Wallage schrapt vaste normen schoolgrootte

DEN HAAG, 15 jan. - Staatssecretaris Wallage (onderwijs) wil dat het stelsel van enkele opheffingsnormen voor het hele basisonderwijs verdwijnt. In plaats daarvan moet de minimum-omvang van een school afhankelijk worden gemaakt van de verhouding tussen het aantal leerlingen van de betreffende gemeente en de oppervlakte daarvan, de 'leerlingdichtheid'.

Wallage neemt daarmee een voorstel van een projectgroep om de minimumnorm voor scholen in het algemeen te verhogen niet over. Scholen in een gebied met een hoge leerlingdichtheid, zoals steden, krijgen in zijn plan een hoge opheffingsnorm, basisscholen op het platteland een lage. Bestaande uitzonderingsbepalingen, zoals voor de laatste school op het dorp, zullen verdwijnen. Op deze manier wil Wallage de gemiddelde schoolgrootte optrekken zonder zover te gaan als de projectgroep hem nog in augustus vorig jaar voorstelde. Die wilde een ophefingsnorm van 250 leerlingen voor elke basisschool.

Wallage zal deze maatregelen vrijdag aan het kabinet voorstellen. De maatregelen moeten ten minste 300 miljoen gulden opleveren en, afhankelijk van de combinaties die gekozen worden, maximaal 500 miljoen. Bij een opbrengst van 400 miljoen verdwijnt ongeveer een kwart van de 8.000 basisscholen als zelfstandige eenheid. Welk scenario de staatssecretaris uiteindelijk kiest, hangt mede af van de vraag hoeveel Onderwijs binnenkort moet bezuinigen in het kader van de zogeheten tussenbalans. Voor invoering van de maatregelen wordt tien jaar uitgetrokken.

Augustus vorig jaar stelde een projectgroep van het ministerie en het Sociaal en Cultureel Plan Bureau voor de minimumnorm van 23 leerlingen te verhogen tot 250. Deze norm was gebaseerd op onderwijskundige criteria. Het voorstel oogstte een storm van kritiek, onder meer door de kaalslag die het verhogen van de norm met name op het platteland teweeg zou brengen.

Wallage komt nu ten dele aan deze kritiek tegemoet door de norm te laten varieren met de leerlingdichtheid. Nu bestaan er nog vier opheffingsnormen voor het hele basisonderwijs. Een school in een gemeente met 100.000 inwoners of meer moet ten minste 125 leerlingen tellen. Een met 50.000 of meer 100 leerlingen, steden met 25.000 inwoners hebben scholen met ten minste 75 leerlingen. Daaronder geld een minimum van 50 leerlingen.

Deze grove normen zullen dus nu worden vervangen door in principe evenveel normen als er gemeenten zijn, zo'n 650. Waar als gevolg van de nieuwe normering scholen moeten verdwijnen wil Wallage in sommige gevallen mogelijkheden geven een nevenvestiging open te houden. Welke voorwaarden hieraan worden gesteld zal eveneens afhangen van de vraag hoeveel straks op Onderwijs bezuinigd zal worden.