Hoeveel oorlog kunnen VS hebben?

Saddam Hussein heeft tot morgenochtend de tijd om een militair conflict met de rest van de wereld te voorkomen. De Amerikanen staan klaar om in te grijpen. Hoeveel oorlog kan de toch al tobbende economie van de Verenigde Staten hebben? Een eventuele oorlog in het Midden-Oosten zal kort zijn en daarom weinig gevolgen hebben voor de Amerikaanse economie. Dat is de conclusie van Amerikaanse economen in verschillende uithoeken van het land.

Maar het lijkt erop dat een groot aantal van deze glazen-bollen-kijkers die conclusie meer heeft gebaseerd op onzekerheid dan op een diepgaande analyse van de feiten. De variabelen die een oorlog met zich meebrengt zijn overweldigend: hoe lang zal hij duren, hoe somber zal de Amerikaanse samenleving ervan worden, hoe schaars zal olie worden, en - een geheel aparte vraag - hoe ver zal de olieprijs stijgen?

Omdat economen over het algemeen weinig verstand hebben van oorlogvoeren, hebben de meesten maar hun president op zijn woord geloofd en aangenomen dat zo'n oorlog kort zal zijn. Dat beperkt het aantal variabelen en maakt het makkelijker om voorspellingen te doen.

Een van de weinige uitzonderingen is het particuliere onderzoeksbureau Data Resources Inc.-McGraw-Hill in Lexington, Massachusetts. De verschillende scenario's die dit bureau heeft becijferd, zijn te vinden in bijgaande grafieken. Maar juist omdat de effecten van een oorlog zo onzeker zijn, moeten ook die ramingen met een grote korrel zout worden genomen.

Robert Eggert, een econoom die maandelijks ruim vijftig topeconomen interviewt en hun conclusies publiceert in de 'Blue Chip Economic Indicators' nieuwsbrief, zegt dat hij van zijn collega's nog geen harde conclusies heeft ontvangen. Hij organiseert voor de februari-brief een enquete waarin hij vraagt wat zij het meest waarschijnlijk achten (schikking, oorlog van drie maanden of korter, lange oorlog) en wat de gevolgen zullen zijn voor economische groei en financieringstekort in de VS. Eggert zelf zei afgelopen vrijdag dat hij nog steeds een schikking verwachtte en dat bij een korte oorlog de economische groei dit lopende jaar zal terugvallen van -0, 3 procent tot -2, 0 procent. “Een behoorlijk zware recessie”, zoals hij het karakteriseerde. Over de gevolgen voor het financieringstekort durft hij nog niets te zeggen.

Hobart Rowen, de columnist van de Washington Post, schreef afgelopen zondag dat zelfs de regering-Bush geen idee heeft welke gevolgen een oorlog zou hebben voor de economie. Hij concludeerde na een rondvraag onder particuliere economen dat zij “vrijwel unaniem” van mening zijn dat een korte oorlog “consumenten en financiele markten zou doen schrikken en een bescheiden negatief effect zou hebben op de algehele economie.”

Maar de economie is nu al in een recessie; wat zou een extra “bescheiden negatief effect” aanrichten in een wankelende economie?

Een oorlog zou via drie wegen invloed hebben op de Amerikaanse economie: door hogere olieprijzen, door hogere overheidsuitgaven, en door het psychologisch effect op de Amerikaanse burgers. Consumentenuitgaven in de VS bepalen tweederde van het Bruto Nationaal Produkt en een bange bevolking geeft weinig geld uit.

Het Amerikaanse financieringstekort stijgt opnieuw. Vorig jaar was het 220 miljard dollar, dit lopende fiscale jaar (oktober 1990 tot oktober 1991) zal het volgens de regering-Bush 300 miljard dollar worden. In september was de schatting nog 254 miljard; de toename met 50 miljard is voor de helft te wijten aan de recessie (waardoor belastinginkomsten verminderen en sociale lasten stijgen), en voor de andere helft aan 'Operation Desert Shield', de spaarbankenliquidatie, en “technische aanpassingen.”

Pag. 16: .

Psychologie is grootste bedreiging economie VS; Zelfs voor de banken geldt dat een korte oorlog overkomelijk is

Het Congressional Budget Office schatte in september dat Desert Shield dit fiscale jaar 12, 1 miljard dollar zou kosten, zonder oorlog (het CBO komt eind deze week met een nieuwe, waarschijnlijk hogere schatting). Het General Accounting Office - ook al een arm van het Congres - schat dat de kosten 30 miljard dollar zullen belopen en in het geval van vijandigheden kunnen oplopen tot een miljard dollar per dag. (Amerika heeft tot nu toe 4, 7 miljard dollar hulp ontvangen van bondgenoten.)

Bij een oorlog van een maand zou daardoor het financieringstekort dit jaar ruwweg 330 miljard dollar worden. Dat is enorm, maar eenmalig en niet onoverkomelijk. Ter vergelijking: het zou neerkomen op acht procent van het Bruto Nationaal Produkt, nauwelijks meer dan het Nederlandse financieringstekort. Het DRI-McGraw-Hill model verwacht dan ook dat na een korte oorlog het vertrouwen zo snel zal terugkeren dat de groei van het BNP springt van 1, 2 procent gemiddeld in 1991 naar 5, 2 procent in 1992.

Hoge olieprijzen zouden een sterk remmend effect hebben op iedere vorm van economische activiteit. Professor Benjamin Friedman van Harvard bij voorbeeld zegt dat olie van 45 tot 60 dollar per vat groei van het Amerikaanse BNP met twee procentpunt zou drukken. Bovendien zouden hogere olieprijzen de inflatie aanzwengelen.

