Strijd om de macht bij Kuwaits Investment Office; De al-Shaba-familie zal straks water in de wijn moeten doen

ROTTERDAM, 15 JAN. Sinds Saddam Hussein afgelopen augustus Koeweit annexeerde, probeert het regime van de verdreven al-Shabah-familie de internationale financiele wereld gerust te stellen met de belofte dat het Koeweits wereldwijde investeringen ter waarde van honderd miljard dollar intact zou laten. Dat gebeurde ook. Al onttrok de Koeweitse regering in ballingschap sinds augustus 2, 5 miljard dollar aan haar buitenlandse tegoeden om mee te betalen aan operatie 'Desert Shield' en nog eens zo'n 3, 5 miljard om massa's gevluchte Koeweiti's te onderhouden.

Maar juist nu de kans groeit dat de natie Koeweit weldra zal worden bevrijd, beleeft de tot voor kort zo stoicijnse 'multinational' Koeweit turbulente tijden. Dat geldt met name voor het in Londen gevestigde Kuwait Investment Office (KIO), dat een slordige vijftig miljard dollar beheert.

Tot de voornaamste belangen van het KIO behoren behalve waardepapieren en edele metalen ook bedrijven als British Petroleum (9, 8 procent), Midland Bank (10, 5 procent), Hoechst (25 procent), Daimler Benz (15 procent), Metallgesellschaft (15 procent), het Spaanse Torros (72 procent), het Japanse Arabian Oil (10, 3 procent) en Kuwait Petroleum Company met 6500 benzinestations in Europa.

Als dus twaalf topemployes van dit KIO, onder wie een directeur, ook collectief ontslag nemen, is dat geen sinecure. Dat gebeurde eind vorige maand. Nu probeert een speciale commissie de gemoederen in het KIO tot bedaren te brengen. Commissievoorzitter Sheikh Salem, tevens gouverneur van Koeweits centrale bank, liet vorige week weten dat de interne troebelen slechts voortspruiten uit 'misverstanden over taakomschrijvingen'. Dat zou er toe hebben geleid dat directielid Salah al-Maousherji en elf medestanders ontslag namen.

Sommige waarnemers bespeuren echter langdurige wrijvingen tussen Koeweitse KIO-employes en een groep Britse investeringsmanagers die daar ook sinds jaar en dag werkt. Het recente overlijden van de meest invloedrijke Brit, Trevor Ball, zou een machtsstrijd op gang hebben gebracht. Maar de meest gehoorde verklaring is dat de ruzies bij het Kuwaits Investment Office voortkomen uit diepgewortelde tegenstellingen in de Koeweitse machtstructuren zelf. “Het KIO symboliseert Koeweit”, aldus een ingewijde. “Dus heeft alles wat daar gebeurt een politieke ondertoon.”

De voornaamste kemphanen zijn in deze visie de al-Shabah-familie die Koeweit langdurig heeft beheerst, en een groep prominente buitenstaanders. Die wensen een Koeweitse 'glasnost', meer opener democratische verhoudingen en duidelijke afbakening van de rollen en belangen van de staat en de al-Shabah-familie.

Het KIO wordt traditioneel geassocieerd met de al-Shabahs. In 1982 zag de overkoepelende Kuwait Investment Authority (KIA) het licht, die formeel zeggenschap kreeg over het KIO en derhalve al snel werd gezien als een bolwerk van de 'buitenstaanders'. De KIA haalde de teugels bij het KIO aan en het kwam daar de laatste jaren bij voorbeeld minder vaak voor dat secretaresses namens vakantievierende bazen miljoenenzaken mochten afhandelen.

Deze ontwikkeling culmineerde vorig jaar februari in het vertrek van directeur Fouad Jaffar van het KIO, die de autonomie van zijn organisatie taai had verdedigd. Hij werd vervangen door een driemanschap, waar de vorige maand vertrokken al-Mauosherji deel van uitmaakte. Afgelopen juni toonde de regerende al-Shabahs hun voortdurende macht. Toen werd de enige 'buitenstaander' met de belangrijke kabinetspost, minister van financien en formele KIA-chef Jasem al Karafi, uitgerangeerd en vervangen door familielid Ali Khalifa al-Shaba.

Sinds de invasie van Koeweit is de greep van de KAI op het KIO verder verzwakt en naar verluidt zitten KIA-employes in Londen dezer dagen duimen te draaien. Niettemin geloven Koeweiti's dat de al-Shaba-familie in een bevrijd Koeweit water in de wijn zal moeten doen en zich zal moeten onderwerpen aan meer publieke controle. “Zij zullen zich moeten openstellen”, aldus een Amerikaanse bankier.

Tegelijkertijd mogen buitenlanders die Koeweits geld beheren er van uitgaan dat hun fondsen in de naaste toekomst behoorlijk zullen worden afgetapt. De kosten van 'Desert Shield' kunnen immers spookachtig oplopen. En na de eventuele bevrijding van Koeweit zal de wederopbouw waarschijnlijk tientallen miljarden kosten. Naar verwachting zullen de Koeweiti's ten behoeve van deze reconstructie een deel van hun buitenlandse bezittingen van de hand doen en tegelijkertijd leningen sluiten waarbij hun resterende overzeese belangen als zekerheden dienen.