Literaire tijdschriften

Therapie alias religie The Paris Review 116; 214 blz. $ 6, 00; 45-39 171 Place, Flushing NY, USA.

Totalitaire gedichten De XXIe eeuw v-h de Held; 1ste jrg. nr. 1; Uitg. Bert Bakker, 157 blz.; fl. 17, 50. Indische Letteren december 1990; 77 blz. fl. 15, 00; Praam 27, 2377 BW Oude Wetering.

Du Perrons bedoeling

Therapie alias religie De Paris Review heeft weer iets bijzonders: een gewone adviesraad en een die slechts uit boekhandelaren bestaat; 'from around the world', dat wil zeggen: 22 uit de VS en een uit Parijs, van boekhandel Village Voice.

Een jonkie uit de gewone adviesraad, Mona Simpson, mag nummer 116 openen, met een zeer Amerikaans kort verhaal. Hierin spreekt een ik-figuur, een kruising tussen een televisiedominee en een 'ervaringsdeskundige', haar gehoor toe. Zij vertelt hoe ze groeide van een arm weesje dat seksueel misbruikt werd door haar opvoeder - een dominee - tot een rijke en beroemde therapeute voor ontevreden zoekers. “Lot of women. Always. The women make less money in this world but it's the women who can scrape up the dollars, save, scrimp, it's the women who go to the therapists, it's the women who buy the books, all trying to improve their lot and their lot is usually man. That's not feminist. That's fact.”

Haar therapie of religie, met honderd procent garantie, is dat haar clienten hun allerergste zonde aan de groep moeten opbiechten - “you cannot be clean until you show the dirt”. Haar eigen ergste misdrijf is dat ze op een van de nachten dat ze door haar dominee-stiefvader verkracht zou worden in het donker zijn echte dochter haar plaats liet innemen.

Simpsons eerste roman, Anywhere But Here verscheen in 1987 (Overal en nergens, 1988), haar tweede roman zal dit jaar verschijnen bij uitgeverij Knopf en Faber.

De Paris Review publiceert hier voor het eerst de tekst van een radio-interview met Gertrude Stein, dat in 1934 uitgezonden werd. “If a mother is full of emotion toward a child in the bath the mother will talk and talk and talk until the emotion is over and that's the way a writer is about an emotion. (... ) If you enjoy you understand if you understand you enjoy.”

Een van de twee 'Writers-at-Work-interviews' in dit nummer is met Maya Angelou, het ander met Mario Vargas Llosa vlak voor zijn nederlaag in de Peruaanse verkiezingen vorig jaar.

Maya Angelou (1928) had, zoals te lezen valt in haar autobiografische romans en gedichten, een buitengewoon rampspoedig en succesvol leven. “If I didn't publish, well I would design this theatre we're sitting in. Yes. Why not?” Angelou was als schrijfster, actrice en regisseuse betrokken bij het toneel, regisseerde als eerste zwarte vrouw een film, danste met bijvoorbeeld Martha Graham, en zong bovendien. Met haar autobiografische boek I know why the caged birds sing, waarin ook iemand als de zwarte sopraan Barbara Hendricks zich herkent, werd Angelou in 1970 beroemd.

Haar interviewer is niemand minder George Plimpton, de hoofdredacteur van de Paris Review, maar ze blijven tijdens het lange vraaggesprek mijlenver van elkaar afstaan. Plimpton stelt suggestieve vragen, voor de hand liggende, en zelfs een die als onbetamelijk kan worden uitgelegd: “Who where the people who helped you shape those sentences that leap off het page?” Hij zal wel bedoelen: wie haar beinvloed hebben. De schrijfster las zoveel ze kon rond haar tiende, toen ze zich stom hield: “I was raped when I was very young. I told my brother the name of the person who had done it. Within a few days the man was killed. In my child's mind - seven and a half years old - I thought my voice had killed him. So I stopped talking for five years. I read, and memorized just masses.”

Volgens James Baldwin heeft Angelou haar leven opgeschreven met 'moving wonder' en 'luminous dignity'.

The Paris Review 116; 214 blz. $ 6, 00; 45-39 171 Place, Flushing NY, USA.

