. De regering heeft de plannen al klaar liggen om in geval van een Golfoorlog opnieuw een autoloze zondag in te voeren.

Ook DAF is hevig bezorgd. “Als gevolg van de Golfcrisis is de Europese markt voor bedrijfswagens verder in elkaar gezakt”, zegt R. den Engelsen, woordvoerder van DAF. “We merken aan de afzet dat men in heel Europa terughoudend is geworden met investeringen. Het wegtransport is de graadmeter voor de economie. Als er minder produkten worden gemaakt, is er minder handel en wordt er minder vervoerd.” DAF, dat in 1989 een verlies leed van 150 miljoen gulden op een omzet van 5, 2 miljard, heeft de afzet in Europa al met tien procent zien afnemen.

Verlies van vertrouwen in de economie kan snel leiden tot groeivertragingen. Maar een werkelijke economische ontwrichting verwachten deskundigen alleen bij een langdurige oorlog die grote schade aan olie-installaties aanbrengt en de olietoevoer naar de industrielanden verstoort.

De industrielanden kunnen een maand, hooguit zes weken leven met een olieprijs van 50 a 60 dollar per vat, zonder dat dit problemen zal opleveren. Blijven de olieprijzen langer op een dergelijk hoog niveau, dan zal de wereldeconomie dieper in een recessie worden getrokken. “Een lange oorlog heeft een vernietigend effect”, meent Brusca. En hij waarschuwt voor de onzekerheden: “Een oorlog kun je niet doseren.”

Pag. 16: .

'Kanonnen en boter zijn altijd inflatoir'

De financiele en economische autoriteiten zijn ondertussen op alles voorbereid. Ze hebben de scenario's van oktober 1987, toen de koersen op de New Yorkse effectenbeurs in elkaar klapten, uit de kasten gehaald en bijgesteld. Toen grepen de centrale banken in door geld in de economie te pompen en te garanderen dat ze banken die in acute moeilijkheden kwamen, zouden bijstaan. Dit weekeinde komen in New York de ministers van financien en centrale bankpresidenten van de zeven belangrijkste industrielanden bijeen. Die hebben een actueel onderwerp om over te praten.

De economische deskundigen van banken en effectenhuizen in de VS, Groot-Brittannie, Duitsland en Nederland gaan in hun scenario's uit van een korte oorlog. “Al die gruwelscenario's zijn grotelijks overdreven. Ze zijn niet gebaseerd op een degelijke analyse, maar onderdeel van de psychologische oorlogsvoering”, meent Ernst-Moritz Lipp, de hoogste economische adviseur van de Dresdner Bank. Hij gaat ervan uit dat de olieprijzen na een kortstondige uitschieter zullen terugvallen, omdat overal op de wereld tankers voor anker liggen barstensvol met olie. Lipp stelt bovendien vast dat de zwaarste klappen zullen vallen in Oost-Europa en de ontwikkelingslanden. “Deze oorlog is vooral funest voor de Derde Wereld”, zegt hij.

Niettemin vrezen de economische deskundigen de effecten van een Golfoorlog voor de industrielanden. “Kanonnen en boter zijn altijd inflatoir”, meent Alan Sinai. Extra overheidsuitgaven en hogere olieprijzen betekenen hogere inflatie. De centrale banken zullen daarop reageren met hogere rente en dat zal leiden tot een verdere verzwakking van de economie.

Dat heeft weer gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Akzo heeft geen rampenscenario's klaarliggen. Wel is het bedrijf vorig jaar al begonnen zijn strategie aan te passen in verband met een teruglopende economische ontwikkeling. “Met het oog hierop heeft Akzo het accent verschoven naar resultaten op korte termijn”, zegt M. Overdiep, woordvoerder van Akzo in Arnhem.

Sinds het uitbreken van de Golfcrisis in augustus vorig jaar is dit beleid verscherpt. Zo is de onderneming terughoudend geworden met nieuwe investeringen, met het aannemen van nieuw personeel. Het concern bewaakt de kosten en het werkkapitaal strenger. “De dalende activiteiten in de auto-industrie en de bouwnijverheid slaan meteen terug op onze onderneming omdat wij daaraan veel leveren zoals lakken en vezels”, aldus Overdiep. De investeringen van Akzo liepen vorig jaar terug en zullen waarschijnlijk ook dit jaar dalen.

Een oorlog in de Golf heeft voor de chemiebranche en aanverwante sectoren grote gevolgen voor de energierekening. Akzo had in 1989 een energierekening van 740 miljoen gulden. Een hogere olieprijs komt hard aan want “grondstoffen die van olie zijn afgeleid worden duurder, evenals de energiekosten”, aldus de Akzo-woordvoerder. Gist-brocades dat eveneens een hoge energierekening heeft, houdt voor dit jaar al rekening met een stijging van twintig tot dertig procent van de energiekosten, zegt woordvoerder W. de Witte van het bedrijf in Delft. “Als de olieprijs omhoog schiet, komt dat op onze energierekening van enkele tientallen miljoenen guldens fors aan.”