Niemand twijfelt eraan dat olieprijzen omhoog zullen schieten bij het begin van een oorlog en dat aandelenkoersen zullen kelderen. Dat ligt in de natuur van markten. De vraag is of ze ook hoog zullen blijven. Deskundigen zeggen dat olieprijzen helemaal niet hoeven stijgen omdat de meeste industriele landen (en producenten als Iran en Saoedi-Arabie) grote voorraden hebben aangelegd; en omdat de meeste bronnen in Saoedi-Arabie ver van de Koeweitse grens liggen en makkelijk beschermd kunnen worden.

Volgens een analyse van de New York Times zal in het begin van een oorlog de produktie van Saoedi-Arabie met een derde afnemen, totdat de Amerikanen de Iraakse luchtmacht hebbengeelimineerd. Dat tijdelijke tekort van bijna drie miljoen vaten per dag zou makkelijk opgevangen kunnen worden door de voorraden. Het International Energie Agentschap, de organsatie van olieconsumerende landen in Parijs, heeft bekend gemaakt dat daarvoor voorzieningen zijn getroffen in Europa. Amerika heeft zijn eigen strategische voorraad van 583 miljoen vaten.

De Dow Jones International Petroleum Report zegt dat de Saoediers overwegen hun olie vanuit de Perzische Golf te verschepen naar andere havens buiten de Golf en daar over te dragen aan tankers. Dat zou betrekkelijk weinig risico hebben omdat Irak geen marine heeft en haar luchtmacht snel is uit te schakelen.

Om al die redenen zijn deskundigen opmerkelijk gerust dat de olie-aanvoer gehandhaafd kan worden, zelfs over een lange periode.

Maar zij waarschuwen dat de prijzen desondanks razendsnel kunnen stijgen. Dat is mogelijk omdat de prijsstelling in de VS (en andere landen) weinig te maken heeft met vraag en aanbod, maar vooral totstandkomt op de termijnmarkten waar verwachtingen over vraag en aanbod doorslaggevend zijn. Paniek kan op die markten de prijs bepalen, zelfs als er ruim voldoende olie-aanbod is. Een reeel tekort kan bovendien tijdelijk ontstaan als Amerikaanse automobilisten in paniek raken en gaan hamsteren.

Als de Amerikaanse regering erin slaagt markten en consumenten gerust te stellen, zal de olieprijs dus niet hoeven stijgen.

De grootste bedreiging voor de Amerikaanse economie lijkt de geestesgesteldheid, de psychologie van de gemiddelde Amerikaan. Als het angstaanjagende nieuws uit de Golf, de begrafenissen, de schaarse brieven van zonen en dochters in dienst, de gruwelijke beelden op het journaal hun werk doen, zal het traditionele Amerikaanse optimisme tijdelijk worden opgeborgen. Dat zal op zichzelf al genoeg zijn om de recessie te verlengen, en misschien te verdiepen. Niet voor niets zei president Bush onlangs: “Een van de redenen dat ik dit niet wil laten doorslepen is het negatieve effect op de Amerikaanse economie.”

Waarschuwingen over de gevaren voor de banken kwamen vorige week van William Seidman, de man die waakt over de gezondheid van de banken. Meerdere grote banken zouden failliet gaan als de recessie langer zou duren dan twee kwartalen en de economie in die periode met meer dan twee procent zou inkrimpen. (Precies de voorspelling van Eggert in geval van een korte oorlog).

Met andere woorden: als de economie niet tegen het midden van het jaar aantrekt, staan nieuwe problemen te wachten. Dat zou nieuwe onzekerheid veroorzaken, nog meer zorgen voor de Amerikaanse burger en waarschijnlijk extra kosten voor de Amerikaanse overheid die opdraait voor de liquidaties.

Maar zelfs voor de bankwereld - in veel opzichten de zwakste sector van de Amerikaanse economie op dit moment - geldt dat een korte oorlog overkomelijk is.

De vraag is wat een lange oorlog zal aanrichten. “Als er een lange, uitgerekte oorlog komt, van bij voorbeeld een jaar of langer, kan dat substantieel effect hebben op de prive-sector - net zoals ten tijde van de Korea-oorlog. Je zou massale inkopen kunnen verwachten, “ zegt George Perry van Brookings Institution, een think tank. “Maar ik taxeer dat als onwaarschijnlijk. Ik denk dat je eerder het tegendeel kunt verwachten: onzekerheid bij consumenten.”

DRI-McGraw-Hill verwacht dat in geval van een lange oorlog de overheidsuitgaven snel zullen oplopen. Dat kan de Federal Reserve ertoe brengen zijn soepele rentebeleid te laten schieten. Dat zou leiden tot hogere rente en dus een verdieping van de recessie. Robert Solow, professor bij M. I. T. in Boston, koestert dezelfde angst. Roger Brinner, de econoom die de projecties schreef voor DRI-McGraw-Hill, verwacht in het ergste geval een oorlog van een jaar, gepaard met een krediettekort. Dat zou leiden tot een recessie van vier kwartalen, waarin het BNP 3, 5 tot 4 procent zou krimpen en de bouw en de auto-industrie met een kwart zouden afnemen ten opzichte van 1990.

Maar zelfs Brinner geeft dat scenario een kans van 10 procent. Hij gaat nog steeds uit van het volgende: krimpende economie tot en met maart, werkloosheid stijgend tot maximaal 7 procent deze zomer, groei van 3 procent vanaf het voorjaar.

Over een paar dagen weet hij of hij gelijk heeft gehad.