De Stroperige Staat (3)

Het zal deze week moeilijk zijn voor het kabinet het hoofd bij de les te houden. De oorlog is fascinerender dan het financieringstekort. Een beetje gewoontjes dan te moeten bedenken dat je als directie van dit land - nadat je nog wat Patriots naar een veilig geacht buurgebied hebt gestuurd - in afwachting van nadere berichten toch meer kunt doen door een Tussenbalans te produceren die wat voorstelt.

Het twee jaar oude proefschrift van Jose Toirkens (Schijn en werkelijkheid van het bezuinigingsbeleid 1975-1986) ligt hopelijk op alle nachtkastjes die in dit verband meetellen. Zij heeft met zo veel vernuft en vasthoudendheid uitgezocht welke vluchtwegen de ministers in die jaren bewandelden om zo veel mogelijk onder bezuinigingen uit te komen, dat alle daar beschreven trucs niet meer met goed fatsoen kunnen worden gebruikt.

Een van haar stellingen was dat schijnbezuinigingen even enthousiast werden toegepast door kabinetten van halflinkse als van halfrechtse signatuur. Het aangedragen materiaal ondersteunt die veronderstelling op uiteenlopende gebieden, van landbouw tot verkeer en van onderwijs tot sociale zekerheid. Zo zit Nederland ook in elkaar: er is een collectief spel van geven en verdelen gegroeid waar alle politieke hoofdrichtingen tot de schouders toe in zitten.

Liberalen en christendemocraten die op de politieke markt stemmen zoeken met een bezuinigings-imago hebben daar in de praktijk even weinig belang bij als sociaal- en christendemocraten die hun klantjes bedienen met steeds meer zorg en steun uit de centrale kassa.

Die situatie hoeft op zichzelf niet verontrustend te zijn. Het kan hoogstens de openbare ernstigheid beperken wanneer uitlekt dat leidinggevende politici decennia lang iets volstrekt anders doen dan ze beweren. Op zichzelf is dit een vrij bekend verschijnsel onder VN-leden, maar iets pijnlijker in een democratie die enige extra aanspraak op moreel gezag maakt.

We hoeven ons wegens een snufje hypocrisie hier en daar overigens niet te verantwoorden tegenover andere landen van de Europese Gemeenschap. Waar het om gaat is de vraag of Nederland zichzelf per saldo nog steeds een dienst bewijst door in betrekkelijk langdurige en ondoorzichtige procedures allerlei beslissingen te nemen die voor lange tijd de inning en recirculatie van grote sommen gelds van de burgers met zich meebrengen.

Daarbij gaat het net zo goed om WAO-premie, 'Bijdrageverhaal' en 'MOOZ-pooling' (hoeveel procent van de salarisstrooklezers weet bij benadering waar zulke collectes voor zijn? ) als om de ruim 100 miljoen die wordt opgehaald om drie - naar levensovertuiging ingerichte - soorten schoolbegeleidingsdiensten beschikbaar te houden.

Een deel van deze financiele draaikolk wordt niet in de vorm van 'belasting' maar als 'sociale premies' afgehouden in het pseudo-private circuit van werkgevers en werknemers. Formeel dragen deze regelingen niet bij aan het chronisch geldgebrek van de rijksoverheid, maar dat is vooral geritualiseerd woordenspel. Ook voor burgers die tot tien kunnen tellen geeft premieheffing geen warmer gemeenschappelijk gevoel dan echte belastingheffing. Ieders blik glijdt wekelijks of maandelijks berustend naar het nettobedrag onderaan het kettingformulier van de loonadministratie.

Mooi of verouderd is niet de vraag bij het kijken naar al die organisaties van werknemers, werkgevers en de overheid, die regelmatig bij elkaar komen om onderdelen van ons (vaak financiele) welzijn te bespreken. Het gaat om de vraag of het voor genoeg burgers nog steeds nuttig is wat daar gebeurt, of de lieve arbeidsvrede uit de opbouwjaren de prijs van trage aanpassing aan nieuwe internationale verhoudingen nog steeds waard is. Het gaat er ook om of het aanvaardbaar blijft dat de stroperigheid van de nationale besluitvorming tot een nog steeds stijgende staatsschuld en een uniek hoog beslag van de collectieve uitgaven op het nationaal inkomen leidt. Alle mee- en tegenvallers ten spijt.

Een enkel voorbeeld van het weefsel van meebesluit-organen. Zoals onlangs werd geinventariseerd in Arjo Klamers boek over veertig jaar Sociaal Economische Raad (Verzuilde Dromen, 1990) praat de christelijke vakbeweging via het CNV mee in een slordige 176 van dat soort gremia: Waddenadviesraad, Overlegcommissie Prijzen, Raad voor de Volkshuisvesting, Begeleidingscommisie GAK, Anti-Discriminatie Overleg, Overleg Orgaan Voortgezet Onderwijs. En sinds 1 januari in de nieuwe tripartite arbeidsvoorziening - waar de overheid faalde, bloeide het corporatisme rustig op.

Een klassiek gebed zonder eind is de manier waarop al die beroepsvergaderaars regelen dat winkeliers in dit land vooral geen ondernemers worden. Het ene rapport na het andere (WRR, Sociaal Cultureel Planbureau) beschrijft het verdwijnen van het traditionele normgezin met een kostwinner en een zorgende ouder met thee onder de muts voor twee zoete schoolkinderen. Dat betekent dat er overdag vaak geen moeder met een boodschappentas beschikbaar is, maar ook dat het allerlei mensen beter uitkomt om op niet-traditionele tijden te werken - gedeeltelijk overlappende ploegendienst in huis kan velen een aangenaam gemengd leven bezorgen, waarin kinderen beide ouders, indien beschikbaar - meemaken. De arbeidsmarkt snakt naar flexibel werk.

Zo niet onze vertegenwoordigers in bonden, middenstandsclubs en een groot deel van de Kamer. Zelfs toen minister Andriessen vorige zomer een half uurtje langer openblijven van de winkels had geregeld, moest er politiek nog maanden gesteggeld worden voor het land daags voor kerstmis werd gered door een gewaagd compromis van de GPV-er Schutte: vijf proefgemeenten (de metropolen Schiedam, Haarlem, Borsele, Skarsterlan (Joure) en Hummelo-Keppel) mogen gaan experimenteren met langer open blijven. Maar niet op zondag (dank u GPV) en niet langer dan 52 uur per week (motief:sociaal gemotiveerde betutteling, op tijd eten, nooit zo geweest, wie zal het zeggen).

De vooruitgang is beheerst maar onmiskenbaar. De bonden hebben het goed gevonden dat wordt geexperimenteerd met openstelling van postkantoren op zaterdagmiddag. “Alleen als er behoefte aan is.” Behoefte? De zondag voor kerstmis waren de winkels in Den Haag wijdopen. De altijd al revolutionaire bevolking aldaar kocht een recordomzet bij elkaar. En verving Sinterklaas al doende door een glimmende Amerikaanse kerstman.

    • Marc Chavannes