Maar ondernemingen hebben lering getrokken uit vorige oliecrises. Zo heeft Akzo de laatste tien jaar 800 miljoen geinvesteerd in een zuiniger energiehuishouding door middel van warmtekrachtcentrales en energiebesparende processen. Daardoor is tien tot twaalf procent op de energierekening bespaard.

Ook Nijverdal-Ten Cate vreest voor hogere grondstofprijzen als er een oorlog uitbreekt in het Midden-Oosten. “Wij hopen komend jaar een omzet van een miljard te halen”, zegt R. Heldeweg, woordvoerder van Nijverdal, fabrikant van textiel en kunststoffen. “Maar als het misgaat in de Golf zullen we onze prognose sterk moeten bijstellen.” De helft van de kunststofprodukten van Nijverdal wordt gemaakt van uit olie afgeleide stoffen zoals polyethyleen en polypropeen. Nijverdal gebruikt deze materialen voor fabricage van jerrycans, kunstgrasgarens, industriele weefsels en buizen voor drainage. “Een olieprijsstijging van tien tot twintig procent tikt hard aan”, aldus de woordvoerder.

Paradoxaal genoeg is de dollar een van de weinige winnaars van een Golfconflict. Oorlog is voor Nederlandse bedrijven met vestigingen in Amerika gunstig omdat de dollar zal stijgen. “Voor onze onderneming die aanzienlijke belangen heeft in de VS een niet onbelangrijk neveneffect”, zegt Overdiep van Akzo.

Bij gebrek aan alternatieven vluchten beleggers in goud en in de dollar. De Duitse mark zou meer voor de hand liggen als vluchtmunt, maar, zoals Giles Keating van Credit Suisse-First Boston in Londen het uitdrukt, door het subplot dat zich parallel met de Golfcrisis in de Sovjet-Unie ontwikkelt, is de D-mark verzwakt. Duitsland heeft volgens hem niet zoveel last van de Golfcrisis maar wel van de chaos in de Sovjet-Unie. Daardoor zal de Duitse economische groei afremmen.

Dat is een extra zorg voor Nederland. De secretaris-generaal van economische zaken, Adriaan Geelhoed, heeft in zijn nieuwjaarsboodschap gewaarschuwd dat internationale economische ontwikkelingen een onevenredig groot effect hebben op Nederland. Niet zozeer op de particuliere sector, maar vooral op de collectieve sector. De combinatie van rentestijging en hogere overdrachtsuitgaven slaan direct neer op Nederlandse overheidsfinancien. Als de internationale conjunctuur uit de verkeerde hoek waait, stormt het in Den Haag.

Een van de opmerkelijke neveneffecten van de Golfcrisis is de omarming door de deskundigen van de klassieke economische theorie van conjunctuurgolven. Geen enkele deskundige is van mening dat de Golfcrisis de economieen van de Westerse industrielanden in een recessie heeft geduwd. Hooguit werden de negatieve krachten versterkt.

In de Verenigde Staten was de recessie al in juni of juli vorig jaar begonnen, voor de Iraakse inval in Koeweit. Daarna heeft de recessie zich voortgeplant naar Groot-Brittannie, naar Australie, naar Canada. En nu zijn de landen van het Europese vasteland, van het zuiden naar het noorden, aan de beurt om hun groei te zien teruglopen. De effecten van hoge rente en van de Amerikaanse recessie - met voor Duitsland als bijkomende problemen de kosten van de eenwording en de economische ineenstorting van Oost-Europa - spreiden zich als een olievlek uit over de industriele wereld. Zelfs in Japan wordt een lagere groei verwacht.

Jaap van Duijn, Robeco-directeur en specialist in de conjunctuurtheorie, spreekt van “een klassieke volgorde” waarin de conjuncturele cycli zich afwikkelen. “De volgende verrassing zal een groeivertraging op het Europese vasteland en in Duitsland zijn”, voorspelt hij. Ondanks de kortstondig hogere olieprijzen zal die lagere groei op termijn leiden tot verlaging van de rente, verwachten zowel Van Duijn als de Amerikaanse econoom Brusca. Lagere rente betekent stijgende obligatiekoersen. “Koop obligaties en verkoop aandelen”, adviseert Brusca ongevraagd.

De gevolgen van een Golfoorlog zijn volgens Van Duijn al grotendeels verwerkt in de koersen van aandelen en obligaties. Hij is van mening dat de koersval op de effectenbeurzen sinds zomer vorig jaar het gevolg is van de zwakke economie en dat de Golf vooral als katalysator heeft gewerkt.

Voor de korte termijn is niemand optimistisch. Vooral de situatie in de Verenigde Staten is zorgwekkend. Door de Golfcrisis is een milde recessie omgeslagen in een middelmatige recessie met - vermoedelijk - de grootste klap aan het begin. Een groot aantal gevaren bedreigt de Amerikaanse economie. Het begrotingstekort, de crisis in het bankwezen, de verschulding van particulieren en bedrijven. “Je kunt een lijst van meer dan een mijl maken waarom het herstel in de VS heel moeizaam zal zijn”, onderstreept Alan Sinai. “Irak is slechts een van de problemen voor de Amerikaanse economie.”

    • Michèle de Waard
    • Roel Janssen