Totalitaire gedichten

De ironie zal bij het nieuwe tijdschrift De XXIe eeuw niet veel verder komen dan de titel. Zo lijkt tenminste de bedoeling. In het voorwoord van het eerste nummer zegt de redactie - Joost Niemoller, Marc Reugebrink en Xandra Schutte - dat eindeloos relativeren van de eigen standpunten ook in de literatuur tot identiteitsverlies leidt. Waarschijnlijk wijs geworden door eerdere ervaringen met De Held - een blad met veel programmatisch maar weinig literair werk - wil De XXIe eeuw geen beginselverklaring afleggen. “Wij zijn beslist niet de voorvechters van een nieuwe literaire beweging en koesteren ook niet de geringste ambitie daartoe. Maar wij nemen geen genoegen met de vrijblijvendheid die vaak het gevolg is van de alomtegenwoordige neiging tot relativeren.” Wat De XXIe eeuw dan wel wil, is “het in discussie brengen en houden van nieuw gemaakte literatuur, het gesprek over doel en plaats van literatuur in onze tijd.”

Met Van Deyssels en Verweys De Twintigste Eeuw (1902-1906) heeft De XXIe eeuw niet meer dan zijn belangstelling voor de eigen tijd gemeen. De komende twee afleveringen zullen gewijd zijn aan de staat van de ironie voor 'onze' generatie' en aan 'engagement'. Dat spreekt voor zichzelf.

Het thema van dit eerste nummer is 'vadermoord' bij jonge schrijvers. Poezieredacteur Marc Reugebrink probeert voorzichtig zijn positie aan te duiden, zonder zich dadelijk vast te leggen. Hij verwerpt de excessen van de autonomistische 'poezieduisterheid' en witregels - en tevens twee moderne reacties daarop: de neo-romantiek en het maximalisme. Over de kleinmenselijkheid van de neo-romantici: “Behalve een pose is deze poezie van de 'herkenbare menselijke gevoelens' in wezen totalitair; de achter haar schuilgaande werkelijkheidsopvatting legt mij als lezer op wat ik herkenbaar, wat ik gevoelens, en vooral: wat ik menselijk dien te vinden. En daarachter hurkt de onmenselijkheid.”

Evengoed hekelt hij de publiciteitsdrift van de Maximalen, hun geposeerde verzet en opstandigheid. De dichter mag van Reugebrink autonomistisch zijn of niet, maar er moet een belijdenis worden afgelegd, pose is uit den boze en vrijblijvendheid taboe.

Joost Niemoller zet zich af op Kafka, Esther Jansma op Italo Calvino, oud-Maximaal Rene Huigen laat de identiteit van zijn slachtoffer verborgen, Martin Bril erkent Cor Vaandrager en andere Nieuwe Stijlers als zijn vaders, Huub van Haren buigt voor Harry Mulisch en Luc Boudens onthult zijn genotsfantasieen met 'morsdoodgenoot' Gerard Reve.

In het niet-thematische deel van dit blad, dat 'De XXe eeuw' is genoemd, staat verrassend proza van Hermine Landvreugd (1967), gedichten van Maria van Daalen en veel van Reugebrink, en vaste rubrieken van Chris Keulemans, Annie van den Oever en Hans Kloos.

De XXIe eeuw v-h de Held; 1ste jrg. nr. 1; Uitg. Bert Bakker, 157 blz.; fl. 17, 50.

Du Perrons bedoeling

Indische Letteren sluit zijn vijfde jaargang af met een themanummer over E. du Perron. Het bestaat uit de teksten van een Du Perron-symposium dat in september gehouden is. Drie van de redacteuren hielden een lezing, Joop van den Berg, Peter van Zonneveld en Bert Paasman, en verder Kees Snoek (van het proefschrift De Indische jaren van E. du Perron) en Oscar de Wit.

Van den Berg bezag de verhouding tussen Du Perron en Multatuli's naneef Ernest Douwes Dekker. De Wit, psycholoog, filosofieliefhebber, schrijver en schilder, onderzocht Du Perrons literaire bedoelingen - “In feite zaait heel Du Perrons oeuvre onzekerheid over de artistieke legitimiteit van het neo-positivistische wereldbeeld. Daarom is de kritiek van W. F. Hermans op persoon en werk van Du Perron ook zo zuur. (... ) Daarom is het misschien goed hier vast te stellen dat Hermans' romantheorie een grote luchtbel is.” De Wit redeneert vlot en lang. Niet alle symposiumdeelnemers zullen de draad van zijn betoog, waarin ook Rob Nieuwenhuys bekritiseerd werd, hebben gevolgd. Zelfs op papier is niet overal een touw aan vast te knopen. Wel helder is Peter van Zonneveld in zijn reconstructie van de moord op Fientje de Feniks in - en buiten - Het land van herkomst.

Verder: Snoek over de meest recente Du Perron-receptie (en die van zijn eigen proefschrift), en Paasman over de belangstelling van de schrijver voor oude Indische letteren.

Indische Letteren december 1990; 77 blz. fl. 15, 00; Praam 27, 2377 BW Oude Wetering.

    • Margot Engelen