De fatale datum

15 Januari 1991 was een datum waar de hele wereld angstig naar toe leefde. Over tien jaar is deze datum weer goeddeels in vergetelheid geraakt. Zo kent ook de belastingwereld data die ooit een begrip op zichzelf vormden maar die nu vergeten zijn. Het hectische WIR-weekend zal nog een tijd lang een begrip blijven maar de bijbehorende datum van 28 februari 1988 zullen velen al weer vergeten zijn.

Beter in het geheugen van de fiscalisten ligt 15 oktober 1990. Op die dag maakte een persbericht van Financien een eind aan de ruime aftrekbaarheid vanlijfrentepremies. Vijftien jaar eerder was er ook zo'n dag; die had ook met fiscale faciliteiten voor kapitaalverzekeringen te maken. Op 14 november 1975 werd bij persbericht een einde gemaakt aan de in opspraak geraakte fiscale voordelen van zogenaamde kortlopende koopsompolissen. Die verzekeringsvorm bood een makkelijke mogelijkheid om onbelast rente te genieten.

De persberichten van 1990 en 1975 vertonen grote gelijkenis. Zij beeindigden van de ene op de andere dag een fiscale faciliteit terwijl de benodigde wetswijziging nog niet eens bij de Tweede Kamer was ingediend.

Tegen de tijd dat een dergelijk voorstel de status van wet krijgt, heeft het een terugwerkende kracht tot de datum van het persbericht. De regering en het parlement accepteren zo'n omstreden terugwerkende kracht als voorkomen moet worden dat een heleboel mensen in het zicht van de verandering nog snel even gebruikmaken van de verdwijnende faciliteit.

Niettemin loopt het meestal uit op een rommeltje. Er zijn altijd mensen die de juiste kanalen hebben en daarom vooraf op de hoogte zijn van de komende beperkingen. Die mensen halen dan op de laatste dag nog allerlei capriolen uit om toch nog net op tijd te zijn. Het WIR-weekeinde waarin een eind kwam aan de mogelijkheid een investeringspremie te krijgen, was daarvan een goed voorbeeld. Ook op de late avond van 15 oktober 1990 gebeurde er het een en ander. Bij sommige verzekeringsmaatschappijen besliste de raad van bestuur nog net voor het fatale middernachtelijk uur om alle op dat moment lopende aanvragen voor lijfrentecontracten te accepteren. Van een enkele bank is bekend dat zij ongevraagd overboekingen verrichtte van de rekening van sommige clienten naar de rekening van hun 'eigen' verzekeringsmaatschappij. Om later net te kunnen doen alsof het hele contract al eerder in kannen en kruiken was. Was de client daar achteraf niet gelukkig mee, dan volgde simpelweg een terugboeking met dezelfde rentedatum.

Hoe de fiscus en de belastingrechter tegen dit soort service-verlening aankijken, weten we nog niet. Het duurt immers jaren voor zo'n dubieus geval is uitgeprocedeerd. Sterker nog, pas vorige week kwam de Haagse belastingrechter met een uitspraak over manipulaties die rond 14 oktober 1975 hadden plaatsgehad. Uit dit vonnis valt op te maken dat de rechter niet alles wat op de valreep van zo'n fatale datum gebeurt, voor zoete koek slikt.

De procedure werd gevoerd door iemand die volgens de belastinginspecteur de zaak had geflest. De onbekend gebleven man heeft zich inmiddels in het voor vermogende Nederlanders fiscaal vriendelijke Belgie gevestigd. De man wist tijdig dat Financien een rem ging zetten op de voordelen van de koopsompolissen. Daarom had hij op zaterdag nog het een en ander 'geregeld.' Volgens de papieren waarmee hij voor de rechter kwam, had hij eerst samen met zijn verzekeringsagent een aanvraagformulier voor de koopsompolis ingevuld. Hij was vervolgens naar een plaatselijk kantoor van de Slavenburg's Bank gegaan om een lening te regelen die door een procuratiehouder van een andere vestiging ondertekende. Een procuratiehouder van de verzekeringsmaatschappij zorgde er in weer een andere plaats voor dat de maatschappij de polis nog op diezelfde zaterdag accepteerde. (De rechter heeft de plaatsnamen en de naam van de verzekeringsmaatschappij geheimgehouden).

Het papier is geduldig. Alle handtekeningen en data stonden op de contracten. Toch geloofde belastingrechter mr. A. C. de Groot er niet echt in. Sterker nog, toen de verzekeringsmaatschappij verklaarde dat de datum van ondertekening van een polis 'op zichzelf niets zegt over het werkelijke tijdstip van de totstandkoming van de overeenkomst', was voor hem de maat vol.

Wat hem betreft, was het een stinkend zaakje. Omdat de betrokkene niet met een overtuigender verhaal kon komen, kreeg de inspecteur gelijk. In een laatste poging om het proces toch te winnen, bestreed de man de terugwerkende kracht van de regeling. Ook met deze argumenten had hij geen succes. Als de wetgever zo'n regeling in de wet zet, zal de rechter die regeling handhaven. Ook kon het de rechter niet schelen dat de Tweede Kamer uiteindelijk nog een extra eis toevoegde waardoor veel mensen die op de laatste dagen nog een voordelig koopsomcontract afsloten, alsnog hun voordeel werd ontnomen. Kortom, wie op de valreep nog zaken doet of fingeert, kan voor de rechter lelijk in de problemen komen. In dit geval moest de betrokkene ruim 40.000 gulden extra aan belasting betalen.

De mensen die omstreeks 15 oktober van het vorige jaar met de aankoop van lijfrentepolissen rommelden, zouden hun papieren nog eens moeten nakijken. Een getekende polis blijkt op zichzelf niet altijd voldoende.