Dubbelzinnig beleid

In NRC Handelsblad verscheen de verbijsterende mededeling dat het College ter beoordeling van geneesmiddelen geen aanleiding ziet om het Glifanan in Nederland van de markt te halen, nadat dit in Belgie gebeurde omdat deze pijnstiller mogelijk tot de dood van enkele patienten heeft geleid. Waarschijnlijk moeten hier doden vallen eer men wakker wordt.

Datzelfde College ter beoordeling van geneesmiddelen heeft in de afgelopen jaren wel alles in het werk gesteld om Vasolastine, een geneesmiddel zonder schadelijke bijwerkingen waar tienduizenden hart- en vaatpatienten baat bij hebben, van de Nederlandse markt te halen. De laatste poging was in het voorjaar van 1990; wij hebben dit, met steun van de patienten en de Tweede Kamer, gelukkig weer kunnen verhinderen.

Dat in Nederland zo'n dubbelzinnig beleid voor geneesmiddelen wordt gevoerd komt door de autonome positie van bovengenoemd College, dat aan niemand verantwoording over het gevoerde beleid hoeft af te legggen. Geen enkel ander Europees land kent deze structuur; overal staat het geneesmiddelenbeleid onder supervisie van de verantwoordelijke minister.

Het College ontleent zijn bevoegdheden aan de Wet op de geneesmiddelenvoorziening uit 1963. De Tweede en Eerste Kamer hebben bij de totstandkoming van deze wet waarschijnlijk over het hoofd gezien dat een aantal bepalingen in genoemde wet uitnodigen tot willekeur en machtsmisbruik. Als wij de mond vol hebben over de kwalijke gevolgen van machtsstructuren in ontwikkelingslanden, dan moeten wij ook zwakke plekken in ons eigen democratisch systeem durven aanpakken.