Duur van de oorlog beslist over de steun van het 'thuisfront'

NEW YORK - De secretaris-generaal van de Verenigde Naties heeft na zijn bezoek aan Bagdad de diplomatie verder aan God uitbesteed: “Alleen Hij weet of er oorlog komt”. Het objectieve resultaat van zijn wanhoopsreis is dat hij de legitimiteit om met het schieten te beginnen, heeft vergroot, of zelfs voltooid. Na Perez de Cuellar heeft de vigerende wereldorde geen hogere autoriteit beschikbaar.

Een ander resultaat zou weleens kunnen zijn dat zijn antichambreren in Bagdad, gevolgd door de nul op zijn rekest, het prestige van Saddam hoger heeft doen stijgen dan deze speler zelf ooit voor mogelijk had gehouden toen hij met de operatie-Koeweit begon. De lijst van wereldnotabelen die daarna bij hem op bezoek is geweest, begint op een uittreksel uit de Who is Who te lijken. Eerst kwamen van heinde en verre de notabelen aan om de gijzelaars los te praten. Hij heeft deze beklagenswaardigen als hapjes uitgedeeld. Vervolgens heeft zijn hardnekkigheid een nieuwe optocht van diplomaten en staatslieden veroorzaakt. Opnieuw vergeefs. Het valt allemaal goed te begrijpen. Alle bezoekers werden geleid door hun wens onschuldigen te redden en oorlog te vermijden, maar terwijl ze als vragende, zoniet smekende partij daarmee bezig waren, wekten ze in de bevriende omgeving van Saddam de overtuiging dat hij de wereld aan een touwtje had. De voorraad middelen waarmee hij deze politiek kan voortzetten, is nu vrijwel uitgeput. Het is niet onaannemelijk dat hij zijn Arabische populistische front inmiddels danig heeft versterkt. Nu is het wachten op de verrassingen waarmee zijn vernuft deze winst zal exploiteren.

De vergelijking met de Suez-crisis in 1956 dringt zich iedere dag sterker op. Toen vielen de Fransen en Engelsen geholpen door Israel het Egypte van Nasser aan nadat die het Suezkanaal had genationaliseerd. Chroesjtsjov maakte gebruik van het tumult in het Westen door de Hongaarse opstand te onderdrukken. De Suez-actie eindigde in een mislukking, onder andere omdat Dulles en Eisenhower niet alleen weigerden, Frankrijk en Engeland te steunen maar tenslotte voor een veroordeling stemden.

Nu is Koeweit in zekere zin door Saddam genationaliseerd. Daarmee heeft hij zich in de Arabische wereld populariteit verworven, zoals Nasser in 1956 door twee oude imperialistische machten te trotseren, en dan houdt de overeenkomst op. Om te beginnen is Gorbatsjov geen Chroesjtsjov. Wat er in Litouwen gebeurt, schijnt een soort politionele actie te zijn, op touw gezet achter de rug van Gorbatsjov, door een plaatselijke legercommandant die zich misschien 1956 herinnerde en in ieder geval vond dat het nu mooi genoeg was. In het voorbijgaan heeft hij zodoende beter dan welke deskundige ook aangetoond hoe zwak de positie van de Sovjet-president is geworden. Chroesjtsjov regeerde in andere tijden.

Het is verhoudingsgewijs een gering verschil vergeleken met de positie waarin de coalitie tegen Saddam zich nu bevindt. Was de Suez-actie anders verlopen als de Amerikanen de Britten en Fransen hadden gesteund? Anders wel natuurlijk, maar het staat te bezien of de vrede, althans de rust in het Midden-Oosten daarmee op den duur was bevorderd. Die neokolonialistische Entente cordiale had toen de geschiedenis tegen en de Amerikaanse regering begreep dat. Ze was daarmee niet de enige. In Frankrijk en Engeland zelf stonden de voor- en tegenstanders van de actie onverzoenlijk tegenover elkaar. Vooral in Engeland naderde de toestand tot een politieke burgeroorlog.

Eden had de reactie van de Amerikanen verkeerd geschat - dat was al een dodelijke fout - maar nog sterker had hij zich in zijn eigen openbare mening vergist. Een oorlog, of zelfs een oorlogje als zo'n actie mag nooit worden ondernomen als de initiatiefnemers niet tenminste tachtig procent van 'het volk' achter zich weten.

Bij alle verschillen tussen Suez en Desert Shield zien we hier de leerzame overeenkomst. De Amerikaanse publieke opinie ziet vrijwel onverdeeld in Saddam een schurk, maar niet een van zodanig formaat dat er om hem uit de weg te ruimen volgens de laatste schatting 10.000 Amerikanen moeten sneuvelen. Naarmate het tijdstip nadert waarop het bevel tot vuren zal worden gegeven, begint Bush meer op Eden te lijken. De protesten nemen toe, voor- en tegenstanders beginnen elkaar te beledigen. De publieke opinie die een paar dagen geleden nog een panorama van nuanceringen te zien gaf, begint zich in kampen te verdelen, het 'thuisfront' scheurt.

Dat was allemaal niet nodig geweest als men zich niet 46 dagen geleden aan het ultimatum had opgehangen. Maar het kan nog ernstiger. De militaire voorspellingen vallen ruwweg te verdelen in twee scholen. De eerste zegt dat het een soort Blitzkrieg wordt met een minimum aan slachtoffers. De tweede rekent op een lange strijd met bijbehorend aantal doden.

Van een ding kunnen we nu al zeker zijn. Krijgt de pessimistische school gelijk, dan ontwikkelt zich voor Bush een 'thuisfront' van het soort dat Eden destijds het politieke leven heeft gekost. Vietnam lijkt niet op Koeweit en Irak, de woestijn is geen jungle maar als het langer dan de beloofde relatieve oogwenk duurt, zullen de Amerikanen Bush niet verder volgen. Tussen de legitimiteit van een blokkade en die van een aanval met geweld ligt al een afgrond van verschil. De blokkade is nu blijkbaar afgezworen, de zenuwenoorlog maakt de mensen rijp voor de echte oorlog. De duur daarvan beslist over de voortgezette steun van een 'thuisfront' dat nu al aan het scheuren is.