Belgie terughoudend tegenover opbouw van militaire macht in Golf

BRUSSEL, 16 jan. - De Belgen, zo blijkt ook uit opiniepeilingen, zijn weinig enthousiast over de mogelijkheid dat hun land betrokken wordt bij een eventueel militair conflict. Vanaf het begin van de Golfcrisis heeft Belgie zich dan ook zeer terughoudend opgesteld tegenover daadwerkelijke deelneming aan de militaire machtsontplooiing in het gebied.

De Belgische regering heeft voortdurend geprobeerd zich aan internationale verplichtingen te onttrekken of die verplichtingen in zodanig geminimaliseerde termen vertaald dat ze voor de vijf-partijencoalitie verteerbaar waren. Het bescheiden eskader - twee mijnenjagers en een verzorgingsschip - dat op 17 augustus werd uitgestuurd ging, zo was de officiele opdracht aanvankelijk, ook alleen maar “op oefening” in het oostelijke gedeelte van de Middellandse Zee. Pas later, toen de Westeuropese Unie eind augustus tot grotere internationale coordinatie had besloten, mochten de Belgische oorlogsbodems via het Suezkanaal doorstomen naar de Golf van Oman, aan de ingang van de Golf.

Mijnen konden de schepen daar echter nauwelijks aantreffen. En voor hun verdediging waren de schepen afhankelijk van de met Stinger-raketten bewapende Nederlandse mariniers. Wel hebben de schepen in de afgelopen maanden 1.700 koopvaardijschepen gecontroleerd in verband met de naleving van het embargo tegen Irak.

In het kader van de EG-hulpverlening aan de meest door het embargo getroffen landen - Jordanie, Turkije en Egypte - beloofde Belgie een bedrag van 1 miljard Belgische frank, het leverde 20.000 ton graan aan Egypte en het stelde twee C-130 transportvliegtuigen ter beschikking om te helpen bij de evacuatie van vluchtelingen uit Irak tussen de Jordaanse hoofdstad Amman en Kairo.

Vandaar dat minister van buitenlandse zaken Mark Eyskens zich op 10 september op het standpunt stelde dat Belgie “al een zeer behoorlijke inspanning in de Golf” leverde. Maar er werd meer inzet gevraagd. Vooral toen Nederland, naar bleek nogal voorbarig, F-16 toestellen had aangeboden om de Turkse luchtmacht te versterken, brak in Belgie een discussie los of men dat voorbeeld niet moest volgen. Eyskens was daar een groot voorstander van, maar de socialistische minister van defensie, Guy Coeme, voelde er niets voor. Vooral omdat de Belgische F-16's, anders dan de Nederlandse, niet zijn uitgerust met ECM-apparatuur (electronic countermeasures), die het mogelijk maakt de vijandelijke radar te storen.

Nieuw steentje

Begin november droeg Belgie een nieuw steentje bij: vier C-130 transportvliegtuigen en een fregat met de weinig martiale naam De Wandelaar. De Wandelaar heeft een konvooi Britse troepen uit Duitsland naar de Golf begeleid, vaart sindsdien rondjes buiten de Golf en wordt deze maand vervangen door een ander fregat, De Wielingen.

De C-130's hebben op Brits verzoek onder andere een mobiele pijpleiding getransporteerd en zich verder onledig gehouden met operaties in Rwanda, waar Belgie in de herfst toevallig nog een post-koloniaal akkefietje had te klaren. Begin december vroegen de Britten echter nog meer: granaten. Belgie weigerde, met als argument dat het in de Arabische wereld niet goed zou vallen als dergelijke offensieve wapens zouden worden geleverd zolang de 'Silco'-gijzelaars nog niet vrij waren. Sinds die het afgelopen weekeinde in het vaderland zijn teruggekeerd moet de levering van de granaten dus theoretisch mogelijk zijn. De Britse pers overlaadde de Belgen intussen met hoon: lafaards, die zijn vergeten dat we hun in twee wereldoorlogen te hulp zijn gekomen.

Een derde verzoek van de Britten betrof medische hulp. De Britten hebben een beroepsleger en kunnen daarom niet gemakkelijk reservisten oproepen. In Belgie kan dat wel omdat het merendeel van de artsen reserve-officier is. Aanvankelijk leken de militaire autoriteiten zich te verschuilen achter het argument dat te weinig Belgische artsen bereid zouden zijn dienst te doen, maar aangezien dat van de kant van de artsen zelf werd tegengesproken werden tot voor kort twee andere mogelijkheden overwogen: het sturen van een mobiel veldhospitaal naar een Britse basis op Cyprus, of het beschikbaar stellen van 100 bedden in het militair ziekenhuis van Neder-over-Heembeek, dat is gespecialiseerd in behandeling van brandwonden. Uiteindelijk is deze week voor de tweede, aanzienlijk goedkopere optie gekozen.

De laatste militaire inspanning die van de Belgen werd gevraagd kon niet worden geweigerd: op 20 december verzocht Turkije, medelid van de NAVO, om een aantal vliegtuigen ter verdediging van zijn grensgebied met Irak. Italie, Duitsland en Belgie behoren tot de landen die strijdkrachten moeten leveren voor een interventiemacht op de zuidoostelijke flank van de NAVO.

Nadat Italie een aantal toestellen had toegezegd stuurden Duitsland en Belgie een delegatie van experts naar het gebied om te onderzoeken of het wel echt nodig was. Uiteindelijk zijn achttien Belgische Mirage-5 toestellen op de basis in Turkije gearriveerd. De vliegtuigen, die wel worden beschreven als “luchtwaardige 2CV's”, hebben ruim een week nodig gehad om op de plaats van bestemming te komen. De laatste twee kwamen pas een paar dagen geleden aan, niet zozeer omdat er mist was, maar omdat ze geruime tijd aan de grond hadden gestaan wegens motorpech.

En wat zullen de ongeveer 800 Belgische militairen in het Golfgebied doen als de oorlog uitbreekt? Vechten in elk geval niet, want daarover zijn alle partijen het wel eens. Zelfs de oppositionele liberalen, die kritiek hebben geuit op de “incoherente en tweeslachtige houding” van de regering in de Golfcrisis, vinden dat “Belgie niet in de frontlinie moet postvatten”.

De Belgische schepen en vliegtuigen moeten zich beperken tot “ondersteuningsacties”, en mogen “niet deelnemen aan directe operaties tegen de mogelijke tegenstrever”. Zo mogen de mijnenjagers ook geen mijnen onschadelijk maken in het gebied voor de kust van Koeweit, waar er honderden zijn gesignaleerd. Want dat zou immers neerkomen op het vrijmaken van de weg voor offensieve acties.

    • Frits Schaling