Afspraken Haags onderwijs in kader sociale vernieuwing

DEN HAAG, 16 jan. - In de hal van het Johan de Witt-college liggen op drie tafeltjes de papieren klaar die na ondertekening het eerste 'onderwijsconvenant inzake de sociale vernieuwing' van Nederland zullen vormen. Er is een tafeltje voor het protestants-christelijk onderwijs, een tafeltje voor het katholiek onderwijs en een tafeltje voor het algemeen bijzonder onderwijs.

Maar de versnippering is deze keer schijn: de tafeltjes maken het de ongeveer 45 bestuursvoorzitters mogelijk snel het convenant te vinden dat voor hun zuil is bedoeld en dat behalve in de aanduiding van die zuil in niets verschilt van de andere convenanten. Omdat onderwijswethouder A. C. van Kampen de enige vertegenwoordiger van het openbaar onderwijs is, hoefde er voor haar niet een apart tafeltje te komen.

Het onderwijsconvenant van Den Haag is een uiteenzetting van vijf pagina's over doel, reikwijdte en uitvoering van deze 'gezamenlijke bijdrage aan de preventie en bestrijding van achterstanden in het onderwijs'. Het is de bedoeling om de 17 miljoen gulden voor de onderwijsvoorrangsgebieden en het onderwijs in eigen taal en cultuur voortaan in te zetten voor 'aandachtspunten' als 'het vergroten van de continuiteit van het leerproces', 'het terugdringen van de uitstroom naar het speciaal onderwijs' en 'het verwezenlijken van voorlichting aan en intensivering van contacten met de ouders'.

Toch zegt wethouder Van Kampen in haar toespraakje na de ondertekening dat het convenant “natuurlijk niet meer is dan een bestuurlijke overeenkomst”, een intentieverklaring van een groot aantal schoolbesturen. Uiteraard is dat “op zich al een mijlpaal”, want “we waren niet altijd zulke goede vriendjes als vandaag”. Maar vooralsnog komt het erop neer dat “de voorbereidingsgroep klaar is, de stuurgroep aan het werk kan en de scholen het straks moeten doen”

M. Remery, een representant van de katholieke zuil in de stuurgroep, verwacht dat het nog twee a drie maanden zal duren voordat duidelijk is welke scholen waar geld voor krijgen. Het zal daarbij voornamelijk gaan om een herschikking van het geld voor de onderwijsvoorrangsgebieden (zo'n 11 miljoen), waarbij “het goede doorgaat en het minder goede moet worden omgezet in nieuw beleid”. Het eerste voorbeeld van sociale vernieuwing is de stuurgroep zelf, die in de plaats is gekomen van talloze werkgroepjes voor de onderwijsvoorrangsgebieden.

Ook Remery relativeert de reikwijdte van het convenant. Het geld voor onderwijs in eigen taal en cultuur staat wel vermeld maar wordt voorlopig niet ingezet voor sociale vernieuwing: docenten voor het vak 'eigen taal en cultuur' school je niet van de ene op de andere dag om. Problemen komen er natuurlijk pas bij de precieze invulling van de 'aandachtspunten'. “Tot nu toe was het erg algemeen, dan is het niet zo moeilijk.” En dat Den Haag nu als eerste een onderwijsconvenant heeft, komt vooral doordat de vierjarige regeling voor de 'onderwijsvoorrangsgebieden' afliep. Volgens Remery “moest de discussie daarover toch worden gevoerd”.