H. HILLEN; Ik moest eraan wennen om me niet te veel aan te bieden

Sinds de verkiezingen van september 1989 telt de Tweede Kamer 32 nieuwkomers. Sommigen kenden het Binnenhof van zeer nabij, anderen slechts van verre. Wat waren hun ambities, wat werden hun frustraties? Vandaag als tweede uit een serie de CDA'er drs. J. S. J. (Hans) Hillen, voorheen voorlichter op Financien en televisiejournalist.

DEN HAAG, 15 jan. - Hij stond na de verkiezingen vorig jaar eerste reserve zowel voor de Eerste als Tweede Kamer, maar meteen na de uitslag werd hij bij het CDA getroost. Hij zou vrij snel aan de beurt komen.

Dat was maar goed ook, want Hillen (43) had grote plannen. Tot dan toe was hij in beide Kamers werkzaam geweest achter het groene gordijn, als journalist voor de NOS en in de ambtenarenloge als adviseur van minister Ruding van financien. Nu wilde hij “de publieke zaak op een andere manier dienen”. In het verlengde van de twee vorige functies: “De onderlinge verhoudingen in de samenleving bevorderen, de communicatie verbeteren en de interesse in mensen vanuit een andere post beleven.”

Hij erkent dat hij als directeur voorlichting op Financien zonder mandaat van de kiezers meer macht had. Maar die geeft hij graag op om aan iets anders te beginnen en zich een nieuw metier eigen te maken. Hij vindt dat hij enorm geholpen is doordat hij de wachtwoorden en geheime tekens in Den Haag kent, maar hij noemt het wel een handicap dat hij gezien wordt als de man die zeven jaar lang zo intens met minister Ruding heeft gewerkt, zelfs als diens profeet. Het kost hem moeite van dat imago af te komen. Zijn feitenkennis kan ook een hindernis zijn. “Ik heb meer inzicht dan doorgaans van een nieuweling wordt geaccepteerd.”

Eind van het jaar beleeft hij zijn beste uurtjes in de Kamer, als woordvoerder bij het debat over de begroting van defensie. Waar blijven de plannen van minister Ter Beek? Loopt de generaal niet achter zijn troepen aan die juist op dit moment zo'n behoefte hebben om te weten waar ze aan toe zijn? De jacht op de defensiegelden is geopend. Hillen formuleert, druk gesticulerend achter het katheder, zijn korte bondige zinnen die je gemakkelijk op video kan snijden en die ook pasklaar zijn voor een snel radioverslag. De media bedient hij vakmatig.

Maar naast defensie hebben ook verkeer, de gehele infrastructuur, het sociale beleid en buitenlandse betrekkingen zijn aandacht. Hij wil veel opsnuiven en vooral een generalist blijven “omdat je bij te vergaande specialisatie in een jargon vervalt en te opgewonden raakt over subtiliteiten. Generalist moet je wel zijn, want op het Binnenhof wandel je over een enorme vlakte met slechts hier en daar een herkenbare boom.”

Hij is bij zijn formuleringen op zijn hoede en klinkt daarom een stuk deftiger dan in zijn voorlichtingstijd. Zijn kostuum lijkt ook meer op maat gesneden en zijn manchetknopen, die veel licht vangen, doen wat onwennig aan op het bemorste Deventer tapijtje van het tafeltje in het omroepcafe in zijn woonplaats Hilversum.

Tegenslagen, ja. Die enorme papierwinkel die over het Binnenhof wordt uitgestrooid. “Het is een buitengewoon inefficient bedrijf. Er is geen duidelijke lijn. Verbaal klopt het allemaal wel, maar je komt er zo slecht achter hoe het beleid zich ontwikkelt.”

“We zijn nog steeds druk met reiskostenforfait en tolheffing terwijl we plechtig hebben verklaard de administratie te willen vereenvoudigen, ook gelet op het nieuwe Europa. We leggen een versperring op de weg terwijl we juist grotere mobiliteit willen. Investeringen moeten prioriteit hebben en niet telkens weer de consumptieve verlangens. In een van de meest welvarende landen van de wereld blijkt een koopkrachtdaling van 1 procent om te investeren in de toekomst onbespreekbaar.”

Hillen zou graag zien dat er duidelijk twee soorten debat werden gevoerd in de Kamer. Een groot beleidsdebat, waarin de hoofdlijnen duidelijk worden aangegeven, en daarnaast wetgevende debatten waarin de conclusies uit het eerste debat gelden en zaken niet weer eens dunnetjes worden overgedaan.

De samenwerking met de Partij van de Arbeid gaat hem glad af, al valt het hem op dat over en weer een aantal fractieleden nog steeds “wat onwennig staan tegenover de verschillende diersoorten en een zekere huiver koesteren. Ik wil liever een soort positieve voorzichtigheid tegenover de PvdA.”

Bij de overgang van het oude naar het nieuwe jaar heeft hij drie wensen. Bij het CDA zou een nog sterkere nadruk moeten komen te liggen op christelijke waarden en identiteit, op grotere saamhorigheid en minder op het individualisme. Van de samenleving zou hij graag zien dat ze wat 'Japanser' werd. Meer op de toekomst gericht en minder op de snelle consumptie van vandaag. Een tikje meer ijver en minder gewenning aan het goede leven. Bij die aanpassing hoeft voor Hans Hillen de decadente welvaart aan de top niet te worden ontzien.

En tot slot formuleert hij nog behoedzamer een wens voor zichzelf: een beetje rust na een geweldige drang om een bijdrage te leveren. “Ik heb eraan moeten wennen mezelf niet te veel aan te bieden. Te veel ambities worden op het Binnenhof niet gewaardeerd. In het tweede jaar wil ik verder leren de zaken meer op me af te laten komen. Zo'n coach op de bank naast het veld die een hartinfarct krijgt, is ook geen bijdrage aan het spel.”