Consequenties van het gewilde

Van vandaag af mag geweld gebruikt worden teneinde Irak te dwingen Koeweit te ontruimen. De resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 29 november 1990 geeft daartoe de mogelijkheid. Daarover is iedereen het eens. De meningen verschillen wanneer het gaat om de vraag of nu ook geweld gebruikt moet worden.

Laten we bij het begin beginnen. Irak valt Koeweit, een onafhankelijke staat en lid van de Verenigde Naties, binnen, verovert en annexeert het. Iedereen veroordeelt deze daad en is van mening dat zij ongedaan gemaakt moet worden. Het door de Verenigde Naties gesanctioneerde embargo op alle commerciele en financiele transacties van en met Irak stuit op geen tegenstand.

Tot zover geen probleem. Maar een embargo dient een stok achter de deur te hebben. Dat wil zeggen: er moet ook een ander dwangmiddel beschikbaar zijn voor het geval dat het embargo niet het beoogde effect zou hebben of niet snel genoeg zou hebben. Vandaar de opbouw van een militaire macht in het gebied van de Golf.

Zonder deze stok achter de deur zou Saddam Hussein kunnen denken dat de eis van de wereldgemeenschap tot ontruiming van Koeweit niet serieus is of dat het embargo, zoals de meeste embargo's in de geschiedenis, zijn kracht allengs wel zou verliezen en hij dus, als hij maar voldoende uithoudingsvermogen heeft, per slot van rekening in het bezit van Koeweit gelaten zou worden.

De militaire stok achter de deur is dus een noodzakelijk complement van het embargo, is dus evenzeer nodig ter bereiking van het door iedereen gewenste doel, de ontruiming van Koeweit. En die stok moet zo sterk zijn dat hij, als het ene dwangmiddel (het embargo) niet effectief zou blijken, hetzelfde doel wel kan bereiken. Die stok is dus niet alleen complement, maar kan ook alternatief van het embargo zijn.

De vraag is nu: op welk ogenblik blijkt dat het embargo niet effectief is en moet dus de stok worden gebruikt? In theorie kan eindeloos worden gewacht totdat het effect van het embargo blijkt. Mits iedereen er strikt de hand aan houdt, zal Irak over enkele maanden of enkele jaren - wie weet het? - de handdoek in de ring moeten gooien.

Maar hier doemen in de praktijk al dadelijk enkele problemen op. In de eerste plaats: zal iedereen strikt de hand aan het embargo blijven houden? De geschiedenis - het is al gezegd - geeft ons, wat dat betreft, niet veel vertrouwen.

In de tweede plaats: zal de coalitie die nu tegen Irak staat opgesteld, zo lang - enkele maanden, enkele jaren? - haar cohesie kunnen bewaren? En: zullen de troepen in de woestijn - en, achter hen, de openbare mening in hun landen - hun moreel kunnen handhaven, als ze tot verder nietsdoen worden veroordeeld in de hitte die in maart gaat komen?

Met andere woorden: zal de militaire stok gedurende onbepaalde tijd de effectiviteit en geloofwaardigheid behouden die hij nodig heeft als complementair en als alternatief middel? Zo niet, dan wordt het door iedereen gewenste doel, de ontruiming van Koeweit, niet bereikt.

Kortom, het embargo is niet effectief zonder militaire stok achter de deur en de stok achter de deur is niet effectief als hij - materieel of moreel - gaat desintegreren. Die effectiviteit wordt, onder andere, bepaald door het klimaat in het Golfgebied.

Twee conclusies lijken onontkoombaar. De eerste conclusie is: wie heeft ingestemd met het eerste dwangmiddel om Irak zich uit Koeweit te laten terugtrekken (het embargo) zal, als hij die ontruiming werkelijk wil, logischerwijs ook moeten instemmen met de militaire stok - niet alleen als complement maar ook, zo nodig, als alternatief. Zo niet, waar haakt hij dan af en blijkt hij dat doel eigenlijk niet te willen?

En de tweede conclusie: tenzij Saddam Hussein op het allerlaatste ogenblik voor rede - dat wil zeggen: onze rede - vatbaar blijkt, zal in de komende dagen of weken geweld gebruikt worden om hem Koeweit te doen ontruimen.

Zeker, de gevolgen van een oorlog in het Golfgebied zijn - of hij nu lang of kort zal duren - onoverzienbaar en kunnen verschrikkelijk zijn - wie weet verschrikkelijker dan het vooruitzicht van een Saddam Hussein die heer en meester is over het Midden-Oosten en zijn hulpbronnen (waarvan onze verzorgingsstaten afhankelijk zijn). Maar wie dit argument bezigt had, al om te beginnen, niet met het dwangmiddel embargo tegen Irak moeten instemmen. Wie iets wil moet ook de consequenties van wat hij wil willen.

Geldt deze redering ook voor de rechtsverkrachting waarvan Litouwen nu het slachtoffer is? Nee, want tegen die verkrachting is nog niet de keten van dwangmiddelen - de logique de guerre, waarvan president Mitterrand al in augustus sprak - in gang gezet. Moet dat gebeuren? Op het ogenblik heeft de Golfcrisis voorrang. En: een reactie - die, als de verkrachting doorgaat, zeker komen moet - dient altijd aan de kracht en de zwakheden van de tegenstander aangepast te worden.